De onvoorstelbaar grote schaal van het Japanse rampgebied, de totaliteit van de verwoesting, ze maakten de huverlening en communicatie in het gebied vrijwel onmogelijk. In een gebied van zo'n zeshonderd kilometer lang zijn vrijwel alle snelwegen beschadigd.
Honderden wegen langs de kust zijn weggespoeld of geblokkeerd. Alle spoorverbindingen in Oost-Japan lagen plat of zijn totaal verwoest.
De twee belangrijkste vliegvelden in 't rampgebied konden niet meer gebruikt worden. Het vliegveld van Sendai lag zelfs onder water ~~.
Het was door de tsunami zo geïsoleerd & onbereikbaar geworden dat de 1300 mensen die het dak van het terminalgebpuw waren opge-vlucht pas 3 dagen na de tsunami konden worden gered. In kuststreek als Rikuzentakata waren winkels, politiebureaus, 't stadhuis & de andere overheidsgebouwen, 't station, de spoorweg & duizenden woningen weggevaagd. Door de zwaar beschadigde infrastructuur konden de overlevenden geen enkele kant meer op. Bovendien had de tsunami tienduizenden auto's verwrongen tot onbruikbare karkassen ...
En dan bemoeilijkte ook nog eens de geografie van 't rampgebied de toevoer van hulpgoederen. Oost-Japan is 'n langgerekte, smalle, onherbergzame strook van zo'n 200 kilometer breed, omringd door zee. Aanvoer via de oostkust was vrijwel onmogelijk doordat alle havens verwoest waren. Drijvende eilanden van puin maakten de kust onveilig voor nagenoeg alle schepen, behalve speciale vaartuigen van de Japanse & Amerikaanse marine. Doordat de westkust veel minder ontwikkeld is, zijn de havens daar niet echt 'n alternatief ...
'n Bergkam snijdt dit gebied in tweeën. Wegen & spoorverbindingen lopen vrijwel allemaal parallel aan de bergen & de kust ~~~
Slechts weinig wegen doorsnijden 't berggebied, & verscheidene daarvan zijn ook nog eens gesloten door sneeuw of lawines ~~~
De hulp moest dus ~ over binnenwegen of 'n enkele snelweg die nog enigszins bruikbaar was ~ komen uit Tokyo in 't zuiden of uit het noordelijke eiland Hokkaido. De tocht van Tokyo naar Sendai, 'n afstand van 300 kilometer, nam via de binnenwegen aanvankelijk 18 uur in beslag. Benzine was amper te krijgen in 't hele gebied ten noorden van Tokyo. Zelfs in gebieden die niet door de aardbeving en de tsunami waren getroffen stonden kilometerslange rijen auto's voor de weinige tankstations die nog open waren, vaak voor maar 'n heel klein beetje benzine: "Dit was voornamelijk 'n probleem van distributie ~ er was voldoende olie in heel Japan, maar veel tankwagens & tankstations, raffinaderijen & olieterminals in 't rampgebied waren zwaar beschadigd of verwoest!" Zes olieraffinaderijen kwamen stil te liggen: de raffinaderij in Sendai, die 145.000 vaten per dag produceerde, raakte zo zwaar beschadigd dat die op z'n vroegst volgend jaar weer in productie komt: "Zo'n tweederde van de olie-capaciteit van Oost~Japan was getroffen, dat is ongeveer eenderde van de totale capaciteit." Wat deze situatie nog verergerde was ironisch genoeg de enorme efficiëntie van Japans olie weringen: "Door se slechte eco-nomie v/d afgelopen jaren & de daarmee gepaard gaande teruglopende vraag naar benzine, hebben bedrijven hun bedrijfsvoering ope-raties aanmerkelijk geoptimaliseerd. Niemand wil meer tankwagens hebben, dus er waren onvoldoende aantallen om de plotselinge kolos-sale vraag aan te kunnen. Daarbij kwam dat de wagens die er wel waren, veel langer afstanden moesten afleggen!"
De gevolgen van verwoesting, benzinetekorten & elektriciteits- & communicatiestoornissen snelden door 't distributiesysteem van Oost-Japan ...
