Men lere hier
zich voor en buiten recht,
rechtvaardig en G dzaliglijk gedragen:
hoe verfoeilijk zijn valsche getuigen en getuigenissen, die onschuldigen schuldig maken!
Maar hoe beminlijk is waarheid in hart en mond!
Dit is een der kentekenen van eenen waaren hemelborger, die op den waaren berg Tsions,
en in 't huis G ds wonen en verkeren mag, dat hy de waarheid met zijn harte, en niet met de lippen alleen, niet geveinsdlijk, spreke, dat hy oprecht wandele, en gerechtigheid werke. Alle valschheid en bedrog, is uit den boozen, en eigen aan kinderen der duisternissen
Die vrijgemaakt zijn van de slavernij des Satans, en banden der ongerechtigheid,
moeten de logen en valschheden schuwen,
als eigene werken des Satans.
Die zulks doet,
vreest geen geweld, maar staat pal
tegen alle vervolgingen, en toeleg der logen.
Niets is sterker dan de waarheid; die kan 't licht verdragen, en beschaamt alle listen en bedriegerijen.
Bedriegers en logenaars verbergen zich, en zoeken de duisternissen: die oprecht handelen,
beminnen den dag, en stralen heerlijker door,
hoe zy listiger belogen,
en vervolgt worden.
Ziet dit
in JC en de valsche getuigen.
Hoe zeer ook de G dloozen zich verheffen, en verheugen in 't verdrukken der Gelovigen,
en belijders der waarheid, noit zal de logen de waarheid t' onderhouden.
Psalm 15 zegt 't ongeveer zo:
"Eeuwige
[Yhwh: komende aanwezigheid wordende in ons],
wie mag gast zijn in jouw tent, wie mag wonen op jouw heilige berg?
Wie de volmaakte weg gaat en doet wat go{e}d is, wie oprecht de waarheid spreekt!
Zij doen aan lasterpraat niet mee, benadelen een ander niet en drijven niet de spot met hun naasten!
Zij verachten wie geen achting waard zijn, maar eren wie ontzag hebben voor de Eeuwige 'kawio'! Hun eed breken zij niet, al brengt het hen nadeel, voor een lening vraagt hij geen rente,
hij verraadt geen onschuldigen!
Wie zo doet,
komt nooit ten val!"
Zijn wy een schouwspel
voor weereld en weereldlingen:
zijn wy als uitvaagsels en afschrapsel van allen, 't is maar voor een wijl;
't is maar eene wolke, die haast
verdwijnen zal.
Die met Mosjiach lijd,
zal met de Verlosser verheerlijkt worden,
de deugd kan gedrukt, niet onderdrukt worden.
Ziet maar, dat gy niet als misdaadigen lijd.
Yehosjoea leed, rechtvaardig zijnde voor ons onrechtvaardigheden,
en zouden wy schromen,
zouden wy weigeren
voor hem te lijden?
Het bloed der martelaaren
is van ouds het zaad der Kerke;
en die getrouw is tot den dood, heeft de toezegginge van de kroone des levens.
Of zoals Sjapo 't zegt in z'n eerste brief aan Korinte {4} rond 't jaar 55 {?}:
"Volgens mij heeft G d ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof wij ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden.
Wij zijn dwaas omwille van Christos, terwijl jullie dankzij Christos zo geweldig wijs zijn; wij zijn zwak, terwijl jullie zo geweldig sterk zijn; jullie staan enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht.
Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we;
worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk.
Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld,
het uitvaagsel van de mensheid!"