Hoe het begon
Jouw ogen
die mij iets te lang aankeken.
Dat ik nog dacht
Er moet wel een heel lekker wijf achter mij staan.
Je leek iets te willen vangen
met die ogen.
Maar ik wilde destijds
door niets of niemand
gevangen worden.
Ik liep door het leven
in de hoop
dat ik onzichtbaar kon blijven.
Als ik maar snel genoeg doorliep.
Het leek te lukken.
Mijn ongenaakbaarheid
had het gewenste effect.
Ik liet niets
en niemand binnen.
Jonge mannen wensten mij toe
dat ik opgesloten zou worden
in middeleeuwse kerkers.
En dat ze de sleutel
zouden kwijtraken.
Omdat ik nee zei
op hun avances.
Maar daar was jij.
Je was veel te warm
voor mijn kille buitenkant.
Een soort fata morgana.
Je spontane lach
was veel te aanstekelijk
om daar niet stiekem
door geraakt te worden.
Een lach
die door al mijn weerstand
heen prikte.
Mijn weerstand
om überhaupt iets te voelen.
Dat ontregelend was.
Want uit de hoogte doen
was makkelijk
tegen iedereen.
Alleen het werkte niet
bij jou.
Mijn ogen
bleven plakken
aan het diepe
bruine
zachte
in jouw ogen.
Alsof je leek te zeggen—
Ik begrijp je nog niet.
Maar ik ga het aan.
Ik deins er niet
voor terug.
Hoe meer ik zei
dat ik niks van je wilde
hoe beter jij begreep
dat ik alles van je wilde.
Alleen wist ik niet
hoe ik je dat kon laten weten
zonder dwars door
mijn eigen muren
heen te moeten.
Dus ik zei
maar niks.
Maar jij
las mijn lichaam.
Dat vertraagde
als het in jouw buurt kwam.
Ik probeerde
de geur van jouw huid
op te snuiven
en daarin
even te verdwijnen.
Je las mijn ogen.
Die jou steeds zochten.
In welke ruimte
we ook waren.
Mijn ogen
die brandden van jaloezie
als een andere vrouw
jouw aandacht zocht.
Jij las mijn handen
die jouw handen
onbewust zochten.
Tussen glazen.
In koude ruimtes
Want mijn woorden...
die waren nooit
voor jou bedoeld.
Mijn woorden waren slechts
hoge omheiningen van rotsen
bedekt met wilde rozen
met grote doornen.
Om al die mensen
die mij niet raakten
op afstand te houden.
En mijn hart
veilig te houden.
Maar jij...
jij luisterde nooit
naar wat ik zei.
Jij keek naar de stilte
ná mijn woorden.
Je voelde
mijn versnelde adem
wanneer jij
onverwacht dichtbij kwam.
Je voelde de zachtheid
van mijn hart.
Dwars door die muren heen.
Je deed de zachtheid
ontwaken.
En alles
dat ik met mijn mond ontkende
maar dat mijn lichaam
allang had verraden.
En op een dag
zei je ineens
vanuit het niets
midden tussen al die mensen—
“Zoen me dan.”
Ik was geïrriteerd.
Ik voelde me betrapt.
Je hand om mijn arm.
Die uitdagende blik.
Alsof je me niet vroeg
om je te zoenen.
Alsof je me liet voelen
dat ik al lang
gevangen was.
bella, vrouw, 44 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende