zegt
de G d van
Prediker 11:1-12:8
"G ds wegen" zijn ondoorgrondelijk:
als íemand 't met deze uitspraak ééns is,
DÀN wel de schrijver van 't boek Prediker?
PREDIKER is ietwat later geschreven dan de meeste boeken uit 't OT:
je ziet dat bij voorbeeld ook al aan de manier waarop die schrijver over 'g d' praat!
In oudere boeken & verhalen hoor je vaak heel concrete dingen over G d:
g d 'praat met' mensen, hij 'beloont mensen' die 'naar zijn wet leven' & 'hij straft de slechten'.
Zó lijkt G d soms bijna 'n echt mens, hoewel hij natuurlijk (cultuurlijk) altijd toch weer high & dry
& hoog verheven blijft boven de 'normale mensen'. Prediker stelt al vragen bij de oude zekerheden:
is 't nu wel ècht zó dat 'g d' de goede mens beloont & de slechte straft? Je kunt toch overal altijd weer
zien, horen & bemerken dat DÀT níet zó ìs? Er zijn genoeg mensen die 't heel goed hebben, terwijl toch eigen-lijk
iedereen onderhand wel wéét dat ze níet leven 'zoals G d 't wìl'! Èn andersòm:
heel goede mensen sterven soms
terwijl ze nog jong zijn
~~~
We
kunnen bij
PR 'n 'g d' tegenkomen
die vooral moeilijk te begrijpen is:
je wéét niet wat 'g d' precies doet,
net zomin als je niet weet waar de winden precies vandaan komen ~
ze zijn lastig te peilen, zijn er wèl & je moet rekening met hen houden.
Ze onderwerpen de mensen ook aan 'n oordeel ~ 'er ìs' dus toch iets van beloning & straf,
maar in dit boek wordt níet precies duidelijk wat dat straffen & belonen precies kan inhouden!!
Één beloning
komen we her & der in 't boek
wèl tegen: geníeten van wat je hebt?
In hoofdstuk 11 staat 't heel duidelijk i/d verzen 7 tot & met 9: 't is heerlijk om de zon te zien!
Geniet van 't leven nu 't kàn, in 't bijzonder als je nog jong & fit bent,
want op 't leven volgt 'n oneindig lange tijd van duisternis.
Op 'n andere plaats (5:1

staat:
"WANNEER 'N MENS GENIET
VAN RIJKDOM & BEZIT, WANNEER JOU DAT DOOR 'G D' WORDT TOEGESTAAN ALS 'N RECHTMATIG DEEL
& JE VERHEUGT JE IN ALLES WAT JE MOEIZAAM HEBT VERWORVEN,
DAN IS DAT ALS 'N GESCHENK VAN G D!"
Genieten is dus volgens PRED 'n 'goddelijke opdracht' &
DÉ beloning voor al 't menselijk gezwoeg: verder zijn
'g ds wegen'
duister.
