HET mydiverhaal begint daar waar het nooit zal eindigen ... deze horizon glinstert alsof die ons een spottende grijns zou willen toewerpen omdat niets meer 'echt' is als we onze blik van het zilveren puntje in de verte afwenden zou de wereld ophouden te bestaan en het einde der tijden aanbreken zo'n gevoel moet het zijn als je krankwinnig aan het worden bent: als je de vaste grond onder je voeten verliest of als je de grond voor het eerst ook echt voelt ik weet niet meer wat ik moet denken we kijken elkaar achterna tot we achter de horizon zijn verdwenen goede reis! we staan helemaal achteraan in de rij woorden worden overbodig mensen stappen in en uit en we snellen op weg naar de uitgang ik ben benieuwd! alsof dit een heel normaal moment is net als alle andere momenten waaruit het leven bestaat midden in de nacht en tegelijkertijd een willekeurige hoogzomerochtend aan de hemel ligt een reep van lichte witte vlokken uitgewaaid als palmbladeren lang en groot struisvogelveren gebogen als waaiers van g d getrokken op een kleed van donkerblauw rood wordt de kim waar de zon trillend stond en bljft bestaan? voorlopig nog wel [ook voor ons] rauw als een open wond
achter een verre groep bomen zwart als git in de vroege morgen daalt een wolk-kolos glanzend wit als een fel blinkende ijsberg in een zee van blauw
de dag ontwaakt weer als een kind het rode mondje rond van gapen de oogjes tuimelend tussen waken/slapen tot het ze wakker spert en verwondert kijkt omdat de dag [alweer?] begint
een hond blaft een haan kraait
geluiden die van ver komen en verwaaien in de strakke ochtendwind
koel was de vroege adem van al die dagen en nachten toen dichtbij
de paardenhoeven bleven slaan en vinnig kletsend staal op stenen van de straat
ons pad om te gaan op weg naar het tijdelijke einde
kwam, was en gaat verder verdwijnt of komt dichterbij
zo ratelden de wielen van een boerenwagen ooit
in den beginne dan klinken emmers luid een lach schalt waar een perenboom moe buigt van takken rijpend fruit