guku234 ZÓ Stàk óók in dìt VERHÁÁL dé jaloezie al-
WEER HÁÁR GÌFTIGE KÒP ÒP: maar Yoseef zàg het níet! Híj bemèrkte nòch de bewòndering nòch de níjd die hij òpwèkte: hij was als 'n veulen dat uitsluitend vreugde beleeft aan het leven en in al zijn dartelheid níet mèrkt dàt hij met zijn hoeven anderen raakt?! 't Ìs níet uit ijdelheid dàt 't veulen springt èn stéigert, het is lévensvreugde die nog níet getèmd is door de téugel! 't Zou verstandig geweest zijn wanneer Ya'akov hèm ietwat méér betéugeld hàd, maar Híj zag al dit gedàrtel van zijn geliefde zoon met groot genóegen aan èn LÍET hem de vrije loop! In hem leefde Ráchèl vóórt, die immers óók 'n ware spring-in-'t-veld geweest was, & hoe meer Ya'akov zijn geliefde vrouw ìn Yoseef terùgzag, des te méér hij hem lìefhad!
Àlsòf schóónheid óók schóónheid áántrekt, zó tròk Yoseef àlles áán wat MÓÓI was! Híj had oog voor 't ezelsveulen dat zou uitgroeien tot 'n mooie ezel, waardoor hij altijd op de móóiste ezel reed. Híj zàg de sterrenhemel en wees me op zijn schoonheid: hij wees op al de bloemen èn tóónde me hun pràcht! Als hij bij míj was GÌNGEN mijn ogen ópen èn zàg ik schoonheid ook waar ik haar níet vermoed had maar al m'n halfbroers spòtten ermee omdat je sterren niet kunt gríjpen èn blóemen niet éten?!
We leefden in twee totaal verschillende werelden: die van Léàh, die de liefde van haar man had móeten ontberen èn het leven daarom zag als een bittere strijd, èn die van de uiterst levenslustige Ráchèl, die zich juist altijd gelíefd wist èn ìn àlles het Góede zag?!
Omdat Ya'akov zàg dàt Yoseef van mooie dingen hield, liet hij een schitterend gewaad maken voor hèm speciaal en hij droeg dat dan ook met heel erg veel plezier, niet uit ijdelheid, maar juist alleen òmdàt 't MÓÓI was èn hij 't van zijn vader gekregen had! Wat kwaad bloed zètte bij onze 10 halfbroers, òmdàt zíj dàchten dàt Híj zich mèt zíjn prònkgewaad bóven hèn verhèffen wìlde?
Yoseef had behalve gedàchten óók drómen: al onze andere broers hadden dus niet helemaal ongelijk wanneer zij hem 'n dromer bleven noemen, maar ze begrepen níet dàt drómen BÍJ HÈM 'n vòrm van dènken was: dromen overkwamen hem 's nachts, zoals gedachten dat overdag deden!
"IK DROOM NIET,"
zei hij.
"HET DROOMT IN MÍJ.
IK DÈNK NIET:
HÈT DÈNKT ÌN MIJ!"
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende