dre118 wanneer 't joodse volk meent vreselijk èn


ZWAAR
GESTRAFT TE
WORDEN ZODAT VOOR
BIJNA IEDEREEN 'g ds hand
daarin zichtbaar wordt', MOETEN WE
ONS AFVRAGEN:
"Waaròm heeft G'd òns dìt aangedaan?"

De SJOAH kòn (haast) nauwelijks ergens anders aan worden toegekend dan deze vraag!

De vraag is niet "Waar was G'd in Auschwitz", maar "Waaròm was G'd in Auschwitz?"

Middenin het Grodno ghetto hield Reb Mottel Pogremanski vaak droosjes (toespraken): "Ik zie geen Duitsers marcheren.
Ik hoor hun geschut niet. Maar wat ik wel zie, zijn stukken uit TeNaCH! Ik hoor de stem van G'd van het ene einde van het ghetto naar het andere: 'Zowaar ik leef, zegt G'd, met sterke hand & uitgestrekte arm en een vloed woede zal ik over u heersen ... Ik zal u verzamelen van de landen waar naartoe u verdreven was ... Tot een wildernis van een volk en ik zal daar persoonlijk met u twisten'
{Yechezkel/'Izechiël' 20:33-36}! Als wij G'ds regering vanzelf geaccepteerd hadden, (dan) had het allemaal niet zo ver hoeven komen.
Maar wij deden dit nieten G'd moest Zíjn heerschappij over ons afdwingen".

In Reb Mottel's woorden weerklinkt (ook) de roep van die profeet {32-33}:
"Want jullie zeiden: 'Laten we zij zoals àlle volkeren ...' Dáárom zwoer G'd: 'Zowaar ÌK leef ... met sterke hand ...
en een vloed van woede zal ik heersen over u'"!
In plaats van een koninkrijk van priesters
en een heilig volk te
worden wilden wij
de volkeren
imiteren.

31 okt 2013 - bewerkt op 04 nov 2013 - meld ongepast verhaal
Weet je zeker dat je dit verhaal wilt rapporteren? Ja | Nee
Profielfoto van Asih
Asih, man, 80 jaar
   
Log in om een reactie te plaatsen.   vorige volgende