fitna rode bloedwijn verwildering & verwoestingen?


Anyway,
dit is de diepere zin
van wat in de brief van Sjapo
aan de Romeinen {12}
te lezen staat
met verwijzing naar Devariem {32:35}
ha'azinoe hasjamayim wa'adaberah wetisjma ha'arets imrei-pi;
al-tinakmoe nakam yedidai ki im-tenoe makom larogez ki chatoev
li nakam wesjileem amar
yhwh/elohim


Leen mij je oor,
hemel, nu ik ga spreken,
luister, aarde, naar wat ik zeggen zal!
Moge mijn onderricht neerdalen als regen,
mogen mijn woorden zijn als milde dauw,
als regen die de grond doordrenkt,
lenteregen die het groen in bloei zet.

Want de naam van de Eeuwige roep ik uit:
de Eeuwige is onze g d, laat iedereen hem prijzen!
Hij is als een rots, hij staat voor recht;
alles wat hij doet is volmaakt.
Trouw is g d, rechtvaardig en zuiver,
in hem is geen spoor van kwaad.

Maar zijn kinderen werden hem ontrouw:
tot hun schande gaven zij hun kindschap op.
Vals & trouweloos is dit volk.
Is dit je antwoord aan de Eeuwige?

Hoe kom je zo dwaas?
Waar is jouw verstand?
Is hij niet je vader, jouw schepper?
Hij heeft je gemaakt, hij riep jou tot leven.
Denk aan de tijden van weleer, verdiep je in het verre verleden.
Vraag je vader ernaar, hij zal het vertellen;
vraag de oudsten en zij zullen verhalen!

Toen de Allerhoogste land toewees
aan elk volk en de mensen ieder hun deel gaf,
bepaalde hij de grenzen voor alle volken
naar het aantal nazaten van Yisraeel
{naar het aantal van de zonen van G d},
want voor de Eeuwige gold dat volk als het zijne,
Ya'akov was het deel dat hij zichzelf toemat.
Hij vond het in een dorre woestijn,
in een niemandsland vol van gevaar.
Hij omringde het met zorg en met liefde,
koesterde het als zijn oogappel.
Zoals een arend over zijn jongen waakt
en voordurend erboven blijft zweven,
zijn vleugels uitspreidt en zijn jongen daarop draagt,
Zo heeft de Eeuwige zijn volk geleid, hij alleen:
geen andere god stond hem bij.
Hij legde 't hele bergland voor hen open,
de oogst van het land viel hun in de schoot.
Hij laafde hen met honing uit de rotsen,
met olijfolie uit steenharde rots,
met melk van koeien en geiten,
met vlees van Basjans rammen,
met vet van lammeren en bokken,
met het fijnste bloem van tarwe
en met wijn, het bloed
van druiven
...

Toen werd Yesjoeroen vadsig en vet,
het raakte verzadigd, werd dik en rond.
't Kwam in verzet,
liep weg van zijn schepper,
versmaadde zijn stut en steun,
zijn rots.
Ze tergden hem met vreemde goden,
met gruwelijke beelden krenkten ze hem.
Ze brachten offers aan demonen,
aan goden die geen goden zijn,
goden die zij eerst niet kenden,
nieuwkomers, nog maar net in zwang,
die voor hun voorouders niet eens bestonden.
Jij vergat de G d die jou gebaard heeft,
je verwierp de rots die je
ter wereld bracht.

Toen de Eeuwige zag wat jij deed,
bemerkte hoe zijn kinderen hem krenkten,
ontstak hij in hevige toorn en zei:
"Ik zal me van hen afkeren
en dan eens zien hoe het hun vergaat.
Want dit is een verdorven geslacht,
niemand van hen is te vertrouwen
!

Ze tergden mij met wat geen god is
en daagden mij uit met hun nietige afgoden.
Daarom terg ik hen met wat geen volk is,
ik daag hen uit met een volk zonder verstand.
Als het vuur van mijn toorn is ontstoken
zal het branden tot in het diepste dodenrijk;
het zal de aarde verschroeien an alles wat daar groeit,
het zal de grondvesten van de bergen verteren.
Ramp na ramp breng ik over hen,
al mijn pijlen schiet ik op hen af.
Honger zal hen uitmergelen, de pest hen verteren,
ziekten zullen hen te gronde richten.
Ik geef hen ten prooi aan wilde dieren,
giftige slangen laat ik hen bijten.
Buiten eist de oorlog zijn tol,
binnen heerst de angst voor de dood!
Niemand wordt ontzien,
man noch vrouw,
jong noch oud.

Ik zou hen wel willen wegvagen,
elke herinnering aan hen willen uitwissen,
maar ik vrees de hoon van hun vijanden.
Die zullen immers de feiten verdraaien,
de overwinnign voor zichzelf opeisen
en de hand van de Eeuwige daarin ontkennen.
Zo kortzichtig zijn die vijanden,
het ontbreekt hun aan elk begrip.
Waren ze wijs, dan hadden ze inzicht
en begrepen ze hoe het hunzelf zal vergaan.
Want hoe zouden zij met EEN man
duizend van jullie kunnen achtervolgen,
met twee er tienduizend verjagen,
als de Eeuwige, jullie rots, je niet uitleverde?
Jullie vijanden zullen het erkennen:
de rots waarop zij steunen is niets naast jullie rots.
De wijn die ik hun te drinken geef
is afkomstig van Sedoms wijnstok,
hij komt uit Amora's wijngaarden;
bittere,giftige druiven brengen die voort,
de wijn ervan is vol venijn,
dodelijk als het gif van slangen.

Ik heb dat allemaal bewaard,
het opgeborgen in mijn schatkamers
voor de dag dat ik wraak ga nemen: {mij komt de wraak toe!},
het tijdstip waarop ik hun kwaad vergeld,
wanneer aan hun voorspoed een einde komt.
Want de dag van hun ongeluk is nabij,
het noodlot komt onafwendbaar
op hen af!
"

blozen
engel
27 mrt 2008 - bewerkt op 27 mrt 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende