Echte liefde en totale waanzin: totaal anders
Die
'vurige wagens
en ruiters van Israel'
ongeveer 2800 jaar geleden?
Dezelfde obsederende woorden
zullen weer gesproken worden als
Elisja sterft:
- Toen
Elisja de ziekte
kreeg waaraan hij zou sterven,
kwam Yoasj, de koning van Israel, tot hem
en weende voor hem en riep:
"Mijn vader, mijn vader!
Wagens en ruiters van Israel!"
- En Elisja zei tot hem:
"Haal boog en pijlen!";
hij haalde voor hem boog en pijlen.
Toen zei hij tot de koning van Israel:
"Span de boog!";
en hij spande hem.
Elisja legde zijn handen op die van de koning.
En hij zei:
"Open het venster naar het Oosten!";
hij opende het.
Toen zei Elisja:
"Schiet!"; en hij schoot.
En hij zei:
"De pijl van de overwinning van de Heer, ja, de pijl van de overwinning
op Syria [ARAM]!
Want u zult strijden tegen de Syriers {Arameeers} bij Afek
totdat u hen afgemaakt hebt!"
(2 KON 13:14-17)
Elisja sterft
maar Yoasj overwint Haza'el!
Dit is de scene die zo'n enorme indruk maakte op de Engelse dichter
William Blake:
"Bring me my Bow of burning gold:
my Arrow of desire:
my Spear: O clouds unfold!
Bring me my chariots of fire!"
Blake vermengt, in zijn "Milton", de sterfscenes van Elya & Elisja en
veroorlooft zich nog andere vrijheden,
maar het is een oprechte reactie op het onderliggende gevoel
in deze twee scenes van diepe en wanhopige drang,
een soort paniek in het aangezicht van
een naderende ondergang ...
Blake had blijkbaar precies dat gevoel
over het Engeland van zijn tijd
en slaagt er feilloos in
het geschiktste moment uit de bijbelse geschiedenis
te vinden ...
Net als vaderschap
en het bijbehorende motief van tederheid,
komt dit moment van twijfel ter sprake,
maar niet meer dan dat.
En voor het einde van Koningen zien we een weerlegging.
In 2 KON 19:10-25 weerlegt de profeet Yesjajahoe eigenlijk Elya's wanhoop en Elisja's paniek!
Vol vertrouwen doet hij de juiste voorspelling
dat de Assyrische invaller Sancheriv {de Assyrier die in Byrons gedicht
'aankwam als een wolf op de schaapskooi'}
in Yeroesjalajiem
een ramp zal overkomen!
In het orakel dat Yesjajahoe bij die gelegenheid uitspreekt,
pocht de Heer dat Sancheriv niets ander heeft gedaan
dan wat de Heer gepland had:
- Door uw gezanten hebt u mijn Heer gelasterd.
Want u dacht:
"Door de menigte van mijn strijdwagens,
ben ik het die de hoogste bergen van de Levanon,
en zijn meest verheven ceders heb geveld,
de keur van zijn cypressen,
en tot zijn meest afgelegen schuilhoek ben ik doorgedrongen,
zijn dichtste woud.
Ik ben het die het water van vreemden put en drink;
ik droog met mijn voetzolen
alle stromen van Egypte op!"
- Hebt u het niet gehoord?
Lang tevoren heb ik deze zaak beraamd,
ik heb het lang geleden bedacht,
en nu het ik het volbracht,
en het is gekomen,
door versterkte steden te verwoesten
tot verlaten puinhopen. -
Deze filosofie,
of theologie, van de geschiedenis,
die bijzonder dominant is in het Deuteronomystieke geschiedwerk,
zal zelfs erna nog betrekkelijk dominant zijn.
Maar de scepsis erover zal geleidelijk toenemen;
en we kunnen het vage gloren van deze scepsis zien in de
antitheofanie die Elya waarneemt bij de berg Horeb
en de openbaring aldaar van gebeurtenissen die niet zullen plaatsvinden.
Wat deze achter de camouflage verborgen scepsis zo krachtig maakt,
is het feit dat de Heer, en niet Elya,
er uiting aan geeft.
Hij is het die zichzelf verwijdert uit de wind,
de aardbeving en het vuur,
en hij is het die in het zachte suizen een toekomst gelast die
{zoals hij weet?} niet zal komen.
Israel was zich al
tot twee afzonderlijke rijken aan het ontwikkelen -
het eigenlijke Israel in het noorden en Yehoedah in het zuiden -
toen David erin slaagde deze ontwikkeling om te keren en de twee te
verenigen in zijn pas veroverde hoofdstad Yeroesjalajiem.
De herinnering aan de verandering wordt bewaard in
Psalm 78:67-68:
- Hij versmaadde het geslacht van Yosef,
en verkoos de stam van Efra'im niet.
Hij verkoos de stam van Yehoedah,
de berg Tsi'on, die HIJ liefhad. -
Psalm 78
bevat ook een van de vele toespelingen in TeNaCH op de verwoesting
van SILO, een gebeurtenis die in geen enkel verhaal expliciet
bewaard is gebleven ...
De eerste vier boeken van het Deuteronomystieke geschiedwerk
- Yoshoe'a, Richteren en 1 & 2 Samu'el -
verhalen ruwweg over de opkomst van Yehoedah en
de duidelijke toename van de materiele en politieke macht
van beide koninkrijken,
ondanks hun rivaliteit.
De twee boeken der Koningen echter,
die na Davids dood beginnen,
verhalen over de neergang vanaf het hoogtepunt naar
chaos en verdoemenis.
Sjlomo, een van Davids zonen, wordt koning,
bouwt een tempel die hij wijdt aan de Heer,
en brengt zijn volk tot een staat van rijkdom en macht
die korte tijd de normen van David overtreft.
Maar Sjlomo verkrijgt ook een kolossale buitenlandse harem
en zijn vrouwen zetten hem aan tot verering
van buitenlandse goden.
Na zijn dood leidt Yaravam, zoon van Nevat, een Efra'imiet,
een opstand van noordelijken tegen de Yehoedese davidische dynastie.
De uitroep van de rebellen in 1 KON 12:16 luidt:
- Wij hebben geen deel aan David,
en geen aandeel aan de zoon van Isa!
Naar uw tenten, Israel!
Zorg nu voor uw eigen huis, David! -
Salomo's erfgenaam, Rechavam,
probeert het noorden EN het zuiden achter zich te scharen;
hij gaat naar het oude Sichem,
het symbolische centrum van het noorden en de geboorteplaats van de natie, om zich daar te laten kronen,
maar tevergeefs!
In de rest van Koningen nemen de verspreiding van afgoderij
en de verering van buitenlandse goden,
die onder Salomo toegenomen zijn,
een nog hogere vlucht!
Afvallige
koningen van Israel, het noorden,
worden steevast vergeleken met Yaravam;
in Yehoedah, het zuiden, steevast met Rechavam.
Met name tegen het einde van Yehoedah's onafhankelijke bestaan
zijn er uitzonderingen: Hizkia & Josia.
Zij pogen hervormingen door te voeren;
Josia wordt door veel historici in verband gebracht
met het latere overwicht, zo niet met het eigenlijke schrijven,
van het Deuteronomysterische geschiedwerk zelf!
En temidden van al die corruptie van de koningen en de leugens
van de vele valse profeten blijft men de stemmen horen
van een handjevol verbondsgetrouwe profeten
zoals Elya, Elisja en - tegen het einde - Yesjayahoe,
die in vurige bewoordingen
protesteren.
Maar
aan de uitkomst is nooit getwijfeld?
In 722 voor Christus nemen de Assyriers Samaria {Sjomron} in,
de hoofdstad van Israel {2 KON 17};
in 587 voor Christus nemen de Babyloniers Yeroesjalajiem in,
de hoofdstad van Yehoedah {2 KON 30};
en een 'goddelijke' onderneming,
die volgens de bijbelse telling langer dan duizend jaar duurde,
eindigt met verwoesting, slachtpartijen en
een smadelijke verbanning ...
ZO zal het ALLE rijken blijven vergaan:
de hoogmoedigen zullen vallen en de nederigen opgericht worden?
HET hoofdthema van ALLE boeken:
- Al kletst de Sterrenreklame en de Politpropaganda je de oren van je kop:
als ik geen echte liefde ken,
ben ik niet meer dan een misthoorn
of een alarmsignaal!
- Al kon ik in de toekomst zien,
en al ken ik alle geheimen die er maar zijn en weet ik alles wat er maar
te weten valt, en heb ik volmaakt geloof in mijzelf om bergen te verzetten:
als ik geen echte liefde ken,
ben ik niets!
- Al geef ik al wat ik bezit aan de armen, en al offer ik mijn lichaam en
mijn geest op aan de dood:
als ik geen echte liefde ken,
helpt het niemand iets!
- Echte liefde is geduldig, vriendelijk en niet jaloers!
Echte liefde vervalt niet in grootspraak en doet niet trots en verwaand;
is niet grof en zelfzuchtig,
wordt niet constant prikkelbaar en rekent het kwaad niet aan!
- Echte liefde verheugt zich niet over onrecht, maar vindt haar vreugde
alleen in waarheid!
- Zij geeft nooit op:
maar blijft geloven, hopen en verdragen!
- LIEFDE houdt nooit op te bestaan!
Blijde boodschappen zullen verstommen:
reklame en propaganda zullen verdwijnen en aan alle drukte en kennis
komt ooit een einde,
want ons kennen is beperkt en ons verstand zal nooit alles kunnen bevatten wat er allemaal te weten is ...
- Maar wanneer volmaakte liefde komt, verdwijnen alle zorgen!
Toen ik nog een klein kind was,
sprak ik als een kind, dacht ik als een kind en redeneerde ik als kind!
Eenmaal volwassen geworden,
legde ik mijn kinderlijke manier van doen af ...
Wat we nu zien, zijn als vage beelden in een beslagen spiegel,
maar ooit zullen we oog in oog staan met echt inzicht en begrip ...
Nu is mijn kennis nog beperkt, maar DAN zal ik kennen zoals
G*D ons kent ...
Intussen blijven deze drie mogelijkheden openstaan voor wie maar wil:
geloof in het goede, hoop op rechtvaardigheid en het invoelingsvermogen
van de liefde?
Daarvan is de liefde
het belangrijkste!

























Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende