Driehoeksverhouding: onnatuurlijk?
SPREUKEN
7:6-20:een lange toespraak
gericht tegen de losbandige vrouw,
verandert al snel
in een ooggetuigenverslag
van een verleidingspoging,
gezien door een
getralied raam!
WIE
spreekt hier?
Natuurlijk
kan een man
een verleidingspoging door
een getralied raam
zien ...
Maar
in een maatschappij
in het Nabije Oosten,
waar opsluiting van vrouwen
gebruikelijk was
{IS?!},
is dit precies
de meest waarschijnlijke uitkijkpost
van waaruit een respectabele vrouw
zo'n scene
kon zien?
Daarom
is het gemakkelijk voor te stellen
dat 'mijn zoon'
door zijn moeder gewaarschuwd wordt
tegen losbandige
vrouwen!
De 'spreuker' stelt zich
zeer gewaagd
een vrouw
van haar eigen sociale klasse voor,
een vrouw die getrouwd is
met een tamelijk
rijke man,
die ze
terwijl hij weg is
bedriegt door
een jonge vreemdeling
te verleiden
...
Wie
anders dan een moeder
kan zich zo goed voorstellen
wat een vrouw van middelbare leeftijd
tegen een 'onschuldig' iemand
als haar zoon
zou zeggen?
- "DOOR
het raam van mijn huis,
door mijn tralievenster,
keek ik naar buiten en zag onder de onnozelen,
bemerkte onder de jongemannen een onverstandige knaap ...
Hij liep over de straat, dicht bij haar hoek,
en sloeg de richting van haar huis in,
in de schemering van de avond,
in het holst van
de nacht ...
}{
Een vrouw
komt hem tegemoet,
gekleed als een hoer, en vastberaden!
Zij is bedrijvig en ongedurig;
ze is nooit thuis?
}{
Nu eens op straat,
dan weer op de pleinen,
ze ligt bij elke hoek
op de loer!
}{
Zij grijpt hem vast en kust hem;
schaamteloos zegt zij tot hem,
"Ik moest een welzijnsoffer brengen;
vandaag heb ik mijn geloften ingelost!
Daarom ben ik naar buiten gekomen voor jou,
om jou te zoeken, en ik heb jou gevonden!
Ik heb mijn ligbank bedekt met dekens,
van gekleurd Egyptisch linnen ...
Ik heb mijn bed
besprenkeld
met mirre, aloe en kaneel!
KOM, laten wij ons verzadigen aan de liefde tot morgen,
en behagen scheppen in het liefdesspel!
Want de heer des huizes is weg;
hij heeft een verre reis ondernomen,
en zal pas tegen het midden van de maand
thuiskomen!" -
Er is,
behalve het getraliede raam,
nog een reden om aan te nemen dat deze passage
door een vrouw geschreven is?
De schrijver,
die weliswaar duidelijk zeer verontwaardigd en kritisch is,
heeft toch niet de soort lichamelijke afkeer
die de profeten zo vaak lijken te hebben
bij alleen al de gedachte aan een vrouw die seksueel opgewonden is?
DEZE schrijver ziet de losbandige vrouw, met al haar fouten,
als een medemens,
en niet zoals Jeremia haar zou zien, als een bronstig beest
in YIR 2:24:
- "Een wilde ezelin,
gewend aan de woestijn,
in haar bronst snuift zij de wind op!
Wie kan haar lust beteugelen?
Wie haar zoeken behoeven zich niet te vermoeien;
in haar maand zullen zij
haar vinden!" -
Voor de profeten
zijn metaforische en letterlijke prostitutie,
mannelijk en vrouwelijk, onscheidbaar,
en niet zonder reden?
Als Jeremia deze aanklacht tegen Israel vanwege de Ba'al-verering
begint met de woorden:
"OP elke hoge heuvel en onder elke groene boom ging u languit liggen en
pleegde u ontucht!"
