guku121/22/23 we stonden op 'n dag met z'n allen ~
a/d
vóet v/d
berg 'CHOREV@SINAÏ' om
er àfscheid van Mòsjéh te nemen,
want nú zou hij dagenlang wegblijven
èn hélemáál zéker van z'n terùgkomst
waren we níet! Iedereen wéét dàt BÈRGEN
levensgevaarlijk zijn voor onervaren klimmers,
de stèmming was daarom zó plèchtig, alsof we afscheid namen
voor àltíjd? ÌK wàs zíek van ongerustheid & Mérèd vond deze onderneming
volkomen onverantwoord omdat Israël nu daarom de kàns liep om zònder Léider
àchter te blijven èn ònderlìng (àlwéér!) geheel verdeeld te raken! Híj hàd àl zíjn mannen
bevólen om uiterst waanzin te zijn èn te blíjven tijdens Mosjehs Verblijf òp Dé Bèrg òmdàt
er altijd wel weer 'n idioot is die heel erg graag wìl probéren òm DE MÀCHT te grijpen wanneer
de leider afwezig is?! We keken toe hóe Mòsjéh begòn te klimmen: het wàs 'n erg àngstig moment,
òmdàt géén van òns De Bèrg ook maar met 'n Vìnger DÙRFDE aan te raken èn we níet wìsten hoe hij
op de voet-stappen van Onze Mó reageren zóu! Maar er gebeurde niets; we zagen Mó nu stap voor stap,
moeizaam hoger & hoger klimmen, waar-door we begrepen dat Onze 'g d' hèm wèrkelijk tóelíet èn gàstvríj
ontvangen zou? 't Dúúrde tot 't Éind v/d Dàg vóórdàt hij eindelijk úit 't zicht verdwenen was: we trokken ons
vermoeid terug in onze tenten. De stèmming was bedrùkt, àlsòf er íemand op sterven lag ~~~ Mérèd beminde
me zachtjes die nacht omdat hij begreep wàt ìk doormaakte: hij kùste mijn tranen wèg! De vòlgende dag besèfte
ik dat níemand wìst hóe LÀNG Mòsj ditmaal wèg zou blíjven, maar Mérèd & ìk maakten 'n schatting: 2 dagen klimmen
tot de top, twéé dagen bij Gòd, 2 dagen afdalen?! Zès dágen: dàt léék òns waarschijnlijk, want dan zou hij op de zevende dag
weer kunnen uitrusten? Òp die zesde dag staarden we reikhalzend naar de berg'kerk, maar we zagen geen beweging! De avond víel maar de berg blééf léég. Ik zocht Yochèvèt op om míjn ongerustheid met háár te kunnen délen, maar ik had al eerder & vaker gemèrkt dat haar gòdsvertrouwen zó groot was dat zíj géén enkele òngerùstheid kènde! "GEEFT GOD HEM OOK TE ÉTEN EN te DRINKEN?"
vroeg ik haar. "WÀT ÌS DÀT NNÚ VOOR EEN VRAG BITYAH," zei ze. "GÒD ÌS ZÍJN ETEN EN ZIJN DRINKEN!" "OJA," zei ik,
maar ik was àllesbehàlve overtúigd, want volgens míj kùn je g d níet 'éten'! Ik ging terug naar Mérèd & legde hèm
dezelfde vraag voor, maar zonder een god erin, want dáár was hij niet van gedíend! "ÌS ER HOOG OP DE BERG
VOEDSEL EN WATER?" vroeg ik. Híj wees naar de top, waarop 'n dikke Wòlk te slapen lag! "HIER BENÉDEN
REGENT HET NIET," zei hij! "MAAR DÁÁR WÈL!"
"HÓE WÉÉT JE DÀT?"
'Omdat de beek
waar wij uit drinken
daarvandaan
komt!'
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende