gkII46b Mó was er blijkbaar zèlf óók helemaal ~~~~
NIET
VAN OVERTUIGD
DAT GODS WONDEREN
AAN HÈM VOLDOENDE GEZAG
ZOUDEN KUNNEN GEVEN EN VERZON
DAN OOK OPNIEUW EEN SMOES, DIT KEER
VAN GEHEEL ÀNDERE AARD. HIJ ZEI:
"ÀCH, Ìk-Bèn-Èr, ìk kàn slècht uit mijn woorden komen!
Míjn lìppen zijn stíjf èn míjn tòng is zwaar! STÚÚR toch alsjeblieft Íemand Ànders?!"
Tóen werd Gòd nijdig van ongeduld! 'Góed,' zei hij drìftig, 'DÀN stuur ik jouw broer Aharòn wel met jou mee,
want díe is góed van de tongriem gesneden! Híj zàl jouw mònd zijn & JÍJ zijn god! Hij ìs trouwens nú al op weg naar je tóe!'
Tóen gàf Mó zíjn verzèt òp en nam zijn onmogelijke táák òp zich! Hij kéérde terug naar zijn schoonvader Yetro & vertelde wat aan hèm opgedragen was! Yetro gaf hem toestemming om samen met Tsippora & Gérsjòm op reis te gaan naar AeGYPTe & ze gingen op weg ~
Maar reeds tijdens de allereerste nacht Dreigde Hèt àl mìs te gaan: ze hadden ergens onderdak gevonden buiten de grenzen van Midyan & Mouses lag al in bed, toen Tsippora hem hoorde schreeuwen; zij rende naar zijn slaapvertrek & zag Mó daar lìggen, kronkelend op zijn bed, zijn beide handen in 'n ware wurggreep òm zijn éigen kéél geslagen. Tsippora probeerde zijn handen nog lòs te trekken, maar dàt lùkte níet! "WÀT DÓE JE?" gìlde ze. "WAAROM KÉÉL JIJ JEZELF?" "Ìk BÈN HET NIET!" kreunde Mó. "HET IS GOD DIE MIJ DÓDEN WÌL!"
"WÁÁRÒM?" "OM GÉRSJÒM!" 't Gezìcht van Mó begòn al páárs aan te lopen, z'n stèm reutelde. "WÀT ÌS ER MET ONS KIND GÉRSJÒM?" "NÍET ..."
"WÀT NÍET???" "NÌET ... BESNEDEN!" 't Klònk of 't z'n allerlaatste woorden zouden kunnen zijn! Tsippora heeft me later verteld dat haar ziel ijskoud werd, alsof 't plotsklaps wìnter geworden was: ze ging naast Mó op 't bed zitten
èn vóelde geen enkele sprankje líefde meer voor haar Mad Màn die dáár voor haar ógen
zichzelf aan 't vermoorden was?! Ze zei: "Àls Gòd jou
wil vermoorden, verzèt je
dan! Hééft Ya'akov
óók al niet
'met hem
gevochten'?"
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende