fides quaerens intellectum e sensu gentium .......


OUT
of Africa:
"AllahoeAkbar" &
de muchomachobonobonale
structuur van al die steeds
wisselende merkwaardige
godsbewijzen
...

Delicious
"bananas" for all &
'waarom dan
wel'
...

"Embedded"
all over the world:
van plattelanden tot wereldsteden
en van achterbuurten tot villawijken ~
wie niet weg is wordt gezien,
tikkertje met verlos, haasje over,
touwtje springen, knikkeren, hoepelen,
rondtollen, hinkelen & pinkelen ~

zo leerde leentje lotje lopen langs de lange lindenlaan:
stapje voor stapje en beetje bij beetje met vallen en opstaan,
op handen en voeten tot en met rennen en vliegen
,
zingend, dansend, juichend en bruisend van overvloed
met de ramshoorn en ook met
schelp, brood, vis,
water en
wijn
...



De
christelijke denkers
die godsbewijzen wilden leveren
bewogen zich in de wetenschappelijke circuits van hun tijd.
Ze beriepen zich op wat destijds als wetenschappelijk acceptabel gold:
als er een algemeen gevoelen is dat iets bestaat,
dan mogen we aannemen dat het bestaat.
Dat heette het bewijs e sensu gentium: 'uit het gevoelen van de volken' ...
In de hellenistische filosofie gold dat ook
voor het bestaan van
de goden!


Het is dus
heel goed mogelijk
dat die beroemde tekst van SjaulPaul uit CD ROM 1:20 waar we het al eerder en vaker over hadden, beinvloed is door dit soort denken?
In ieder geval betekent dit dat de godsbewijzen hun oorsprong NIET hebben in het joodse denken,
maar in het denken van filosofen als Plato, Cicero en Seneca [De Vos '71, 31-56].
Christelijke denkers uit de oude kerk konden zich op de intellectuelen van die tijd beroepen om te laten zien dat het christelijk geloof redelijk is en door verstandige mensen geaccepteerd kan worden.
Alleen stonden ze daarbij voor de reeds gememoreerde moeilijkheid dat ze niet moesten bewijzen dat er 'goden' bestaan of 'een opperwezen',
maar dat er slechts EEN [echte]
'g d' bestaat?


DAT was TOEN
minder moeilijk dan het nu wel lijkt,
want in het hellenistisch pantheon was er reeds een oppergod en dat maakte de overgang van pantheisme naar monotheisme gemakkelijker.
Maar het probleem bleef bestaan dat aangetoond moest worden dat die ENE g d DE g d van de bijbel is:
YaHWeH, schepper van hemel en aarde: die moeilijkheid werd niet opgelost.
Dat blijkt uit het denkmodel dat gehanteerd werd door de knapste koppen die geprobeerd hebben
om al die diverse godsbewijzen te leveren: Anselmus van Canterbury [1033-1109] en
Thomas van Aquino [1224-1274].


Anselmus' uitgangspunt was
dat het geloof vraagt om begrijpen ['fides quaerens intellectum'].
Daarom mag in een godsbewijs geen beroep worden gedaan op bijbel of openbaring,
maar uitsluitend op het verstand? Opmerkelijk is echter dat het geloof niet wordt uitgesloten,
want Anselmus begint met de bewering:
"Wij geloven dat Gij, God, bestaat op een manier dat ten aanzien van dat bestaan niets groters gedacht kan worden!"

ZO doen we dat tegenwoordig niet meer;
we zeggen hoogstens dat we het vermoeden hebben dat iets bestaat,
en dat we proberen daarvoor
het bewijs te leveren.


DAT gaat niet op voor Anselmus,
want HIJ gebruikt voor 'geloven' precies hetzelfde woord dat het Apostolicum gebruikt: CREDO. Anselmus gelooft dus al dat God bestaat, maar denkt dat geloof te kunnen bevestigen door het bestaan van God te bewijzen ...


Dat doet hij
met een denkmodel, niet met empirisch onderzoek!
De vooronderstelling van zijn godsbewijs is de gedachte dat iets wat als het grootste gedacht kan worden, noodzakelijk
bestaat
?


"ALLAHOEAKBAR":
God is de grootste, zegt Anselmus, 'en dus bestaat Gij, Heer mijn God, daar het onmogelijk is te denken dat Gij niet bestaat."


Dat heet
het ontologisch godsbewijs:
God wordt voorgesteld als het hoogste zijn.
Dat is altijd hoger dan elk
empirisch zijn!


Als God
empirisch waarneembaar zou zijn, dan was hij niet het hoogste zijn?
Dit 'bewijs' berust op twee kerngedachten: de eerste is de overgang van denken naar zijn. Voor Anselmus was het evident dat wat in het denken aanwezig is, ook buiten het denken bestaat.
DAN is het logisch om te beweren dat iemand die inziet dat God het hoogste is dat gedacht kan worden, niet kan denken dat Hij
niet bestaat!


DAT veronderstelt
een tweede kerngedachte: zijn is hoger dan niet-zijn.
Die werkelijkheid is als idee in het denken aanwezig: de hoogste idee is God.
Dus God bestaat: er kan [nu] niet [meer] gedacht worden
dat Hij niet bestaat ...


Thomas van Aquino
is op dit punt niet helemaal met Anselmus meegegaan?
Thomas bestrijdt niet de algemene overtuiging dat God bestaat, maar de geldigheid van Anselmus' bewijsvoering: hij heeft twee
bezwaren.


Het eerste is
dat uit het algemeen gevoelen
'dat er een Opperwezen is' niet automatisch volgt
dat de [christelijke] God bestaat in wie Anselmus gelooft.
Het tweede bezwaar is dat iemand, die accepteert dat het Opperwezen dezelfde is als God,
niet meteen daarom ook genoodzaakt is om te denken dat dit Opperwezen
[het 'hoogste wat gedacht kan worden']
ook 'echt bestaat' ...


Thomas bestrijdt dus de aanname
dat van denken geconcludeerd kan worden naar zijn!
Volkomen terecht: we zullen kunnen zien dat dit bezwaar van Thomas de kern vormt van Kant's radicale opruiming van alle godsbewijzen,
OOK die van Thomas
?

Bij Thomas van Aquino
doen de godsbewijzen dienst als een soort van double check,
als een bevestiging van wat al vaststond, namelijk dat er een God is!
Liever dan van godsbewijzen spreekt Thomas van 'vijf wegen' die bewandeld kunnen worden
om aan te tonen dat God bestaat:
ik noem er slechts EEN om het simpel te
houden en ook om twee redenen:
de eerste is dat alle vijf 'wegen' eindigen met dezelfde conclusie:
'en die noemen wij God'!
Dus NIET:
'dat IS God' maar:
'die NOEMEN wij
God!

Het is
voldoende met EEN
voorbeeld te laten zien
dat dit GEEN bewijs is maar louter BENAMING?
De tweede reden is dat deze ENE 'weg' uitstekend past bij het voorbeeld van Weinberg waar we het al eerder over hadden in voorgaande mydiverhaaltjes! Het voorbeeld van Thomas betreft zijn vijfde
weg
: in de godsdienstfilosofische vaktaal heet die wel het teleologisch godsbewijs!
Verondersteld is dat alles wat er in de wereld gebeurt doelgerichtheid [Grieks: TELOS] vertoont?
Doelgerichtheid veronderstelt een actor
die doelgericht handelt ...


DE
HOOGSTE
DOELGERICHTHEID
veronderstelt het bestaan van een hoogste ontwerper
die voor alle doelgerictheid verantwoordelijk is
.
Die hoogste ontwerper noemen wij God, zegt Thomas.
Die redenering is precies dezelfde
als die van design naar
desiger


We hoeven
de bezwaren van W
niet te blijven
herhalen: het is
OOK ZO
[rak kach]
wel duidelijk dat
DIT GEEN
bewijs is
maar slechts een poging om datgene wat geloofd wordt
[tat tvam asi]
aannemelijk te maken voor
het verstand
in{ter}actie

...

@

06 jan 2007 - bewerkt op 24 jun 2008 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 81 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende