Eind 1607
zond de VOC
vanaf Texel een vloot van dertien zeilen uit
onder bevel van Pieter Willemsz Verhoeff: mocht het binnenkort
tot vredesbesprekingen met Spanje komen, dan wilde de Republiek der Verenigde Nederlanden
allereerst in Afrika en Asia nog enkele gevoelige klappen uitdelen. Verhoeff moest zo proberen
om de Portugese steunpunten Mozambique
& Goa te veroveren.
Beide ondernemingen
mislukten & Verhoeff zond vanuit Patani op Malakka
twee schepen naar Japan {waar zij het jaar daarop toestemming kregen om 'n handelspost op Hirado
te openen, 't begin v/d speciale relatie waarbij de Nederlanders bijna 2 eeuwen lang als enige westerlingen [onder absoluut beding van
GEEN
christelijke missionaire zendingsuiting e.d.!]
in Japan handel konden drijven}! Verhoeff zelf vertrok naar de Banda~eilanden:
de ZeventienHeeren hadden hem vanuit A'dam nadere opdracht gestuurd om nu allereerst te proberen om de Molukken & de Ban-da~eilanden onder het gezag
van de Compagnie {'van verre'} te brengen,
door verdrag en/of het geweld!!
De Duytse soldaat Johann Verken,
die de reis in dienst v/d VOC meemaakte, heeft in z'n boek
Molukken~Reise (1611) van deze expeditie nauwkeurig verslag gedaan:
19 April 1609 kwam admiraal Verhoeff begeleid door driehonderd man
naar de Hollandse Handelspost
op 't eiland Lontor.
Daar liet hij
aan de meer dan tweehonderd verzamelde orang~kaja's {hoofden} & sabandars {havenmeesters} met hun slaven & onderdanen een brief van prins Maurits voorlezen:
de Hollanders eisten voor zichzelf onder meer 't recht op om een vesting te bouwen
op een van die eilanden, & drie dagen later kwam het antwoord v/d bevolking:
men wilde zich liever tot de laatste man doodvechten
dan de bouw van een fort
toestaan.
Niettemin
begonnen de Hollanders op 4 mei 1609
op het eiland Naira met de aanleg van hun versterking, op oudere Portugese fundamenten.
Meer dan twee weken lang hielden de bewoners v/d Banda~eilanden zich nog rustig.
Op 22 mei zouden Hollanders & inheemsen
opnieuw vergaderen.
Via 'n afgezant
hoorde Verhoeff dat de plaatselijke leiders hem vroegen
om uitsluitend in gezelschap van zijn raadgevers en zonder soldaten te komen onderhandelen.
Verhoeff is gegaan. 'n Paar honderd meter vanwaar hun soldaten wacht-ten, zijn de Hollandse bevelhebbers vermoord. Van Verhoeff en een ander waren de hoofden afgehakt
en meegenomen.
Op dezelfde dag
zijn ook twee Nederlandse schippers omgebracht,
die wat waren even wat gaan wandelen, evenals 24 bootsgezellen die in het bos aldaar
naar kokosnoten zochten.
Bij elkaar
vielen er op die dag aan Hollandse kant 42 doden:
in de furie die daarop volgde traden de soldaten genadeloos op tegen de verschrikte bevolking.
De volgende dag trokken de Hollanders naar Kyach, de plaats waar vijf VOC~afgezanten zaten gegijzeld. Men vond hun lijken: ook zij waren vermoord. V/d eilanden Lontor & Ai[!] kwam die dag bericht dat de Nederlandse kooplieden en assisten door de inheemsen
onder langdurige pijniging
waren omgebracht.
(Andere bronnen
zeggen dat Hollanders op Ai door de Engelsen in bescherming zijn ge
nomen.) Op Banda werd nu 'n verbitterde wraakactie uitgevoerd: volgens de Hollanders
was de bevolking tot de aanslag op de ongewapende onderhandelaars opgehitst
door de kapitein van 'n Engels schip, maar de moord op Verhoeff
was voor de inheemsen niet veel meer
dan 'n [uiterste] wanhoopsdaad.
De Banda-
nezen konden echter niet verhinderen
dat de Hollanders doorgingen met de bouw van hun eigen fort & de
Engelse kapitein Keeling sloeg op de vlucht. De Hollandse zeelui namen wraak
voor de dood van hun admiraal {onthoofd en wel}
door een aantal dorpen op Banda uit te moorden
en in brand te steken.
Toen op 1 juni 1609
het jacht "De Arend" naar Ambon & Ternate vertrok
om de toestand aldaar op Banda bekend te maken, woedde de Hollandse terreurfurie op volle kracht: over een afstand van een uur gaans was alles in de omtrek van de vesting verbrand & verwoest,
& alle inheemse vaartuigen aan de kust
had men vernield.
Later werd 'n jonk overmeesterd,
weliswaar ten koste van zes mensenlevens onzerzijds, maar waarbij ook
meer dan vijftig 'Mohren' werden gedood & op 13 juni was de bouw van het Hollandse kasteel zover klaar,
dat er 'n geregeld garnizoen van ruim 200 man introk: ook Johann Verken was hierbij,
eerst als sergeant en later
als vaandrig.
'n Maand later,
op 15 juli 1609,
vielen de Nederlanders onder vice~admiraal Hoen de
stad Labetakka aan die aan de noordwestkant van Naira lag:
ze bevochten de stad van twee kanten & aan de achterkant vonden ze een gat in de stadsmuur.
IJlings drongen ze hierdoor binnen en vielen de vijand in de rug aan: de verraste plaatselijke bevolking sloeg rap in paniek op de vlucht & de Hollanders schoten neer wie ze ook maar raken konden.
Ze openden de poort bij de oorspronkelijke landingsplaats
en lieten daar hun landslieden binnen, die het daar
volgens onze ooggetuige Verken
'op een groot wurgen zetten,
waarbij men geen mens ontzag,
maar allen met vrouw en
kind, met jong en
oud tegelijk heeft
neergeschoten &
neergestoken!'
De mensen
werden er op
't strand tot de laatste man afgemaakt:
na dit bloedbad werd de stad geplunderd (alle potten &
pannen werden meegenomen) en
tenslotte geheel i/d
as gelegd!
NOG
was die
moord op admiraal
Verhoeff niet afdoende
gewroken, & leek
die terreur geen
einde te
kennen
...