In
feite gaat
alles wat we
zo zien, horen, ruiken,
voelen, proeven, aanraken,
opmerken & verwerken
dus over
onszelf.
We
geven eigen
betekenissen, klankborden, kenmerken,
gevoeligheden, voor- en afkeuren mee in ogen,
oren, neusgaten, vingertoppen, tong~
oefeningen, huidcontacten,
hersencellen & spinnen
zo voort?
Eenmaal
goed en wel
ermee in contact gekomen
kunnen dus ook nog steeds al die 'mydibijbelverhaaltjes'
ons parten spelen, net als alle andere heilige & onheilige schriften,
boekwerken, tijdschriften &
'de moderner
media'!
Hoe zo spoedig en
AANSTONDS
hun voornemen,
datze genomen hadden, 't zy te Beth Zaida,
de geboorte-plaats, 't zy te Kfar Nachoem, de woonstede van Petros, konnen uitvoeren?
Uit deeze aanmerking, zal men ook de stoute taal & gedachte van zommige berispers, konnen verijdelen, die niet schromen, deeze 'heilige mannen'
ten argsten te duiden, datze met visschen bezig zijn,
datze tot het Apostelampt geroepen, en met den
H.Geest begenadigt, en van den verrezen
"Masjiach/Verlosser" in die
bedieninge hersteld
waren.
Hoe,
zeggenze, wanhoopten de Discipelen
aan den uitslag, en wilden zy het uitbreiden
van G ds Koninkrijk
staken?
Datze,
in stede van
het werk des Heeren te behartigen,
zich weder tot hun oud beroep, en visschen begeven?
Dit zoude schijn hebben, indien zy aanstonds na hunne vlucht,
en kruis-dood van Yehosjoea, daar toe wedergekeert, en met visschen bezig geweest waren:
maar nu zy volstandig, en by een blijven, en JC verwachten
in Galileen, gelijk hy belooft had, moesten zy
den gantschen tusschen-tijd leedig zijn.
(Want het schijnt, datze JC op den eersten dag der weeke,
op welken hy nu een en andermaal verschenen was,
op den bewusten berg te gemoete zagen?!),
moesten ze, zeg ik, den gantschen tusschen-tijd ledig,
onwerkzaam, en anderen
tot last
zijn?
Konden
zy het Euangelium
de geheele weereld
door gaan verkondigen,
eer zy daar toe uitdruklijk bevel
hadden, gelijk zy dat in
Galileen op den
berg krijgen
zullen?
Is
de luiheid
& ledigheid, niet
een oorsprong van kwaad, & Zatans oorkussen?
gelijk 't spreekwoord zegt. Is de mensch niet verschuldigd met zijn handenwerk levens-
onderhoud te bezorgen? Heeft de H.Apostel Paulus, die volijverige Sja'oel van oit,
geen TENTMAKER geweest, en zich daar mede, by
gelegendheid, bezig
gehouden?
Als
tot 'n
voorspel, dat hy
de nakomelingen YAFETS zoude inleiden
in de tente van SJEEM. Ook ziet men hier in de onderlinge gemeinschap,
en Apostolische t'zamen-stemming, dat PETROS zich niet verheft boven anderen,
dat hy THOMAS, die zo ongelovig was geweest, niet versmaad, en dat die nieuw-
bekeerde dus nieuwe gelegendheid krijgt, om in zijn geloof versterkt, en
andermaal bevestigt te worden. Zoud iemant PETROS hier in
wel eenig voorrecht boven alle andere Apostelen
toe schrijven, en tot Kerkvoogd maken, om den
Roomschen dwangstoel
vast te stellen?
Wy merken
liever aan, dat
CHRISTOS zijnen Apostelen verschijnen zal,
daar zy in hun daaglijksch werk bezig zijn, als tot bewijs, dat iemant,
die in zijn daaglijksch beroep zich
bevlijtigt, hem aangenaam zy,
en zijnen zegen
te wachten
hebbe.
Kortom:
als al die rook
om je hoofd is verdwenen,
de aanvankelijke roes voorbij is gegaan,
je de wind weer kunt horen suizelen & de blaadjes
kan zien groeien
& dwarrelen,
DAN
pas sta
je weer echt
open voor zich alsmaar
door ontwikkelend besef van
onze menselijkheid met meer tederheid, groter inzicht, nader begrip als
omschreven in o.a. bergveldreden &
talloze gelijkenissen & daden
[van alle tijden,
plaatsen &
personen!
Die
heilige helende
actualiseringen blijven bestaan
zolang we adem kunnen halen: in elkaars
armen vallen zonder huichelarij, bedrog, angst en
beven: de menswording staat gelijk aan die naamgeving
van 'g d' als komende/wordende aanwezigheid in ons
die was, is en zal zijn, stap voor stap & ademtocht
voor ademtocht, samen met alle andere planten
en dieren [en mensen] 'vervolmaking' van 't
"hemels g dsrijk" op aarde waarvan ook
de profeten al 'n min of meer vaag
vermoeden hadden vele
duizenden jaren
geleden
...