LAAT
de Echelonsatan
de geheele weereld
dan aan- & op-hitsen;
laat zich de Antichrist wapenen,
en ons listen, en lagen, en strikken leggen:
laat alles met vuur, en zwaard, en stokken, en moord-tuigen woeden,
G ds Kerk & bond-volk zal noit verdelgt worden; maar onverschrokken uitroepen:
al veranderde de aarde haare plaats, al wierden de bergen verzet in 't harte van de zee;
wy zullen niet vrezen, want G d is onze toevlucht,
en sterkte.
Hoe veilig zijnze,
die in de schaduwe en bescherminge des Allerhoogsten vernachten!
Hoe gelukkig zijnze, welker G d de Heere is! die G d vrezen, hebben niets te vrezen.
Maar hoe schriklijk, hoe vreeslijk is hy voor de G dloozen,
en alle werkers der ongerechtigheid!
Hoe verbazende angst
zal 's Heilands vyanden aangrijpen, als zy hem, dien zy hier aangrijpen,
zullen ten jongsten dage zien komen op de wolken, met zijne duizenden, en tienduizenden Engelen,
die hy nu ter verdediging niet gebruiken wil, om dat hy voor de zijnen lijden wil!
Als zy die handen, die zy nu binden en knevelen,
zullen zien een eeuwige scheidinge maken tusschen bokken en schaapen:
als zy die voeten, die zy nu dwingen te gaan daar 't hen lust,
zullen ontzachlijk zien verheerlijkt,
& van de H. Engelen zelfs
geeerd.
Als zy hem,
dien zy doorsteken hebben,
zullen zien recht oeffenen, en ten onherroeplijk vonnis vellen over dooden en levenden,
rijken en armen, jongen en ouden:
en die vervaarlijke woorden van zijnen richterstoel uitspreken,
gaat gy vervloekten in 't eeuwige vuur, dat den Satan,
en zijnen heilloozen Engelen
is toebereid.
Wie siddert,
wie ijst niet, als hy zich dit verbeeld?
Maar zo verbazende als 't oordeel der vyanden van JC zal wezen,
zo troostrijk en verheugende zal 't slotvonnis der Gelovigen zijn,
als hy die voor de zijnen erkennen, en die eeuwig-zaligende taale toevoeren zal:
koomt gy gezegenden mijns Vader, beerft het Koninkrijk,
dat u is toebereid van de grondlegginge
der weereld.
Dit
gun ons
die drie-eenige G d
in dien grooten en
laatsten dag.
Amen.
