g d geeft zich bloot door onze zonden te bedekken?


Het woordeken
ziet,
vertegenwoordigt hen dien schroomlijken tijd;
en 't volgende, als JC zegt:
staat op, laat ons gaan,
toont,
dat het zo aanstonds geschieden zoud,
en Yehosjoea den dood niet schroomde,
maar den verrader met zijn vloekgespan wil te gemoete gaan,
ten blijke,
dat ik 't gevaar niet vreeze,
noch alle doldriftige vyanden,
die mijn dood gezworen hebben.

Staat op,
datze u niet slaperig overrompelen,
en zorgloos vinden,
terwijl Judas zo ijvert om my te vangen,
ziet,
daar is hy,
die my verraad,
daar komt hy met de Godloozen,
als 't hoofd der krijgsbende,
en de leidsman der zondaaren.

Hoe ligtlijk
zoud hen Yesjoea nog hebben konnen ontvlieden,
en zich versteken in den hof.
Zo meinde Adam na zijne bondbreuk voor dat aldoordringend oog te versteken,
dat niet t' ontvlieden is.

Maar de tweede Adam
geeft zich bloot, om onze zonden
te bedekken.

Hy ziet Judas,
die nu reeds aan den ingang van den hof was,
en in den maaneschijn ligtlijk konde gezien worden,
maar hy schrikt, hy vlucht, hy verbergt zich niet;
en treed, nu volkomen versterkt,
Judas, of liever den dood zelven
onder d' oogen.

Ziet,
zegt hy, die my verraad, en overleveren zal,
is naby.

Hoewel wij Joden van geboorte zijn
en geen zondaars uit andere volken,
weten we dat niemand als rechtvaardige wordt aangenomen door de wet na te leven,
maar door het geloof in Yesjoe de Masjiach.
Ook wij zijn tot geloof in Yehosjoea als masjiach gekomen om daardoor, en niet door de wet,
rechtvaardig te worden, want niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven.

En in ons streven om door hem rechtvaardig te worden, blijkt dat wijzelf ook zondaars zijn.

Betekent dit dat de masjiach dus in dienst staat van de zonde?

Natuurlijk niet: maar wanneer ik weer aanneem wat ik had verworpen,
maak ik van mezelf opnieuw een overtreder.
Want ik ben gestorven door de wet en leef niet langer voor de wet, maar voor G d.
Met de masjiach ben ik gekruisigd: ikzelf leef niet meer, maar de gezalfde leeft in mij.

Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de zoon van g d,
die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven: ik verwerp g ds genade niet;
als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden,
dan zou Yesjoea voor niets gestorven zijn
.

Sjapo vaart voort
in de geest van die tijd
op zijn eigen wijze aan zijn gemeenteleden
in Galatia & Efeze:

van Paulus, door g ds wil apostel van Yehosjoea de masjiach, aan de heiligen in Efeze,
aan de gelovigen die
EEN
zijn in Yesjoea de masjiach, genade zij jullie & vrede van g d, onze Vader,
en van Yesjoe zijn gezalfde, onze heer.
Gezegend zij de g d en vader van onze heer Yesjoe de gezalfde, die ons in de hemelsferen,
in de masjiach, met talrijke zegeningen
heeft gezegend.

In zijn gezalfde immers heeft g d,
voordat de wereld gegrondvest werd, ons al vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn,
en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Yesjoe de gezalfde
ook zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van g ds genade,
ons geschonken in zijn
geliefde zoon.


In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade die g d ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld
:
zijn voornemen om met de gezalfde de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder
EEN
hoofd bijeen te brengen, onder de masjiach.
In hem heeft g d, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld om vanaf het begin onze hope en dope te vestigen op de gezalfde, tot eer van g ds grootheid.


In hem heb jij ook de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van jouw redding, in hem ben jij
door jouw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige geest die ons beloofd is als voorschot op onze
erfenis, opfat allen die hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van g ds grootheid.

Daarom, en ook omdat ik gehoord heb over jullie geloof in Yesjoe, de heer, en over jullie liefde voor alle heiligen, dank ik g d onophoudelijk voor jullie en noem ik je in mijn gebeden.

Moge de g d van onze heer Yesjoe de gezalfde, de vader van alle luister, je een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat je hem zult kennen.

Moge je hart verlicht worden, zodat je zult zien waarop je hopen mag nu hij je geroepen heeft, hoe rijk de
luister is die de heiligen zullen ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van g ds macht is voor ons die geloven
.

Die macht was ook werkzaam in de gezalfde toen g d hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk,
die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult.

Je was dood door de misstappen en zondern waarmee je de weg ging van de god van deze wereld,
de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die g d ongehoorzaam zijn.

Net als zij lieten ook wij alleen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan g ds toorn,
net als ieder ander.

Maar omdat g d zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons,
die al dood waren door onze zonden, samen met Yesjoe levend gemaakt.

Ook jij bent nu door zijn genade gered.

Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen,
in Yesjoe de messias: door zijn genade ben jij nu immers gered, dankzij jouw geloof.
Maar dat dank je niet aan jezelf; het is een geschenk van g d en geen gevolg van jouw daden,
dus niemand kan zich erop laten voorstaan.

Want hij heeft ons gemaakt tot wat we nu zijn geworden: in de gezalfde Yesjoe geschapen om de weg
te gaan van de goede daden die g d mogelijk heeft gemaakt.

Bedenk daarom dat je ~ jullie die eigenlijk door je afkomst heidenen bent en onbesneden genoemd wordt
door hen die door mensenhanden besneden zijn ~ bedenk dat je destijds nog niet verbonden was met de
masjiach, geen deel had aan het burgerschap van Israel en niet betrokken was bij de verbondssluitingen
en de beloften die daarbij hoorden. Je leefde in een wereld zonder hope en dope en zonder g d.

Maar nu zijn jullie, die eens ver weg waren, in de gezalfde Yesjoe dichtbij gekomen, door zijn bloed.

Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden
EEN
heeft gemaakt,
de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken
en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld,
om uit die twee in zichzelf
EEN
nieuwe mens te scheppen.

Zo bracht hij vrede
en verzoende door het kruis beide in
EEN
lichaam met g d,
door in zijn lichaam de vijandschap te doden.

Vrede kwam hij verkondigen aan allen die ver weg waren en vrede aan hen die dichtbij waren:
dankzij hem hebben we allen door
EEN
geest toegang tot de vader.

Zo zijn we dus geen vreemdelingen meer of alleen maar tijdelijke gasten,
maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van g d, gebouwd op het fundament van de apostelen
en de profeten, met de gezalfde Yesjoe zelf als hoeksteen.

Vanuit hem groeit het hele gebouw,
steen voor steen, uit tot een tempel die gewijd is aan hem, de heer,
in wie ook wij samen opgebouwd worden
tot een plaats waar g d woont
door zijn geest.

engel
19 jul 2008 - bewerkt op 19 jul 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende