& 't land bracht vruchten, groenten, dadels, vijgen & olijfolie voort, er was 'n overvloed aan wijn & sommige wijnen werden geëxporteerd terwijl de joden ook rundvee, schapen & geiten fokten: werk was eerzaam & de wijzen spoorden de vaders aan hun zoons 'n vak te leren zodat er altijd wel steenhouwers, timmerlieden, kleermakers, wevers, spinners, bakkers, looiers, koks, veemesters, artsen, kappers, jagers en vissers, imkers, smeden, pottenbakkers, glassmelters enzovoorts te vinden waren waar die nodig waren. Nòch in de bijbel, nòch in de talmoed worden joodse beeldhouwers in Judea vermeld. Er waren wel schilders, maar die schilderden meestal nog geen portretten, uit 'n vrees om 't tweede gebod te overtreden (je zult je geen beelden maken om die te aanbidden of je ervoor neer te buigen)!
Op maandag & donderdag, de tweede & de vijfde dag van de week was er markt: je bracht je produkten, 't werk van je handen, naar de markt in de dichtstbijzijnde plaats of stad. Duizenden stroomden er keer op keer binnen uit de hele diaspora - joodse gemeenschappen in de talloze landen buiten het land Israël - om pelgrimsfeesten e.d. te kunnen vieren ÈN de handel werd zo ook gestimuleerd. Over iedere aankoop van produkten, elke overdracht van goederen, alle slavenaankopen & stukken land, hieven de Romeinen hun belastingen ...
Die belastinginning werd verpacht aan bieders: bij de regering in Rome bracht je een bod uit op de commissie die je wilde verkrijgen voor de belastinginning in een gebied van het Romeinse 'wereldrijk'. Als jouw bod 't beste was, kreeg je 't gebied toegewezen voor 'n periode van vijf jaar: als je meer ophaalde dan 't bedrag dat door de regering werd vastgesteld, mocht je dat houden naast jouw commissie & zo accepteerde men soms/vaak ook steekpenningen van een rijke die zijn aanslag niet (helemaal) wilde betalen & de onbeschermde armen legde je de duimschroeven aan om zoveel mogelijk van hen binnen te kunnen gaan halen als maar mogelijk was zonder oproer uit te lok-ken. Wie niet kon betalen werd verkocht als slaaf & land & goed verbeurd verklaard. De joden noemden de belastingpachters zondaars en haatten hen! Je kon rijkworden als belastingpachter & velen werden zo zelfs zéér rijk. Ook was er altijd wel ergens emplooi voor hoeren & tollenaars, bewakers, vrachtdragers, struikrovers, horecavisten

of kwakzalvers, handopleggers

veehoeders & immigranten ...