Even
nog maar
weer enkele duizenden jaren
terug in de tijd vol
gnot & spijt! {be
RESJIET
BARA ELOHIEM
et ha
SJAMAJIEM
ve'et haARETS}
In
het eerste
scheppingsverhaal
schiep god de mens naar zijn eigen
beeld & gelijkenis;
{BARA beTSALMO}
het tweede scheppingsverhaal verloopt anders:
hierin schept de Heer G*D {ELJAHWEH}
de mens niet met zijn gesproken woord
maar uit stof en zegt hij nooit dat zijn schepping
{AFAK min-haADAMAH}
naar zijn eigen beeld is gemaakt, maar wel:
de mens is geworden als
EEN van ONS?
{haADAM
keECHAD miMENU}
Bovendien
wordt in het tweede verhaal
de nadruk gelegd op
NAAKTHEID van de twee
{ISJ & ISJA}
of juist het gebrek daaraan,
terwijl daar in het eerste verhaal
geen belang aan werd gehecht;
ook hun seksuele verlangens en hun schaamte
worden dan benadrukt.
Maar
omdat het
tweede verhaal
een voortzetting is van het eerste
en niet een verbetering ervan,
vormen het
stof
{AFAK},
het verlangen
{begeren van}
en de schaamte
{over zonde}
relevante informatie
over de godheid,
naar wiens beeld
de mensheid
{myDi dus}
nog steeds
is gevormd:
de mens schiep goden
naar zijn/haar beeld & gelijkenis
mannelijk & vrouwelijk
schiepen wij hen:
dit vormen gaat nog
elke dag door
in ons
...
En
de Heer
G D ging in
zijn zojuist
hiervoor geciteerde lange,
emotionele breinuitbarsting inderdaad te werk
als het origineel
van een menselijk wezen dat gemaakt is
van stof en
hartstocht!
In
het eerste
scheppingsverhaal
komt in de verhouding
tussen schepper en schepsel
helemaal geen gehoorzaamheid voor.
God is zo almachtig en oppermachtig en
ook zo enorm vrijgevig
dat hij onmogelijk door menselijk wangedrag zijn kalmte
kan verliezen!
Zijn
'wees vruchtbaar,
benoem en word talrijk'
is eerder
een grootmoedige uitnodiging
dan een bevel?
Nauwelijks
twee bladzijden verder schijnt de Heer
God
{EL
JAHWEH}
niet alleen minder machtig en minder vrijgevig
dan G D te zijn
{ELOHIEM},
maar ook veel rancuneuzer.
Erger nog,
de toorn van de Heer God is even ongegrond als de
gulheid van
G D.
Voor
de Heer God
valt of staat alles met
de gehoorzaamheid aan zijn misleidende bevel.
Als persoon
is de Heer God verontrustend,
wat geldt voor iedere persoon die veel macht heeft
en niet schijnt te weten wat hij ermee wil doen?!
De macht van de Heer God
{orthodox gereformeerd?}
lijkt wat dat aangaat in onze ogen wat kleiner te zijn dan
die van G D
{tamelijk vrijzinnig?}!
Hoe dan ook,
zelfs in dat geval
verontrust die macht ons.
{Alsof we zelf beseffen dat we soms manisch
of depressief zijn
...}
De motieven
voor de uitoefening van die macht(en) zijn
in tegenspraak met elkaar,
en de relatie waarbinnen deze motieven elkaar tegenspreken,
is onaangenaam
intiem.
Ieder
beangstigend persoon
is nog beangstigender
als hij zo dichtbij staat
dat je hem kan aanraken.
De Heer God
staat veel dichter lijkt het wel
bij zijn menselijke schepping
dan G D
............
Anders dan G*D
raakt de Heer God ze
{ons?} fysiek aan
.......
Die aanraking
- vooral als die plaatsvindt na hun zonde -
versterkt alles aan
hem
...
De verleiding
van Eva door de slang kan gezien worden
als een incident
waarbij de slang optreedt als de onbewuste agent
van de Heer God.
Maar
de tekst is tamelijk dubbelzinnig.
Wie de verleiding {begeerte = lijden} wil zien
als een kille manipulatie
door de Heer God van zijn kinderlijke schepsels,
de een tegen de ander,
moet dit weer afzetten tegen de roep van de Heer God
in de tuin:
"Waar ben je?"
(Gen 3:9)
In het eerste
scheppingsverhaal maakte G*D de mens
omdat hij een 'beeld van zichzelf' wilde hebben,
in het tweede verhaal lijkt de Heer God
de mensen geschapen te hebben
omdat hij gezelschap wenste?!
En het onschuldige
en schrijnende van zijn roep in de tuin
krijgt nog meer lading in Gen 3:21:
"En de Heer God maakte voor de mens en zijn vrouw
kleren van vellen en bekleedde hen
daarmee
..."
Deze zin
kunnen we toch alleen maar zien als de spijt
van de Heer God over zijn spijt?
Hij heeft de vrouw net veroordeeld tot pijn bij het baren
en de man tot zwoegen op het veld;
waarom zou hij hun dan nu
de moeite om eigen kleren te maken
besparen?
Kortom,
wat anders dan een slecht geweten kan hem dat
ingegeven hebben?
God de Heer had een heleboel andere dingen
kunnen doen
voor de man en zijn vrouw
toen hij ze uit de tuin zond.
Hij had ze bijvoorbeeld eten kunnen geven.
Of hij had ze kunnen vertellen wat hun te wachten stond.
Ze zijn dan wel geschapen als volwassenen,
maar toch zijn ze als pasgeborenen
en nog hulpeloos.
Hij had zeker
iets kunnen zeggen om de vervloekingen
die nog in hun oren suisden wat af te zwakken.
En bovenal had hij kunnen uitleggen
waarom hij moest doen wat hij deed?
Maar nee, niets
van dat alles
...
En toch
schuilt er al een schrijnende tederheid
in wat hij wel doet,
namelijk bij wijze van afscheidsgebaar
hun naaktheid
bedekken
...
Sommige
zeer moderne commentatoren die een
seksueel verlichte bijbel willen kunnen volhouden dat de
zonde van Adam en Eva niets met seks te maken heeft:
de woorden 'goed en kwaad' in de langere frase
'de boom der kennis van goed en kwaad'
worden dan opgevat als 'dingen in het algemeen',
zoals in de frase
'van kop tot
staart'
...
De kennis
die hieruit voortvloeit
wordt in dit geval dan ook
niet strikt opgevat als
seksuele kennis.
Of
zijn wij
misschien als mensen
een veredelde mixversie van
het roofzuchtige echtpaar Macho en Mietje
Chim Pansee
en de op sex beluste heer en mevrouw
Beau en No
Beau?
Wie
wat zegt
hierover weet het misschien
in zoverre hij/zij kijkt naar eigen
instincten, aandriften en neigingen tot 'goed
en kwaad'!
Maar
in ons bijbelmyDiverhaal
worden deze interpretaties
waarschijnlijk
ondergraven door wat er gebeurt als de verboden vrucht
gegeten wordt:
"Toen werden hun beider ogen geopend,
en zij bemerkten dat zij naakt waren:
zij hechtten vijgebladeren (hoog serotoninegehalte!) aaneen
en maakten zich
schorten
..."
(Gen 3:7)
Het is niet
het pure verlangen maar de kennis van het verlangen,
bewustwording en vertelling, die schaamte veroorzaakt.
Dieren verlangen, maar zij weten niet dat zij verlangen,
of dat zij het object van verlangen vormen,
dus schamen zij zich
niet
........
De jubelende reactie van de mens
als hij voor het eerst de vrouw ziet (Gen 2:23) impliceert zeker wel
dat hij haar direct begeerde;
de frase
'EEN
vlees'
(Gen 2:24)
maakt dit nog duidelijker!
Maar er was een verschil.
Het feit dat 'zij beiden naakt waren
{...}
maar zij schaamden zich niet'
(Gen 2:25),
geeft aan dat zij geen kennis van hun eigen verlangen
hadden, al betekent het niet dat het hun zoals kleine kinderen
geheel aan verlangen
ontbrak
.........?
Schaamte
ontstaat door
BEGREPEN
verlangen
&
TOEGEGEVEN
behoefte.





















~@~