{{in YIR 2:24}},
verwijst hij naar de geheiligde seksuele relaties die deel uitmaakten van de
vruchtbaarheidscultus van Ba'al en Asjera.
Maar wat vindt hij afschuwelijker: afvalligheid of ontucht?
Voor Spreuken kan de meest schaamteloze hoer
niet vergeleken worden met een onrein,
bronstig dier ..............
Spreuken bevat
van tijd tot tijd bijtende woorden over seksueel wangedrag,
maar de schrijvers tonen meestal gewoon een levendige belangstelling
voor het onderwerp?
Wie stellen we ons voor,
wat voor soort man of vrouw,
die de volgende twee bon mots
tegenover elkaar zet
in SPR 30:18-20?
- "Drie dingen zijn te wonderbaarlijk voor mij,
vier begrijp ik niet:
- de weg van een adelaar in de lucht,
- de weg van een slang op de rots,
- de weg van een schip op volle zee en
de weg van een man
bij een jonge vrouw ...
DIT is de weg van een overspelige vrouw:
zij eet, en veegt haar mond af,
en zegt:
"Ik heb geen kwaad gedaan!" -
DIT is bij wijze van spreken een gespleten pijl,
het ene schot in de roos na het andere, mooie woorden over het wonder van seksuele liefde gevolgd door uiterste botheid
over de uitwassen ervan.
Er is dan ook geen enkele reden waarom 'mijn zoon'
niet beide pijlen die zijn moeder heeft afgeschoten gezien zou hebben?
ZO kan hij van haar ook de wrange en scherpe les uit S 6:6-11
gehoord hebben:
- "LUIAARD,
ga tot de mier;
bestudeer haar manier van doen en word wijs:
zonder aanvoerders, leiders, of heersers bereidt zij in de zomer haar brood, verzamelt zij haar spijs tijdens de oogst!
HOELANG wilt u blijven liggen, luiaard,
wanneer zult u ontwaken uit uw slaap?
Nog EVEN slapen, noch EVEN sluimeren,
nog EVEN uzelf koesteren in bed,
en armoede zal u overvallen,
en gebrek, als een man
met een schild!" -
Het lijdt natuurlijk geen twijfel dat, los van de tijd,
joodse ouders net als alle ouders bij hun kinderen gehamerd hebben op vlijt?! En toch krijgen zulke gevoelens tot aan Spreuken niet eens een
bescheiden formele plaats in het Israelitische, Judese of joodse
religieuze leven?!
VOOR Spreuken is er geen boek in TeNaCH dat een zin bevat als:
"Ga tot de mier!"
De DECALOOG {de tien geboden}
bevat niet het gebod: "Gij zult werken!"
En talloze malen benadrukte G*D als hij tegen zijn volk sprak
dat zij zich op zijn kracht in plaats van op hun eigen kracht moesten verlaten!
We hebben al meer dan eens in onze myDiverhalen verwezen naar wat
misschien wel het opvallendste voorbeeld hiervan is - namelijk DEUT 6:10-12:
- "WANNEER nu de Heer, uw G*D,
U in het land brengt
waarvan HIJ uw vaderen, Avraham, Yitschak en Ya'akov, gezworen heeft het u te zullen toewijzen -
grote en bloeiende steden,
die u niet gebouwd hebt;
huizen vol met allerlei goederen,
waarmee u ze niet gevuld hebt;
uitgehouwen bakken,
die u niet uitgehouwen hebt;
wijngaarden en olijfbomen,
die u niet geplant hebt - en
u volgegeten hebt,
neem u er dan voor in acht
dat u de Heer niet vergeet,
die u bevrijd heeft uit het land Egypte,
uit het slavenhuis!" -
MOSHE
geeft niet toestemming voor luiheid per se, maar de agressieve manier waarop hij het belang van menselijke inspanningen voor Israels
prestaties bagatelliseerde,
zette een traditie in
die ononderbroken voortduurt tot het moment waar we NU zijn aangekomen -
niet, daar kunnen we zeker van zijn, in het onbeschreven leven van het volk, maar zeker in zijn geschreven literatuur?!
Freuds beroemde definitie van geluk luidt: Lieben und Arbeiten,
liefde en werk ...
Vrouwe Wijsheid is, zoals we net zagen, openhartig over zeks en
zonder schroom ge-interesseerd in seks, een harde werker en een
pleitbezorgster van ijver!
ZIJ is niet een teruggekeerde Asjera,
maar zij gebruikt wel Asjera's oude symbool als haar eigen symbool in SPR 3:18:
- "ZIJ (Wijsheid) is een boom des levens voor wie haar grijpt,
en wie haar vasthoudt
is gelukkig te prijzen!" -
We kunnen ook hier nog een keer
in herinnering roepen dat
de boom des levens
de myDiboom was waarvan de Heer vreesde
dat Adam en Eva ook
de vrucht zouden 'nemen en eten, en hij
{de mens} eeuwig zou leven' in
GEN 3:22 {zie ook 15 maart '04 en voorgaande/volgende} ........
DEZE BOOM was de tweede waar G*D de Heer bezorgd om was?
De eerste, het voorwerp van zijn directe verbod,
heette 'de boom der kennis
van goed en kwaad'?!!
MAAR voor ADAM & EVA zelf
schijnt die eerste boom niet veel verschild te hebben van de zich
uitspreidende groene boom van Asjera,
want toen zij de vrucht ervan proefden, ontdekten zij verlangen:
'en zij merkten dat zij naakt waren?!' ........
ALS Vrouwe Wijsheid
haar vroege bestaan benadrukt,
als zij zichzelf in de oerscene van de schepping plaatst,
vlak bij G*D in een vreugdevolle relatie,
en als we haar aantreffen als de boom des levens,
een boom die niet alleen voor seksuele vruchtbaarheid staat
maar voor ALLE praktische vaardigheden
die het leven schragen,
horen we daar veel echo's van Asjera
in doorklinken?!!
Maar het zou een vergissing zijn te zeggen
dat Wijsheid G*D's karakter nu
vervrouwelijkt door erin
opgenomen te worden.
ZIJ blijft onderscheiden van hem door, inplaats daarvan,
de gehele mensheid te vertegenwoordigen,
G*D's beeld en G*D's antagonist ...
Het volledige gebod van G*D
tegen zijn beeld in GEN 1:28 luidde:
"WEES VRUCHTBAAR en word talrijk; vervul de aarde en onderwerp haar,
heers over de vissen van de zee en over de vogels van de hemel en
over al het gedierte dat op de aarde kruipt!"
Het eerste deel van dat gebod
was kinderen te verwekken en te baren,
het tweede deel was een gebod om wijsheid te gebruiken
- de geschapen, menselijke krachten van geest en lichaam -
met het doel alles te verschaffen
wat kinderen nodig hebben?!!
G*D's verhouding met Adam en Eva was,
al wordt het woord verbond er nooit voor
gebruikt, impliciet een overeenkomst die inhield dat hij ten minste niet
zou verijdelen wat hij bevolen had .....?!
Maar TOEN
verijdelde hij het bij de 'zondvloed';
en na de zondvloed bracht zijn verbond met Avraham een
tussenoplossing .......
Vrouwe Wijsheid
personifieert de mens,
via een omweg wel te verstaan,
die G*D's eerste gebod gehoorzaamt
en inlossing van G*D's
eerste belofte
eist!
Maar kon
G D zich
ooit aan zijn belofte houden,
zelfs als we aannemen dat zijn voornemens zuiver en
onveranderlijk waren?
DEZE
vraag laat Spreuken
onbeantwoord
door de rol die dit boek aan
G*D
toeschrijft?
EN DIT
IS
ook precies de vraag
die in het boek
JOB
zo heftig aan de orde
wordt gesteld:"IS
G*D
te vertrouwen?"
























Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende