gescheurde kleding met mydi-inhoud & verpakkingen?
't Meest merkwaardige aan al ons menselijke doen en laten is wel dat we proberen om het onbewijsbare en zelfs onwaarschijnlijke te gebruiken om 't bewijsbare & hoogstwaarschijnlijke te bewijzen: we hanteren de meest vreemde verhaaltjes om de werkelijkheid te 'verklaren'. Prefereren fantasie ver boven 't echte?!
De hele bijbel & de meeste andere heilige schriften staan er vol mee: wonderbaarlijke imaginaties als de verpakking voor datgene waar 't werkelijk om gaat. Vreemdsoortige constructies als basis voor 't ware ...
Gargon zit er zo'n 300 jaar geleden na bijna 1700 jaar 'christendom' ook nog steeds mee: men was toen dan ook rooms, ketters, moors, orthodox of heidens: men schreef voor wat je wel of niet moest geloven. Die ronde belijdenisse hitst den Hoogenpriester aan, en in plaatze van 't profeetisch woord te raadplegen, dat aldus van den Messias gesproken had, velt hy een onbesuisd dood-vonnis tegen den Messias, en roept doldriftig uit; hy heeft G d gelastert; hy schrijft zich G dlijke eer en waarachtigheid toe: hy matigt zich aan, het geen G de eigen is: hy maakt zich den eigen Zoone G ds, en G de gelijk.
G dslasteringen noemden de Jooden, alle verontheiliging en misbruik van G ds naam, deugd, dienst, eigenschap, woord & wet.
De Heiland, die gekomen, en mensch geworden was, om G ds eer, deugd, en dienst te herstellen, & des Vaders wille te doen, word hier van 'n g dvergeten huichelaar voor eenen g dslasteraar uitgekreten ...
Hy heeft G d gelastert, zegt hy, & is by gevolg, volgens de wet doodstrafbaar, dewijl G d zegt, dat hy geenzins zal onschuldig houden, die zijnen naam ydelijk gebruikt.
Onder de zeven geboden van Noach, die de Heidenen moesten onderhouden, om onder Israel te mogen wonen, was het tweede, het verbod van Afgoderij en G dlastering.
En wat kan 'er schriklijker en strafwaardiger wezen, dan G d, die te prijzen is in eeuwigheid, in woorden, werken, of gedachten te smaden?
Hoe durft een G dlochenaar, als Kajafas, zulk eene schenddaad den heiligen en rechtvaardigen aantijgen: nochtans houd hy voor bewezen, dat Yehosjoea G d lastert, als hy de waarheid spreekt.
Moest de Messias niet de Zoone G ds wezen? Is het van eene lastering, de Zoone G ds te wezen? zo kan 'er noit Messias wezen.
Moest de Messias niet zitten aan den rechterhand G ds? Is het dan eene lastering, zulks te zeggen? Zo moet David, die 't voorzegt, gelastert hebben.
Maar te driftig is de Hoogepriester, om daar over te redenkavelen: hy scheurt zyne kleederen, als tot bewijs van hartscheurende droefheid over de gehoorde, of liever verdichte lastertaal.
Aaloud was 't gebruik van kleedscheuren onder de Jooden, en andere volkeren in hooggaande smerten, en uiterste droefenis.
By 't aanhoren van G dlasteringen, plagten de Richters altijd hunne kleederen, als uit ijver voor G ds eer, te scheuren, en met de handen van een te rijten, zonder weder genait te mogen worden: met dit onderscheid, dat een gemeen Priester van onder op, en den Hoogepriester van boven nederwaards scheurt; doch alle van vooren op de borst, als om 't harte, de zitplaats der ontsteltenisse, t' ontbloten.
Sommige oude Kerkleeraars, op zinspelingen verslingerd, hebben gewilt, dat de Hoogepriester zijne kostlijke Priesterkleederen, die men goude kleederen noemt, om meer aanziens in den bloedraad te verkrijgen, had aangetogen, en op deeze gewaande lastertaal, gescheurd zoud hebben, om daar in te vinden, hoe 't Priesterampt gescheurt, en van dat ontaard volk afgenomen zoud worden, maar zo hoog-wigtige waarheid moet op geen verdichtsel gegrond worden: want het is middagklaar, dat noit de Hooge- priester buiten Tempel- en Tempel-dienst, de priesterkleederen gebruikte, noch gebruiken mogt.
Dit was in deezen tijd dies 't onmooglijker, om dat de Priesterkleederen van de Romeinen, in 't slot Antonia zorg-vuldig bewaart wierden, of in den Tempel opgesloten, en in bewaringe der Jooden zelfs gestelt.
Gelijk hy de witte kleederen maar eenmaal, en nimmer dan op den zoendag aandeed, maar jaarlijks vernieuwde; zo mogt, en konde hy, de goude kleederen buiten den Tempel niet gebruiken, maar na 't volvoeren van zijn dienstwerk, moest hy die afleggen, en onder de Tempelschatten wegsluiten.
Dierhalven scheurt de Hoogepriester hier zijne eigenen, niet zijn goude kleederen, en vervalt die zinspelinge, die sommigen zo volgeestig schijnt.
Mogen wy niet, met meer grond, van dien huichelaar zeggen. het geen de Profeet van 't weerbarstig Joodendom zeide: scheurt uw harte, niet uwe kleederen! [Yo'el 2:13 ~ "Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de Eeuwige [wordende/aanwezige/komende], jullie G d, want hij is genadig & liefdevol, geduldig & trouw, & tot vergeving bereid!" ]