't
Komische aan
alle ontwikkelingen v/d
afgelopen duizenden jaren is
aan de ene kant
de ononderbroken
lijn die loopt
van toen tot nu
& aan de andere kant
de opname van steeds weer
nieuwe invloeden
van her & der &
van heinde & verre:
je begint met de fantastische veronderstellingen
van ooit
en "eindigt" met ons hier
en nu.
In
het begin
"zweefde de geest
g ds" over de wateren
volgens de mydiverhaaltjesvertellers en aan
't einde "verwachten we dat 't leven op aarde
zich elders in 't heelal voortzet"
als de tijd daarvoor
rijp is?!
Met
betrekking tot
de Logos komen
dezelfde tradities voor in
enkele Aramese vertolkingen v/d boeken v. "Mosjeh",
de targums genaamd.
In deze beoeken,
die onder meer uit Palestina afkomstig zijn,
spreekt en handelt {"verschijnt"}
de HEER
steeds weer door zijn
Memra ~ dit is Aramees voor het Woord,
ofwel
de Logos?!
Sommigen
ontkenden dat
Memra i/d targums
met
davar in die aangehaalde oud-testamentische teksten overeenkwam
met Philo's
Logos.
Hun argument was dat
dabar in dergelijke OT-teksten
niet werd vertaald met
memra maar met
pitgama of
milla.
Maar als we
de overeenkomsten zien
tussen de in het Grieks geschreven
vroegjoodse geschriften waarin "G d" door z'n
Logos optreedt
& de latere targums waarin in dezelfde teksten sprake is van zijn memra
is zo'n ontkenning niet langer houdbaar! Volgens enkele targums brengt de Memra v/d HEER
'schepping' tot stand zoals in
GEN 1:3 - 2:3.
bereesjiet bara elohiem eet ha sjamayien we'eet haarets; weha'arets hayetah tohoe wavohoe we chosjech al-penei tehoem weroeach elohiem merachefet al-penei hamayiem Aan 't begin is 't 'g d' die hemel & aarde 'schept':
creatie van al wat er is via het Woord van zich ontwikkelende mensen:
toen was de aarde nog woest/onbegroeid & doods/leeg & de duisternis/onkunde/bewustloosheid
lag nog over alle peilloze afgronden
terwijl 'g ds geest'
{volgens de oermens}
over de eindeloze watervlakten aan
't 'zweven' was!
Het bleef dus onzeker in zo'n tekst
of evolutie 'zomaar' ontstond en/of waar zoiets als 'n 'g d'
al of niet vandaan kwam.
wayomer elohiem yehie-or wayehie or; wayaer elohiem eet-haor kie-tov wayavdal elohiem bein haor oevein hachosjech "G d" 'zegt licht'
& 'het is er':
'g d ziet 't licht' & noemt 't
met die naam
~
zoiets geeft 'n goed gevoel!
De mens begint verbaal onderscheid te maken
tussen alles wat we tegenkomen:
zodra je in staat bent om wat je ontdekt te verwoorden
kun je het leren
'hanteren'
...
Die
'schepping' bestaat
dus uit 't onder woorden brengen
van alles 'wat er is'
& 'aan 't worden is':
ons aller
dromen blijkt 'te bestaan'
~
we ontdekken 'de werkelijkheid' met eigen ogen,
oren, woorden & 'hersenverbindingen' tot op de mydidag van vandaag!
WOORD
=
milah,
davar,
tevah &
feroesjzodat we veronderstellen,
vergelijken, benoemen, naamgeven
met woorden aan alle 'dingen' door middel
van onze tong/taal {
lasjon},
door middel van geluidmaken
scheppen we alles wat we
tegenkomen
...
Het
komt tot
stand zodra we
het onder woorden brengen,
uitdrukken,
'n naam geven,
'we doen ontstaan'!
Wetten/rechten
ontstaan doordat we onder woorden leren brengen wat we met al benoemde dingen doen!
Ding & woord vormen een geheel waar we wat mee aankunnen,
wat we kunnen overbrengen
aan elkaar
...
We
brengen zo
op den duur
al die woorden onder
in woordenboeken
{
milon}
met woordenlijsten
{
miliem}:
er ontstaat 'in 't paradijs' der 'holenmensen'
'n woordenrijk via die woordenschat
zodat we ook 'n
woordenstrijd kunnen aangaan met elkaar,
we gebruiken die woordenvloed om elkaar te overtuigen
door middel van woordenwisselingen
{woordkeus/woordschikking/woordspel{l}ing}
& zo ontstaat onze wordingsgeschiedenis
in woorden.
Via
die ta{a}l{en}
Aramees/Hebreeuws/Arabisch
e.d. hebben we zo associatief de hand gelegd
op de ontstaansgeschiedenis van mensen
die leren woorden te hanteren om werelden te
scheppen, te vormen, mee te doen ontstaan
& er verder mee
aan de slag
te gaan.
Het
is dus
geen ingewikkeld/moeilijk/zwaar/ondoorzichtig
geval van bijgelovigheid ofzo,
maar doodgewoon 'vertalen',
onze taal
benutten om dingen namen te geven
met mimiek, gebaren, handen, voeten & 'kunst',
'verdichting' in gedichten,
zang & dans.
We
'omhullen' alles
wat we 'ontwaren' met 'mantels'
van woorden: dat is de schat in
de akker van ons brein:
letterlijk & figuurlijk
leren omgaan
met alles
waarmee we
te maken
krijgen.
En
toen was
er koffie [met
een koekje]!



