ZO
VREMD ALS
'T IEMAND SCHIJNEN
KAN, DAT JUDAS, EEN
VAN 'S HEILANDS VREDE~GEZANTEN,
HEM VERRADEN HEBBE, ZO VERWONDERLIJK
ZAL 'T WEL LIGT IEMANT VOORKOMEN, DAT OOK
DIE GROOTE, VOLIJVERIGE, MANMOEDIGE PETROS,
ZIJNEN HEER EN MEESTER, NIET EEN- MAAR TWEE- & DRIE~MAAL VERLOCHENE?
ZOUD DE ZAAKE VAN YEHOSJOEA HIER DOOR NIET LIJDEN, EN VERDACHT KONNEN WORDEN?
GEENZINS! HAD YESJOEA DIT NIET VOORZEGT? SCHEEN HET PETRUS NIET ONMOOGLIJK?
IS 'T VREMD, DAT YESJOE'S VOORZEGGINGE VERVULD WORDE?
BLIJKT NIET HIER UIT ZIJNE ONFEILBAARE ALWETENDHEID?
HEEFT HY DIT GEWETEN, EN KEFAS DAT VOLZEKER VOORZEGT, ZO BEWIJST HY IMMERS HIER MEDE,
DAT HEM NIETS OVERKOME, DAT HY NIET GEWILLIG ONDERGA.
OOK HADDEN DE PROFEETEN DIT VOORSPELT,
DAT NIET ALLEEN DE MAN VAN 'S HEILANDS VREDE, DAT IS JUDAS, DIE EEN VREDE-GEZANT VAN YEHOSJOEA WAS, ZIJN VERSSENEN TEGEN HEM GROOTELIJKS ZOUD VERHEFFEN, EN HEM VERRADEN:
MAAR ALS DE HEILAND IN ZIJNE DIEPE VERNEDERINGE, EN LIJDEN VERTOONT WORD,
EN ALS DE BORG ZIJNS VOLKS ZONDEN DRAGEN ZOUD, DAN MOEST HY VAN ALLE ZIJN APOSTELEN VERLATEN, EN VAN DER ZELVER VOORNAAMSTEN
VERLOCHENT WORDEN!
ZO WORD HY
ZELFS KLAGENDE INGEVOERT:
IK BEN MIJNEN BROEDEREN VREMD GEWORDEN, EN ONBEKEND MIJNER MOEDERKINDEREN.
DIE BROEDEREN VAN YESJOEA ZIJN NIET ZO ZEER NAAR DEN VLEESCHE, ALLE JOODEN, DIE UIT EENEN STAM-VADER AVRAHAM WAREN, EN DUS BLOEDVERWANTEN VAN DEN HEILAND, DIE UIT DE VADEREN IS GEWEEST,
ZO VEEL HET VLEESCH AANGAAT, ALS WEL NAAR DEN GEEST ALLEN, DIE G DS WILLE DOEN,
EN DUS ZIJN 'T DE APOSTELEN, DIE HY DIKWIJLS ZIJNE BROEDERS NOEMT.
DIE ZOUDEN HEM NIET KENNEN, GELIJK HIER PETROS DRIEWERF ZEGT:
IK KENNE HEM NIET. KONDE DE MESSIAS DEN ZIJNEN VREMDER,
EN ZIJNER MOEDERKINDEREN
ONBEKENDER WORDEN?
Vanaf
't 'allereerste
begin' tot & met 't 'allerlaatste einde'
geven al die mydibijbelverhaaltjes de 'toestand v/d mens[heid]' weer
[in alle overdreven & oneindig variabel geillustreerde
pietepeuterigheid!]?
Onder het eeuwige motto:
"De oogst is wel groot,
maar arbeid{ST}ers zijn er [nog steeds te] weinig!
Bidt daarom de Heer v/d Oogst, dat hij arbeid{ST}ers uitzende in zijn oogst!
De oogst is groot, maar er zijn te weinig arbeid{ST}ers: vraag dus de Eigenaar v/d oogst
of hij meer arbeid{ST}ers wil sturen
om de oogst binnen
te halen!"
Daarop
riep hij zijn 12 leerlingen bij zich
en gaf hun macht over onreine geesten
om hen uit te drijven. Om iedere ziekte en elke kwaal te genezen
voorzover dat binnen hun vermogen lag in geloof & kruiden.
De namen van de 12 leerlingen:
allerreerst Sjimon, die Petros & Kefas genoemd wordt
& Andrai z'n broer,
Ya'akov Bin Zavdai & z'n broer Yochanan;
Filipos & Bar-Talmai;
Toma & Matai de Tollenaar,
Ya'akov Ben-Chalfai & Labai bijgenaamd Tadai;
Sjimon de Kanai {'zeloot/fanatiekeling'} & Yehoedah Isj-Keriot,
die hem zou verraden & zo uitleveren aan de
collaborerende Sadducese kliek
met de bezettende
Romeinen.
Deze
12 zond
Yehosjoea uit terwijl
hij hen de volgende
instructies
meegaf:
"Sla niet
de weg naar de heidenen in
& ga geen stad van de Sjomroniem binnen,
maar ga liever eerst maar op zoek naar de verloren schapen van 't volk van Israel!
Ga op weg en verkondig:
'Het beloofde
"g dsrijk der hemelen"
is nu & hier nabij-
gekomen!'
Genees
zoveel mogelijk
zieke mensen, wek levenloze hopelozen op
om eindelijk weer te gaan leven, maak teleurgestelde onreine mensen
met huidziekten en dergelijke weer schoon & reinig hen zodat ze weer deel kunnen hebben
aan het normale leven en drijf alle demonen en boze geesten uit
die mensen gevangen houden in depressies,
illusies & uitzichtloze
ellende!"