Gedicht
toen ik een hond vond,
rook hij naar stront.
ik nam hem mee naar huis,
maar daar zat een muis.
ik liep naar de bieb,
maar de juffrouw zei: piep.
ik liep naar het hol,
maar die zat vol.
daar kwam een paard,
en die had een hele lange baard.
o, wat was ik verbaast,
hij was een dwaas.
o, wat was hij leuk,
ik lag snel in een deuk!

Spinazie, vrouw, 20 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende