Waarom kunnen sommige mensen geen genoegen nemen met de dood?
Wat kunnen we zeggen over de actualiteit: over ons 'er zijn' en 'er niet meer zijn'?
Jehova's Getuigen bellen soms bij ons aan om mensen uit te nodigen voor 'de herdenking van de dood van Yehosjoea haNatsri [aka haMasjiach]'. Zijn dood, zeggen ze, betekent voor ons namelijk het leven:
en dankzij deze overtuiging zijn ze niet meer bang voor de dood! Het christelijke Pasen {Pesach}, zegt men, belooft gelovigen een eeuwig leven! Sommigen zeggen, dat Pasen een verhaal is over een innerlijke transformatie: over het overwinnen van je beperktheid, het ontstijgen van alles wat je klein, onvrij en eenzelvig maakt. In die transformatie ervaren ze soms dat er meer ruimte komt voor 'de gezalfde' binnenin ons. Alleen in de meest platte betekenis is Pasen een hoopvol verhaal over leven na de dood, 'wees maar niet verdrietig over de dood want je leeft gewoon door'. Zo kijken ook veel atheisten
tegen het Paasverhaal aan. Dat is jammer en zelfs een beetje kinderachtig? Kinderachtig?
Anderen kunnen zich juist heel goed voorstellen dat mensen vasthouden aan een verhaal over leven na de dood! Nadenken over een voortgezet leven na de dood is heel menselijk. Het is namelijk een logische onmogelijkheid om jezelf dood te denken. Want je stelt je een wereld voor waarin jij er niet meer bent, maar tegelijkertijd ben je er toch, want jij stelt het je voor! En er is nog iets dat de gedachte aan de dood duizelingwekkend maakt. Een soort moreel verzet: de dood hoort er niet te zijn. Alles wat ik beleefd en geleerd heb, dat mag toch niet zomaar verloren gaan? Ik hoor niet 'dood te gaan'!
De dood gaat volgens hen lijnrecht in tegen onze beleving: in onze ervaring heeft onze persoonlijke identiteit een zekere duurzaamheid. Onafhankelijk van alle gedaanteveranderingen tijdens mijn leven,
de verschillende lichamen die ik bewoon, van een kinder- & jongenslichaam tot het lichaam van een man
van middelbare leeftijd, zet zich toch iets van een 'ik' voort, dat zich niets van al die veranderingen aantrekt. Die 'ik' voelt als een bestendige kern die niet aangetast wordt door lichamelijk verval!
Waarom zou die kern dan wel verdwijnen na de dood, als het lichaam helemaal wegvalt?
Maakt deze ervaring een hiernamaals waarschijnlijker?
Nee, absoluut niet. Deze ervaring maakt het alleen begrijpelijker dat zo'n idee ontstaat.
Het is geen onzinnige gedachtengang, ook al is hij dan niet juist.
Het is in zekere zin logischer om in het voortbestaan van 'de ziel' te geloven dan om dat niet te doen?
Zoals het op basis van je eigen waarnemingen ook logischer is om te denken dat de zon om de aarde draait dan andersom. Maar dat maakt het nog niet 'waar'!
Dat de aarde niet het centrum van het heelal is, is inmiddels wel aangetoond.
Strikt genomen klopt dat, het bestaan van een hemel of iets dergelijks is nooit weerlegd.
Maar alles wat we in de moderniteit te weten zijn gekomen over het bewustzijn, ondergraaft het oude concept van een onstoffelijke 'ziel' die ook kan bestaan 'buiten het lichaam'.
We hebben leren inzien dat ons bewustzijn, het ervaren van een 'ik', niet veel meer is dan een bijeffect van het fysiek functioneren van onze hersenen, ook al weten we nog niet precies 'hoe'?
Het levende brein brengt een vorm van zelfbewustzijn voort dat tegen zichzelf 'ik' kan zeggen!
Maar als dat brein niet meer functioneert, of er ueberhaupt niet meer is, dan is die 'ik' er ook niet meer.
Hoe reeel die 'ik' voor zichzelf ook mag zijn & 'aanvoelen'!
Je kunt het allemaal dus ook heel 'anders' zien dan over het algemeen misschien wel 'gebruikelijk' is?!
Andere mensen geloven in een soort van reincarnatie, waarbij er wel degelijk iets van die 'ik' overleeft.
Maar ze hoeven geen troost te putten uit die overtuiging.
De keten van dood en wedergeboorte zien ze soms ook als een voortdurend leerproces, waarbij we alle donkere kanten die bij ons mens-zijn horen, moeten ervaren.
Een min of meer continu proces van schaven en slijpen, om uiteindelijk te worden wie je bent?
Als ik 'terugkom', dan weet ik in elk geval zeker dat ik NIET meer terugkom in dezelfde tijd, in hetzelfde lichaam & met dezelfde mensen om me heen!
Dus ook al blijft er misschien iets van me over: alles wat ik was gaat toch 'verloren'.
Die tragiek blijft godzijdank overeind? Godzijdank?
Ja, het is een jammerlijk misverstand, dat nog in gelijke mate bij gelovigen en ongelovigen is verspreid, dat geloof ook maar iets kan 'verzachten' aan het keiharde besef van de eigen sterfelijkheid, of aan het verdriet om de dood van een ander. Toen mijn moeder overleed bleek ik niets te hebben aan mijn geloof. En daar was ik blij om: religie is kennelijk GEEN gebruiksartikel, dat 'goedkope genade' biedt.
Het meest aangrijpende beeld uit de christelijke traditie is voor mij de
pieta: Miryam met haar gestorven en onterecht om het leven gebrachte zoon op schoot.
Is het ook niet een vreemd beeld, in een traditie die vertelt dat Yesjoea 'verrezen' is?
Die 'verrijzenis' doet niets af aan het verdriet van zijn moeder en al die anderen: de enorme machteloosheid. Daarbij verwijlen is volgens mij een enorme kunst: je houdt toch altijd weer dat kinderlijke verlangen ~ wat zou het niet heerlijk zijn als we dde dood konden wissen uit het systeem?!
Ik denk dat je pas echt menselijk kunt worden als je ziet hoe vreselijk godverlaten deze wereld wel niet is,
en als je het drama van ons aller sterfelijkheid op geen enkele manier meer bagatelliseert!
Weer andere mensen vinden dat nou juist weer iets TE ver gaan?
Het klinkt hun wat TE heroisch in de oren: waarom zouden we geen illusies mogen & kunnen koesteren?
Als aan het einde van de requiemmis het "In Paradisum" weerklinkt, 'mogen de engelen u geleiden naar het paradijs', dan weet ik weliswaar best wel dat 'het paradijs' er niet is, maar TOCH verwoordt die zin precies wat ik op dat moment voel en hoop!


