Vroeger
was alles
begroeid met mos,
planten, struiken en bomen ...
Maar ja,
toen kwamen er mensen
die eten nodig hadden, steeds meer,
met het gevolg dat wij nu
hier zitten.
En daar
begint dan ook
de geschiedenis van de mens:
we hadden honger
er dus trokken we
erop uit!
Hoe komen we aan steeds meer voedsel?
De alleroudste volken
beploegden nog geen velden en verbouwden geen graan.
Toen we het stadium van de jacht te boven waren,
begonnen we met veeteelt: de honger zette ons aan om nieuwe soorten voedsel te gaan zoeken
en dieren die we eenmaal hadden getemd en bij ons gehouden,
waren dichter bij de hand dan wilde dieren,
en het was veel gemakkelijker
om ze te doden.
Maar een veestapel
heeft gras nodig en, evenals de mens, water ~~~
Bovendien, naarmate de families zich uitbreidden en de stammen groter werden,
hadden we meer plaats nodig voor onszelf en ons vee:
soms ook voelden we een dringende behoefte onze veestapel uit te breiden en meenden we ons doel
te kunnen bereiken door het leveren
van een gevecht
met anderen.
Deze
en andere redenen
brachten dan ook in de loop van de tijd
hele stammen in beweging,
op zoek naar nieuwe gebieden
en vers water.
En hier,
als we in onze herinnering terugroepen
wat we ooit hebben gehoord en gelezen,
zullen we begrijpen wat we aanvankelijk onder wegen verstonden,
en hoeveel meer ze later gingen
betekenen ...
De jagers
legden soms enorma afstanden af!
Soms peddelden we voort in een zelfgemaakt 'vaartuig',
wat heel wat makkelijker was en veel interessanter dan alleen maar te voet te gaan?
Andere keren gingen we te voet door het oerwoud,
ons pad was slechts
een spoor ...
In die oude oerstreken
gingen de sporen van de oudste bewoners
over de heuvels om moeras te vermijden: aldus onze weg zoekend,
door het bos, tussen rotsen en moeras, gingen de mensen steeds meer vaste routes volgen.
zoals wij dat zijn gaan noemen,
routes die op den duur
wegen werden
___ ---
Niet bepaald
de soort wegen waaraan wij nu gewend zijn,
want die zijn nog niet oud.
Tot voor kort
kon je nog behoorlijk in de modder blijven steken,
en nog steeds kan er van alles en nog wat
met onze wegen gebeuren.
Wie dus de geschiedenis wil bestuderen,
moet iedere gedachte aan asfalt even uit zijn hoofd zetten,
want dergelijke wegen zijn amper een paar
honderd jaar oud.
De Romeinen
hebben wegen aangelegd en muren gebouwd;
de Grieken vonden sporen, gebruikten ze op hun tochten en lieten het aan de voeten van de mensen
en de poten van hun muilezels over om er wegen van te maken.
Vaak was zelfs
een rivierbedding al voldoende voor hen.
De eerste mensen die spoorwegen aanlegden,
dachten na en kwamen tot dezelfde conclusies als de oudste volkeren:
je kon er bijna zeker van zijn dat de rivier de gemakkelijkste weg had gekozen,
en door de rivier te volgen [als hij niet teveel plaats opeiste
zoals in bergkloven of na veel regenval],
kon je vast en zeker
de makkelijkste
weg vinden.
Kolonisten
trokken dan ook vaak naar de rivierdalen
~ niet om het natuurschoon, maar omdat daar het water was,
en dicht bij de rivier
weilanden.
Waarom?
Rivieren zijn nu eenmaal
net als zorgeloze reizigers,
ze verbreden zich en laten hun bagage vallen: in hun geval is dat modder en slijk,
rivierklei vol met allerlei minerale bestanddelen, van de heuvels en bergen meegenomen naar beneden ~ vermengd met het bruisende water zolang de rivier zich door een bergkloof ofzo moest worstelen
en bezinkend als zij zich in het platte land
weer verbreedden.
Voorwaar,
ik zeg je: zodra je het verband begint te zien
tussen een en ander gaat er vast wel het een of andere een lichtje branden!
De gemakkelijke{r} weg, het water om het vee te drenken, het grasland om het te laten grazen
[en op den duur om te bebouwen], ZO begin je iets te zien van het belang van paden,
wegen en rivieren en van hun onderlinge connecties en verbanden ~
zo is het gegaan met alles wat we ooit hebben gedaan
en [achter ons] hebben
gelaten?
Onze honger
en het eten van voedsel.
Onze dorst en het drinken van water.
Jacht, veeteelt en oorlogen!
Grondstoffen en volksverhuizingen.
Kolonisaties, versterkingen en allerhande bebouwingen!
De boomstammen, roei~ & zeilschepen.
Henneptouw & hoppig bier.
De koe en dus ook
de stier ...
Van de zee
landinwaarts en/of omgekeerd!
Langs de kusten trekken en nederzettingen stichten ~~~
Leren drijven en zwemmen als er geen doorwaardbare plaatsen waren.
Het verlangen om niet te lang te nat te worden verklaart dan ook
een groot deel van onze menselijke
geschiedenis?
Mensen zochten liever
naar doorwaadbare plaatsen die wat handiger waren voor het vee,
voor muildieren en mannen die lasten torsten, voor [zwangere] vrouwen en [kleinere] kinderen!
Daarom leiden de wegen door de rivierdalen en kruisen de rivier
op doorwaadbare plaatsen.
En als we over bergen moeten gaan,
dan zoeken we naar de passen, zodat we minder hoeven te klimmen,
en in de meeste gevallen brengen die bergpassen ons van het ene rivierdal naar het andere.
Dit is dan ook iets wat we moeten onthouden als we de geschiedenis willen bestuderen
om iets beter te snappen waarom we ons nu
in deze situaties bevinden.
Hoe ver we ook teruggaan in de geschiedenis,
of het nu gaat om een primitieve stam die een aanval doet op zijn buren,
of om een modern leger met alles erop en eraan: de ligging van de bergpas en de doorwaadbare plaats, al die wegen bepalen waar zich veldslagen afspelen
en waar we nog steeds min of meer bewapende
skeletten kunnen aantreffen,
al of niet met ingeslagen
schedels, bot~ & beenbreuken,
wapens en wonden die ze veroorzaken,
houten palissades en stenen muren, nederzettingen en kastelen,
grensfortificaties tot en met
raketschilden ...
Langs rotsachtige bergpieken
en stinkende moerassen: eindeloze stromen vluchtende families met mannen, vrouwen en kinderen
van alle leeftijden, met of zonder bagage, wapens, juwelen,
nieuwe uitvindingen of kunstige voorwerpen,
pijlen en bogen. speren, dolken, messen,
zwaarden, bommen en granaten,
plus de daarbij behorende geestelijke bagage:
eigen talen en dialecten,
mengvormen en vooroordelen,
[on]begrip, haat, nijd, jaloezie, afgunst,
mededeelzaamheid, mededogen,
liefde en
inzicht
...
Ik
groet u
mydiertjes in alle
mogelijke & onmogelijke talen, teveel
om hier allemaal
te herhalen!
Zo
[ongeveer]
is het
allemaal gekomen, en
zo ging het verder en door
tot op de
mydidag van
vandaag
@