Galeislaven, dwangarbeiders, bevrijding/verlossing
Ik ben
vreselijk blij
met de herkenning
die we zo nu en dan tegenkomen en ontmoeten hier of daar.
Bijvoorbeeld het volgende uit Trouw van vandaag
in Letter & geest over
'Het geheime leven van Imre KERTESZ'
door Jan Oegema.
~
In 2002 wint Imre Kertesz
de Nobelprijs voor de literatuur.
Een jaar later verschijnt zijn 'Dagboek van een galeislaaf',
een soort van 'myDi'~logboek
dat loopt van '61 tot '91.
Naarmate de jaren vorderen spreekt Kertesz
steeds openlijker over zijn religiositeit,
een onderwerp waaraan de kritiek tot nu toe
stilzwijgend voorbijging.
Maar dat lijkt een kwestie van tijd.
Kertesz zal ontdekt worden als een nieuwe stem
in een lange mystieke traditie.
DAN volgt een portret van een man
die Auschwitz overleefde en ondanks zijn woede
zijn luciditeit behield!
Enkele {tamelijk willekeurige} citaten en aantekeningen
uit dit artikel omdat het zo kernachtig krachtig onder woorden brengt
wat mij uit hart en ziel gegrepen is
sinds vele jaren.
~
{...}
GELUK
is een belangrijk motief in het oeuvre van Kertesz,
al vanaf zijn debuutroman uit '75, 'Onbepaald door het lot'.
De clou van de roman is dat we de gebeurtenissen meemaken
door de ogen van een argeloze, naieve jongen,
die alles met de grootste verwondering gadeslaat
en soms een griezelig begrip toont voor de logica van het 'kampsysteem'.
Hij wordt ons in elk geval niet gepresenteerd als verteller
van wie je op aan kunt.
Reden te te meer om te vermoeden
dat zijn waarnemingen vooral tot doel hebben
ons op een andere manier met zekere feiten te confronteren
en de merkwaardige omkeringen,
de onverwachte observaties
missen hun effect niet:
ze maken het relaas van de veertien-, vijftienjarige Gyurka indringend!
OF ze roepen bevreemding op,
waardoor je als lezer gedwongen wordt om bedoelde feiten
opnieuw te overdenken.
Kertesz is niet het type schrijver
dat uit is op goedkoop effectbejag:
de waarheid is hem lief
boven alles.
"Wie niet liegt
is tamelijk
origineel!"
blauw]
En
ook het
slot van zijn
debuutroman blijkt te wortelen
in eigen ervaringen:
ontegenzeggelijk bevat het een biografische kern.
"Ook de nabijheid van de dood maakt in zekere zin gelukkig,
want overleven op zich is dan de grootst mogelijk vrijheid!"
DEZE uitleg verduidelijkt het nodige,
ze maakt het einde van de roman minder ongeloofwaardig.
Maar hoed je voor intentional fallacy,
de neiging om de wederwaardigheden en gedachten
van een personage te verklaren uit het leven van een auteur.
Het opvallende aan 'Onbepaald door het lot' is immers
dat ons als lezers de uitleg van het slotfragment wordt onthouden.
We moeten raden naar de betekenis ervan
zoals we ook moeten raden naar de betekenis van de titel.
Onbepaald door het lot?
Gyurka HAAT iedereen, beweert hij op het ene moment,
om op het andere te suggereren dat hij geboren is voor het geluk
en innerlijk ongeschonden is gebleven.
Gyurka is een personage,
een marionet,
een jongen van papier,
niet bij machte zijn psyche of zijn lot te doorgronden.
Een emblematisch wezen,
dat listig de mond wordt gesnoerd
zodra hij zichzelf dreigt te overstijgen.
Een compositie opgebouwd uit willekeurige,
alleen binnen de context dwingende reeks motieven
of anders gezegd:
zijn roman is eerst en vooral constructie.
Voor wie als Kertesz op het standpunt staat
dat 'Auschwitz' alleen in en als literatuur overdraagbaar is,
lijkt DAT een vanzelfsprekende gedachte.
En dat IS het dan ook:
alleen is er nog niemand geweest
die deze gedachte zo koel en consequent
heeft doordacht
en toegepast!
DAARIN ligt het unieke,
het revolutionaire
van Kertesz ...
{...}
~
{...}
Het heeft er alle schijn van
dat Kertesz bij het opzetten ervan heeft gedacht aan Albert Camus,
zijn grootste inspiratiebron na Franz Kafka. En dan vooral aan De mythe
van Sisyphus ('42), Camus' essay over
het absurde.
{...}
~
{...}
Sisyphus als tragische held,
een man die zijn autonomie behoudt door zijn lot te omarmen.
Hij mishaagt de goden door de Dood te overmeesteren,
waardoor op aarde alles in het honderd loopt:
de mensen kunnen niet meer sterven.
Wanneer hij uiteindelijk toch door
de goden wordt ingerekend,
moet hij voor straf een zwaar stuk marmer een berg opzeulen.
Als hij bijna boven is, valt het naar beneden en kan hij van voren af aan
beginnen ~ tot in lengte van dagen.
Maar Sisyphus weigert zichzelf als slachtoffer te zien,
hij vlucht niet in defaitisme,
verschanst zich niet in woede.
Dat stuk marmer is zijn bezit, alle onsamenhangende daden,
alle toevalligheden die zijn leven hebben gevormd
zitten {als het ware net als in myDi?}
DAARIN
samengebald!
Met stille vreugde l
loopt hij telkens weer de berg af.
Aan het slot van zijn essay roept Camus zijn lezers op
zich de afgebeulde boeteling voor te stellen
als een gelukkig mens.
{...}
Kertesz
neemt die oproep over
en actualiseert hem
{net als Yeshua haMashiach a.h.w.}:
stel je Sisyphus voor als iemand die Auschwitz overleeft en zijn verdere leven is geketend aan de steen der herinnering.
In al zijn boeken sjort kertesz die steen opnieuw omhoog,
om even bij Camus' beeldspraak te blijven.
MAAR hij doet dat inderdaad als een moderne Sisyphus,
als iemand die begrijpt dat hij medeschepper is
van zijn lot.
NIET dat hij
Auschwitz heeft gewild,
maar sinds het zich aan hem heeft voltrokken,
moet hij leven alsof het voor zijn bestaan
noodzakelijk is geweest.
Natuurlijk kermen
de schande, de onrechtvaardigheid, de absurditeit uit elke porie
van zijn lichaam.
Kertesz en Gyurka zijn wel degelijk bepaald door het lot {en wie niet?},
alleen misgunnen ze het nazisme zijn ultieme
overwinning.
Ze {WE!} willen,
nee MOETEN zich bewust blijven van hun innerlijke vrijheid,
die ze ook bleven voelen toen honger en uitputting hun geest benevelde
en hun wil verlamde.
En voor zover die gedachte berust op inbeelding,
hebben ze tenminste achterfa de plicht in die voorstelling te volharden.
Ze {WE!} geven hun geschiedenis niet uit handen,
ze schrijven daar ZELF aan mee,
trekken haar naar zich toe.
"IK heb een bepaald lot aanvaard," laat Kertesz de voort~orakelende Gyurka zeggen. "Het was niet MIJN lot, maar ik heb het toch aanvaard en nu [...] moet ik er iets mee doen, ik moet me erin voegen,
me eraan vastklampen."
{...}
ZOIETS:
"DAT" soort dingen,
geeft MIJ {Ch@i} moed & kracht
om verder te gaan
op DIE weg ...
{...}
EN NU:
eerst 'n 'aha'~capsuul,
wasmachine, eten koken.
Janosch The Cat
& Poes, 'n
sigaret {helaas}
& whatever is to be
done ...
'huszta la puszta'
salaam/sjaloom &
sayonara
etcetera
chai
a.v.o.
@
irminloo



Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende