*
Ik
heb al
wel eerder
en vaker
MAT 18 [1-4]
aangehaald
als voorbeeld
van een perikoop
die gebruikt kan worden
om Yesjoea's bezorgdheid
voor de machtelozen
[hij riep een kind,
enzovoort] te
illustreren.
IN
het huidige
evangelie staat
echter de inleiding
"In die tijd",
wat wijst op een
chronologisch
kader.
Die
woorden
zijn wellicht het kader
dat de uiteindelijke auteur eraan
gegeven
heeft?
MATTAI
plaatst de passage
over het 'worden als kinderen'
vrij laat in 'zijn mydiverhaal',
net drie hoofdstukken
VOOR de intocht in
Yeroesjalayiem.
Ze volgt
meteen op de discussie
over de 'tempelbelasting',
een discussie die volgens Mattai
in Kfar Nachoem plaatsvond
[MAT 17:24-27]
...
Marcus plaatst
diezelfde passage OOK achteraan
en situeert ze OOK in Kfar Nachoem
[MARK 9:33-37] maar NIET
na de geschiedenis met de tempelbelasting
want DIE
heeft HIJ
niet!
Lucas
plaatst de perikoop over het kind
tamelijk VOORAAN in zijn evangelie,
tien hoofdstukken VOOR de intocht
in Yeroesjalayiem
[LUCK 9:46-50].
Er is geen enkele reden
om te denken dat EEN van die auteurs
precies WIST
wanneer Yehosjoea gesproken had
over het 'worden als een kind'
of welke omstandigheden die uitspraak
hadden uitgelokt?
Waarschijnlijk
heeft IEDER van hen
DIE uitspraak DAAR gezet waar HIJ ze
het liefst had!
MATTAI's
uitdrukking
'in die tijd'
klinkt
als een biografische verklaring,
alsof de auteur WIST
dat Yesjoe de uitspraak over het kind
gedaan had
naar het einde toe
van zijn openbaar leven
en meteen NADAT
men hem ondervraagd had
over de tempelbelasting?
Dit
komt gewoon
GOED UIT in "HET" 'mydiverhaal'
van dat moment ...
Mattai
heeft een passage genomen
van een onbekende bron
[de perikoop over de tempelbelasting]
en ze VOOR
een passage van Marcus
[de perikoop van het kind]
geplaatst.
Hij heeft
die twee verbonden
met 'in die tijd'
opdat het geheel de indruk zou geven
van een samenhangend verhaal:
in feite WETEN we NIET
waar we DEZE gebeurtenis in het leven
van Yehosjoea moeten
plaatsen ...
En nogmaals:
al deze mydiverhalen
gaan NIET in de eerste plaats
over 'religie' of 'godsdienst',
'geschiedenis' & 'algemene ontwikkeling'
of wat voor 'zijweg' dan ook,
maar over ONS EIGEN mydibestaan
van Elckerlyc in het Alledagsland
van de Lage Landen aan
de Noordzee!
Vanaf
het allereerste begin
tot en met de laatste zucht/schreeuw
[of geeuw] die ik slaak
gaat 'het' [telkens weer!]
over 'mijn eigen leven'
en dat van alle mensen op aarde
tussen het 'naar beneden komen' uit de machochimpbomen
en de beau-nobeaubordelen van de huidige wereldsteden
en ALLE situaties
'daartussenin':
'het' gaat dus ook
net zo goed over 'iedere mydi'er'
als de meeste andere mydiverhaaltjes
die we plegen op te krabbelen
in ons gezamenlijke
cyberspeciale
'tijdschrift'
dat we
mydi
noemen.
~

~
















