Ik herken me er elke dag en nacht weer in terug al meer dan zestig jaar lang: ik ben de verhalen die ik beleef, hoor, lees, ervaar, onderga, meedeel, herschrijf. Leren is de eigenschap die ons 't meest mense-
lijk maakt: andere planten en dieren waar wij uit voortkomen hebben ook dat aanpassingsvermogen tot
in het oneindige, maar die gebruiken meer tijd & toevallig veranderende omstandigheden, terwijl wij het
als het ware vanaf onze geboorte [en daarvoor al] hebben meegekregen. Na het ontdekken van talen &
techniek kunnen we niet meer terug, maar alleen nog 'vooruit': alles blijft steeds sneller veranderen & ik
ben deel van dat geheel van jongsaf aan. Vandaar ook dat die stroomversnellingen & watervallen in onze
geschiedenis zo boeiend blijven elke dag weer opnieuw? Tussen m'n 16de & 26ste kon ik niet stilzitten &
op
EEN
plaats of in
EEN
land blijven: grensoverschrijdend gedrag was het gevolg & steeds verder willen op
al die wegen in tientallen landen. Ook het vader/moeder worden is zo'n ontdekkingsreis: ik herken er in
terug hoe ik zelf was in de tweede helft van de jaren veertig van de vorige eeuw en hoe we blijven veran-deren met z'n allen & 'ieder voor zich'. 't Leven van Yehosjoea geeft ook zo'n brandpunt aan van change!
Maar terwijl Yesjoea den hemel dus ontsluit, verbergt de zon haare straalen, en verschuilt zich in naare
duisternissen, om de zonne der gerechtigheid niet te zien ondergaan, en den vorst des levens niet te zien
sterven.
DIT
was de uure der duisternisse; dit was de magt des satans. Van der zelfder uure wierd'er duis-ternisse over de geheele aarde, zegt de h. euangelist. Je ziet hetzelfde proces bij de scheppingsverhalen,
het ontstaan van alle levensvormen op aarde compleet met aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, dromen
en overstromingen, vloedgolven, hitte- & droogtegolven, ijstijden, monsters en draken & Noachs ark met al die andere planten, dieren en mensen die zich vermengen met goden en godinnen, regels en wetten?
De spraakverwarringen, de torens/tuinen van Babel, Avram/Avraham/Abraham/Ibrahim & nakomelingen!
Heel ons bestaan is gegrond & gebouwd op al die mythen & legenden, spraak & schrift hervertellen in alle talen door flexibele vertalingen tot op de mydidag van vandaag: zo ontstaan ook techniek & wetenschap.
Alles wat we zijn geworden, aan het worden zijn en zullen worden ligt vast in al onze talige hersencellen ...
Dat 't Joodsch volk hunne daguuren anders telde [net als jaren, feestdagen & de uitleg van schriften],
als wy, is voorheen al eerder en vaker aangemerkt; dies brengt ons deeze tijdbepaling op den klaaren middag, wanneer de zon in haar volle kracht, & ons vlak boven 't hoofd staat. Op dien middagtijd verduis-tert het licht der weereld, en bekleed zich als met een treur-gewaad. En hoe zoud het schepsel ongevoelig
zijn, als de schepper lijd? Meermaalen taant, of verduistert de zon, volgens de natuurlijke beweging der hemellichten, als de maan, die geen licht van zich zelve heeft, tusschen zon en aarde heen schiet, en de zonnestraalen van ons afweert. Gelijk de maan verduistert, of taant, als de aarde tusschen beide staat, en haar schaduwe over de maan uitbreid. Maar zo natuurlijk als die verduistering, of eklips, volgt, uit den
voorgeschreven loop van zon en maan, zo bovennatuurlijk en ongehoord is deeze. Want natuurlijkerwijze,
en volgens de regelen der hemelbeweging, kan er geen eklips, of verduistering in de zonne vallen, dan op de nieuwe maanen, om dat op dien tijd de maan tusschen zon, en aarde heen schiet, & geen licht van zich zelve hebbende, het zonlicht voor onze oogen onzichtbaar maakt. Doch op 't Paaschfeest, gelijk het nu was, wierd de maan van de zonne ten volle bestraalt, en was 't, by gevolg, volle of lichte maan; wes-halven de zon niet konde verduistert worden door de maan. Des niet te min, word'er duisternisse, en de zon verbergt haar glantsrijk aangezicht; nu G d, die geschapen heeft de zon, zijn licht intrekt, & dus zijne rechtvaardige gramschap over deeze schenddaad betuigt. Gantsch Egipten wierd, ouds tijds, als Israel uit-toog, met dikke duisternissen overdekt: is 't vremd, nu het waarachtig Israel uit de dienstbaarheid des satans, en slavernije der zonden verlost word, dat 'er duisternissen zijn? Ook ziet men hier in de naare duisternisse, waar in het Joodendom lag, en langen tijd leggen zoud, tot datze Yehosjoea aannemen, en het licht der waarheid omhelzen zouden.
DIE
verblindheid is schriklijker, als deeze dikke duisternis, en benevelt de zielen, dat men de waarheit niet zien kan. Of nu deeze middagduisternisse de geheele aar-de, of het beloofde land alleen, overdekt hebbe, word verscheidendlijk van verscheiden vertelt. Het is nu
weer net als met al die andere grote verhalen vol overdrijven, aandikken, bijkleuren & 'verduidelijken' ...
Want of wel onze vertaalders het Grieksch,
PAZAN TEEN GEEN,
DE GEHEELE AARDE
verduitschen, is 't zeker,
dat het dikwijls voor het
LAND
van Kana'an gebruikt werde, en dat
GEE,
zo wel een land & weereld-streek,
als de
BEWOONDE AARDE
betekene. 'T is ook buiten kijf, dat
GEE,
aarde, of land, by uitnemendheid het land der belofte, en 't zelfde als 't Hebreeuwsch
ARETS,
daar onz duitsch
AARD,
en
AARDSCH
van herkomt,
by de LXX. overzetters en schrijvers des NT uitdrukke? Je ziet het: alles kan met al het andere in verband
gebracht worden, van alle kanten bekeken worden, geherinterpreteerd, afgezwakt, aangedikt & herbezien
worden net zoals we ooit begonnen met stok en steen, armen, benen, handen & voeten, heel ons lichaam
& heel onze veranderende {'vervolmakende'} geest? Wat er in zit komt er uit: het verhaal gaat alsmaar verder en door tot in het oneindige.
De brownies zijn bijna gaar, ik ga wat eten en drinken.
De zon schijnt!
