Hoe zoud ook de vader den zoon lief hebben, en zijne heerlijkheid laten bezwalken?
Dit zag men al vroeg, en by de menschwerdinge van JC want is hy gering en veracht,
in een beestenstal geboren, en als een verschoveling der menschen, buiten de herberg of rustplaats, heen gewezen, de hemellingen zullen tonen, hoe groot dit klein kind ware, en volvrolijk uitgalmen:
Eere zy, of is, Gode in de hoogste hemelen, en vrede op aarden, in den menschen een welbehagen.Word hy even na zijne geboorte, van den heersch- en bloed-zieken Herodes gezocht,
om hem 't leven t' ontroven; een engel zal Yoseef, zijnen plicht-vader, dien toeleg ontdekken,
en aanmanen, het dreigend gevaar in Egypten t' ontvlieden,
terwijl de landstreek van Beth Lechem in een bloedbad staat, en Rachel, hoewel in 't graf,
die wreeden kindermoord moet betreuren.
Is hy door Yochanan (de doper) gedoopt, en in zijn leeraarampt ingewijd; de hemelen,
op dat men niets aardichs noch gerings van dien dopeling zoud denken, de hemelen worden geopent,
tot bewijs, dat zijne leer hemelsch was, en de vader roept uit met de duidelijke woorden:
deeze is mijn zoon, mijn geliefde, in welken ik mijn welbehagen heb,
en de geest daalt op hem neder, om dat hy met den geest gezalfd moest zijn.
Word hy van den satan in de akelige woestijn verzocht, en na een veertigdaagsch vasten,
en prikkelenden honger, tot godverzoeking aangezet, hy verijdelt niet alleeen de listige aanvechtingen,
tot blijk, dat hy den satan den kop vertrappen moet, maar ziet de h. engelen komen uit den hemel,
en dienen hem als hunnen heer, op wiens bevel en wenk zy dienstvaardig staan.
Maar wat behoeven wy alle deeze voorvallen op te halen, om eene waarheid te bekrachtigen,
die in zijn gantsch leven, en nog onlangs in Gethsemane, middagklaar gebleken is?
Treed maar op den kruisberg, ziet daat Yesjoea, zo oit en ergens, van alle heerlijkheid beroofd,
aan 't kruishout vast gehecht, met nagelen doorboord, met bloed bemorst, en tot overmaat van smerten,
van ieder gehoond, gesmaad, gelasterd; zelfs van de moordenaars,
tusschen welken hy aan 't kruis hangt, als de snoodste der menschen.
Hier, hier was zijn glants verdoofd: hier trok die heilzon de schitter-straalen van godheid in:
hier was hy een worm en geen mensch: hier moest hu jooden en heidenen zien woeden:
hier moest hy sommigen hooren smalen op zijne deugd en onkreukbaare godvrucht:
hier moest hy van de priesters, farizeen, oudsten des volks, en van ter dood-verwezene moordenaars,
zelfs horen:
anderen heeft hy verlost, hy kan zich zelven niet verlossen.
Indien hy de koning Yisraeels is, hy kome van 't kruis.
Hy heeft op god betrouwt, dat die hem redde, want hy heeft gezegt,
IK BEN GODS ZOON!
Bijna
niets is
meer symbolisch kenmerkend
voor de staat waarin de mens zich telkens weer blijkt te bevinden.
Al die verhalen samen vanaf 't begin in de paradijselijke tuin van Eden
tot en met de apocalyps @ Har Megiddo
zijn illustraties van duizenden jaren
profetische woorden,
psalmen & gezangen over
"DE MENS"
in ieder van ons,
vanaf het begin der tijden
& talen, tot en
met onze reis
door 't
heelal
...

