Verlangen,
vervolg en vervulling binnen
myDimensenlevens.=
Het
ENE gebod
gaat over de vrije dag.
Het Andere gebod gaat over de oude dag.
Het ENE gebod is gericht tot mannen en vrouwen, die werk hebben,
werkgevers en werknemers in de kracht van hun leven.
Die alle dagen in touw zijn.
Die zich met al hun energie inzetten voor het karwei
dat zij moeten klaren.
Het gebod voor hen luidt: denk aan de vrije dag,
zorg dat je die met kracht vrijhoudt.
Het Andere gebod wijst naar de mannen en vrouwen,
die geen werk op de arbeidsmarkt hebben,
omdat ze te oud zijn om in het arbeidsproces te kunnen meedoen,
of omdat ze niet meer kunnen of omdat ze geen kans krijgen.
Deze ouderen, vader en moeders, of deze vroeg oudgemaakten,
krijgen te horen dat zij het recht hebben op 'eer', op een eervol,
menswaardig bestaan, op respect uiteraard,
maar dan ook op een honorarium, een ereloon,
een eervolle uitkering,
een pensioen.
=
Het gaat
in die twee geboden
om de bescherming van de vrije dag en om betaling van de oude dag.
Het lijken minimale geboden,
maar ze hebben een enorme uitstraling in de harde sector
van de maatschappij.
Het zijn in de onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden
ware hefbomen.
Nog steeds.
=
Het ene gebod,
het 'sjabatsgebod', let op de begrenzing van de arbeid.
Voorstellen over versoepeling van arbeidstijden,
nieuwe regeling van ploegendiensten,
gelegenheid tot winkelen in de avonduren en in de weekenden,
de grove en subtiele organisatie van het dagelijks werk,
de eisen die aan het product gesteld worden,
de onweerstaanbare druk op de prestatie,
de ijzeren wet van de winst ~
het loopr vroeg of laat op tegen de testvraag:
waar ligt de grens van het werk.
Het is spreekwoordelijk gewordeb:
Wie niet 'van ophouden weet', gaat 'aan vlijt ten onder' en sleept
de omgeving in deze ondergang mee.
Dit spreekwoord heeft hier de kracht van een gebod.
DOE dit en jij
zult Leven.
=
De clou
van het sjabbatsgebod
ligt dus niet in de vraag, hoe men een 'heilige' dag op gepaste wijze
moet doorbrengen
en wat er dan wel
en niet mag
gebeuren.
DE
vragen zijn:
HOE
organiseer ik mijn dagelijks werk,
zodat ik geen slaaf van het werk word en anderen geen slaaf
van mijn werk maak?
Door welke factoren laat ik het arbeidsproces van mij en van anderen
bepalen,
door de wetten van productie, groei, concurrentie, overwerk en winst,
door prestige, perfectiedwang of de lust van het moment;
of door het 'genoeg is
genoeg'?
=
DIT gebod
vraagt MEER
dan een individueel antwoord vermag te bieden.
Het vraagt om een gecoordineerd ingrijpen
in de hardste sector van de maatschappij, de wereld van
economische en politieke belangen.
Het gebod wordt daar van oudsher
en tot op de dag van vandaag gewantrouwd
omdat het indruist tegen de eisen van
het Systeem.
Tegelijkertijd hunkeren mensen naar de vervulling van dit gebod,
omdat hier de humaniteit van hun arbeid
in het geding is.
=
Het geheim
van de humaniteit van de arbeid zit in de begrenzing.
Dat betekent dat de dagelijkse arbeid zorgvuldig georganiseerd en gepland moet worden, zodat het werk geen oeverloos en ongecontroleerd proces gaat worden.
Wanneer de arbeid immers niet in de hand gehouden wordt,
wordt het een macht die over de arbeider heerst.
Het autonoom geworden arbeidsproces bepaalt het tempo en neemt
de regie over.
Vandaar het gebod om het werk te faseren,
van dag tot dag,
en om het op vaste tijden,
met vaste regelmaat,
ook werkelijk helemaal neer te leggen.
Door ZO zelf de grens te stellen aan het werk,
wordt de oorspronkelijke zin van de arbeid zichtbaar.
Het is de bedoeling dat de arbeid ruimte schept en plaats maakt,
waardoor de mens kan genieten van de vrijheid,
kan uitrusten, bij zichzelf kan komen,
tijd heeft voor de ontmoeting met elkaar en tijd heeft voor de
ontmoeting met G*D.
=

