give or take 18+
WAT
zijn de wateren anders,
als benauwde zielangsten
& hartklemmende droefheden van de Mensenzoon,
spruitende uit den vloek der wet, en vreeslijkheid der zonden,
en toorn G ds, en grootheid der opgeladene schuld, waar onder
alle menschen hadden moeten vergaan,
& als 'n grondloozen modder dieper
& dieper inzinken.
'T en
ware men dien
modder wilde verstaan
van de doodstraffe der Jooden, als iemant geworgt en verbrand wierd:
want de rampzalige lijder wierd in drek en modder,
tot zijn middel toe ingedolven,
en geworgt.
ZO
was de Masjiach
om zijns volks ongerechtigheden,
ter dood verwezen, in den modder
van vloek en straf bedolven, benauwd, bedroefd tot der dood.
Want dat hier weder de Masjiach, en niet David, klagende word ingevoert,
blijkt onbetwistbaar uit het gal drenken, en bitter alssem-roet,
daar de lijder
in zijnen snakdorst en droevig zieltogen
mede gelaafd
word.
Het
geen immers
noit David, maar
in Yehosjoea, volkomen bewaarheid is.
Waar zouden wy beginnen, waar eindigen,
zo wy alle de Profeeten
wilden ophalen?
HOORT
eenen voor
allen: Hy was
veracht, en de onwaardigste
onder de menschen, een man van SMERTEN, &
verzocht in krankheden - om onze ongerechtigheden
verbrijzeld - die om den ARBEID zijner ziele 't
welbehagen des Heeren zoud gelukkig
zien voortgaan.
SPREKEN
de Profeeten eenstemmig zo,
wie ergert zich dan aan deez prangende benauwdheid, en arbeid der ziele van onzen Heiland?
Moest de Masjiach alle deeze dingen lijden, zo is dit lijden geen ergernis,
maar onfeilbaar ken- & merk-teken van den Masjiach; en krachtig bewijs,
dat hy als waare Hoogepriester,
door den arbeid zijner ziele,
G ds welbehagen
uitvoerde.
M.a.w.,
als in alle
mydisprookjes & ~verhaaltjes
staat de Mensenzoon voor Elckerlyc in Alledagsland:
de Gezalfde/Masjiach ~ HET kind [m/v] van DE vader/moeder ~ zijn wij allemaal!
De hopeloosheid, uitzichtsloosheid, beperktheid & afgescheidenheid van ons korte bestaan,
kan alleen maar verlicht en opgelost worden in die kruisdood van hergeboorte, bekering door inzicht?
Alle mydibijbelverhaaltjes getuigen daarvan van de allereerste tot de allerlaatste:
G d = Adam & Eva, Slang & Mens, Geest & Menswording tot & met de laatste dag.
Alle uitleggingen wijzen naar die navolging van dat innerlijk leerproces:
de rijping van het graan in de schoot van moeder aarde ~
de groei en de bloei van ons bestaan in alle eenvoud ~
zaaier, onderhouder, oogster & eter.
Al die gelijkenissen gaan
over ons
allen.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende