Et107A de eerste drijfveer voor SP's contact
MET
DE ROMEINEN
(die SjapoChapeau nog
níet kende) was dat hij graag
hun hulp zou krijgen bij het werk dat hij
in Spanje/Sfarad wilde gaan ondernemen, nu hij geen kans meer zag
om zijn activiteit in het oostelijke bekken van het Middellandse-Zeegebied voort te zetten (ROM. 15:23-24, 28, 32)!
Maar er was ongetwijfeld nog een tweede beweegreden die Sja'oel Paulos beleefdheidshalve niet openlijk uit kon spreken,
maar die het sturen v/d hogere catechismus aan de Romeinen rechtvaardigde: de bedoeling was namelijk om de gelovigen ervan
te overtuigen dat zij zich in een hechte Gemeenschap moesten gaan organiseren!
Het schijnt dat de christenen van Rome in díe tijd nog níet tot een kerk waren verenigd en dat de apostel der heidenen aan deze situatie een eind wilde maken teneinde ZÓDOENDE een steviger steunpunt in de hoofdstad te krijgen en te behouden?
Sinds in het jaar 49 de joden úit Rome waren verdreven, was het, wegens het verstrijken der jaren en de vervanging van Claudius door Nero, voor de omvangrijke joodse kolonie in de hoofdstad mogelijk geworden om daar terug te keren! Die joodse kolonie telde tienduizenden personen en was in geen enkel opzicht een eenheid, omdat de leden ervan uit diverse streken kwamen, overal in de uitgebreide agglomeratie verspreid waren en er in tientallen synagogen bijeenkwamen.
't Christelijk euangelie dat misschien ook al vóór 49
tot enige spanningen i/d synagogen had geleid
(zie ook:
Suetonius, CLAUDIUS 25:4
waarin sprake is van twisten onder de joden van Rome
impulsore Chresto),
WAS ONGETWIJFELD AL HEEL VROEG
DOOR JOODSE HANDELAREN IN DE HOOFDSTAD GEBRACHT
EN WAS NOG NIET VEEL VERDER GEKOMEN DAN DE KRIJGEN DICHTBIJ BEPAALDE SYNAGOGEN:
ER MOESTEN DUS IN ROME VERSCHEIDENE GROEPEN CHRISTENEN ZIJN DIE NAUW MET DE SYNAGOGEN
IN DE VERSCHILLENDE STADSWIJKEN VERBONDEN WAREN EN DIE ONDERLING
NOG NAUWLIJKS CONTACT HADDEN?!
Je kunt inderdaad vaststellen dat SP, tegen zijn gewoonte in, zijn brief nu níet richt aan 'de kerk van Rome', maar aan 'alle geliefden G ds die in Rome zijn' (Rom. 1:7) & dat hij nog nergens in zijn brief de term 'kerk' gebruikt, behalve in hoofdstuk 16 (1, 4, 5, 16 & 23!), waarbij het hoogst twijfelachtig is òf dàt hoofdstuk wel tot de oorspronkelijke tekst behoort!? Men heeft trouwens al vaker naar voren gebracht dat deze brief uiteenzettingen bevat die bestemd zijn voor christenen van joodse origine, maar óók voor anderen, waarbij men duidelijk christenen van heidense origine op 't oog had! Omdat er geen spoor te vinden is van een confrontatie tussen twee groepen die bìnnen eenzelfde gemeenschap met elkaar in conflict zouden zijn geweest, komt men ertoe te denken
dat de Romeinse christenen verdeeld waren in stadswijken, die alle totaal verschillende
relaties met de dichtstbijzijnde synagige
hadden en die onderling slechts
sporadisch contact hadden!
Waarover later wellicht
MÉÉR?
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende