EEN
der krijgsknechten,
onzeker van wat naam, hoewel de Roomsche kerk hem
LONGINUS, & MARTELAAR
noemt,
doorsteekt 's Heilands zijde, hy treft zijn hart met een onbesuisde speer, en maakt hem een gapende wonde, waar uit water en bloed vloeit, gelijk Yochanan getuigt
met eigen' oogen gezien te hebben.
En door zulke steek
word de H. Schrift weder vervuld, die zegt:
ZY ZULLEN ZIEN, IN WELKEN ZY GESTEKEN HEBBEN.
Dus werd de HEILFONTEIN geopent tegen de ZONDE;
dus word 's Heilands HARTE, dat dus verre niet gekwetst was, doorsteken, om
ONZE HARTEN, waar uit de KWAADE GEDACHTEN, en BEGEERTENS,
voortspruiten, te genezen, en zijne hemelvaart
in te schrijven.
Dus
worden alle
de wettische besprengingen & reinigmakingen,
die door water & bloed geschiedden, vernietigt,
en 't N.T. met 't harte-bloed des Middelaars ingewijd.
En dit heeft meer krachts, dan met sommigen te zeggen, dat Longinus, de gewaande hart-doorsteker, die blind was, door het bloed, dat langs zijne speer vloeide, ziende wierd.
Als wilde Yochanan dit met deeze woorden leren:
DIE HET GEZIEN HEEFT, DIE
HEEFT HET GETUIGT.
Dat op den APOSTEL, niet op den KRIJGSKNECHTEN ziet.
Even zo weinig zekerheid is 'er,
dat MIRYAM, de moedermaagd, dit bloed van haaren wonderzoon, als dierbaar opgelekt, en bewaart hebbe, en nu nog te MANTUA, en elders te zien zy. Maar uit de vermelde omstandigheden bleek onwraakbaar, dat JC gestorven ware; gelijk Pilatus zelf daar van volkomen bewust,
en overtuigd was, als YOSEEF van ARIMATHEA tot hem kwam,
en het licchaam van JC verworf.
Dit alles vooronderstelt onze H. Euangelist, en zegt:
ALS HET AVOND GEWORDEN WAS.
Niet de laate avond,
als de zon onder de kimme gedoken is,
maar ten ondergang helt, en nog tijds genoeg overig was,
om de lijkplichten te bezorgen, en YEHOSJOEA ter aarde te bestellen.
Die AVOND, of namiddag-tijd, was merkwaardig, want het was de VOORBEREIDINGE,
niet van het PAASCHLAM, gelijk eenigen meinen, want dat was den voorgaanden avond geslacht
en gegeten, maar de voorbereidinge van den PAASCH-SJABBAT, die ook daarom GROOT en aanzienlijk word genaamt, als zijnde FEEST & SJABBAT te gelijk, daar anders de TWEEDE Paasch-dag,
maar een HALVE feest-dag was, maakte den SJABBAT den tweeden dag GROOT,
en als tot eenen GEHEELEN feestdag, om de verdubbelinge der dienstplichten niet alleen,
maar inzonderheid, om het aanbrengen en bewegen van
DE GARVE der EERSTELINGEN,
die in handen des Priesters gestelt,
en voor G ds aangezicht, of 't Heiligdom,
moest bewogen worden.
Grooter Sjabbat was 'er,
en zal 'er noit zijn: want de groote Hoogepriester zal op dien dag,
in 't graf rusten van den arbeid zijner ziele, gelijk de Vader op den zevenden dag rustte van zijn Scheppingswerk: en die beweeggarve zal een onderpand zijn, dat hy, die in 't graf legt,
weder zal opstaan, als de eersteling der gestorvenen,
die den gantschen oogst
heiligen moet.
Wat bereid gy dan, o JOODEN?
Wat verhaast gy u,
om de garve in het dal KEDRONS,
met uwe gewoone plegtigheid en menigte van aanschouwerd, te gaan afmaien?
JC het geestlijk tarwengraan, zal in de aarde geworpen worden, maar opstaan, en zegenrijek vruchten dragen. Gaf die avond-uure den JOODEN recht, om PILATUS hun verzoek te doen,
die zal YOSEEF ook wettigen, om den Landvoogd
met heilige vrijmoedigheid,
het licchaam te verzoeken,
dat het gantsch Joodendom
het graf wil geven,
en af laten nemen
van 't kruis.
Kortom:verdichting van min of meer toevallige gebeurtenissen
tot een 'passend' geheel met 'de kern van de zaak'
om zodoende a.h.w.
'met alle geweld'
"G D"
te kunnen
bewijzen
...

