's morgens níet verschijnen zou aan de horizon, dat hij 3 dagen lang ìn de onderwereld verblijven zou, wat op zichzelf al on-voorstelbaar was, maar óók nog eens dàt dìt àlles uitdrukkelijk gebeuren zou op bevèl van zo'n buitenlandse 'geitenneukersgodheid', wat zó vreselijk afschuwelijk godslasterlijk èn totaal bespottelijk was dat zèlfs ìk, Bityah, de neiging had om hardop te vloeken èn 't uit te schateren van het lachen tegelijk!
Dìt gìng níet gebeuren! Dìt wàs immers ÒNMÓGELIJK? Ik merkte dat ik, òndànks dat ik al Bityah, zg. 'G ds Dòchter', was geworden, èn ìk míjn tóevlucht gezòcht had bij deze Israelitische Hebreeën, nòg steeds zó ìntèns AeGYPTisch wàs dàt ìk me diep & geheel met huid & haar beledigd voelde door Mosjehs dreigement 'in g dsnaam'!?
Ìk wàs òpgevóed mèt Dé Zòn: Híj wàs míjn Váder èn ook mijn Móeder tegelijkertijd, Híj Schíep De Máán èn bestrooide Noet met ontelbare stèrren zodat zèlfs 'n Màchtige NÀCHT niet geheel èn al volkomen zwart & duister was! Ìk wìlde me bèst wèl búigen voor die g d van Israël, maar ik begreep níet dat 't daarbij nodig was om ook nog eens extra Amon-Ra zo diep te beledigen alleen maar omdat die farao zo'n vreselijk koppige domoor was! 't Gerùcht over 't nieuwe dreigement van Mosjeh verspreidde zich al snel over heel AeGYPTe & wekte óveràl verontwaardiging & àngst op!
Nephtys, Onze Méésteres, riep Yochèvèt èn míj bij zich: ze zag lijkbleek, Opkara stond naast haar met zijn hand tegen haar rug, alsof ook hij bang was dat ze òm zou vallen? Blijkbaar had ze v/d Ramp gehoord die AeGYPTe trèffen zou & geloofde er blijkbaar in want toen we vóör haar stonden, liet zij zich op haar knieën zakken:
"YOCHÈVÈT, BITYAH, IK SMÉÉK JULLIE, LÚISTER NAAR ME: JULLIE ZOON MÒSJÉH STAAT IN HOOG AANZIEN BIJ DE HOVELINGEN ÈN BIJ HÉÉL HET AEGYPTISCH VÒLK; ZÈG HÈM DAT VELEN VAN ONS AL BEREID ZIJN OM HÈM ÀL ONS ZILVER, GOUD & ONZE JUWELEN MEE TE GEVEN & TE STAAN EN TE GAAN WAAR HIJ MAAR WIL OMDAT ALLE AEGYPTENAREN NU WILLEN DAT ZIJN VOLK VRÍJ IS & HIJ NÚ VERTREKT, WANT WE KÙNNEN AL DEZE RAMPSPOED NIET LANGER AAN & MIJN MAN DREIGT ZIJN VERSTAND GEHEEL EN AL TOTÁÁL TE VERLÍEZEN!"
Ze maakte 'n gebaar naar één van haar slavinnen & díe opende 'n deur: vier man droegen 'n loodzware kist met behulp v/d draagstokken naar binnen & zetten hem voor onze voeten op de vloer; 't was 'n langwerpige kist met 'n deksel waarop twee gevleugelde figuren zich naar elkaar overbogen, waardoor de vleugeltoppen elkaar raakten ~ 't was duidelijk dat zíj de inhoud van deze kist beschermden!
De kist werd geopend. Yochèvèt sloeg haar handen voor haar gezicht & ik begreep dat voor 'n normaal mens ZÓVÉÉL rijkdom op één hoop niet om aan te zien was? Ìk was er in 't Paléis altijd al mee omringd geweest & hàd m'n levenlang ermee gelééfd alsof 't vanzelfsprekend was, maar nu ik enige tijd tùssen de sláven gewoond had, werd zèlfs ìk door walging overmand!
De SJOE-familie bestond uit goede mensen, maar hóe kòn het dat ze, NÈT als ìk, toch nooit op de gedachte gekomen waren dàt 't ònrechtvaardig was dat zíj in wéélde baadden, terwijl anderen al bédelend of zwoegend door het leven gingen, hün kinderen van hònger zagen sterven of zèlf aan hun vele ontberingen bezweken bij bosjes? Eerlijk was dàt totáál níet!