Deze ziel kent helse kwellingen ...
terwijl
'DE ZIEL DIE EEN ZUIVER EN GEMATIGD LEVEN HEEFT GELEID'
terechtkomt bij de goden om er
'DE SCHOONHEID VAN DE WARE AARDE DIE IN DE HEMEL IS'
te kennen (107d-108c; 110a).
'WAT IK JULLIE ZOJUIST HEB GEZEGD ZOU JULLIE ERVAN MOETEN OVERTUIGEN DAT WE ER ALLES AAN MOETEN DOEN OM IN DIT LEVEN DEUGD EN WIJSHEID TE VERWERVEN. WANT DE PRIJS VOOR DEZE STRIJD IS PRACHTIG, HET VOORUITZICHT GROOTS,'
zo voegt Soc daar ten overstaan van z'n volgelingen aan toe (114c).
Maar plotseling wordt hij door twijfel overvallen: hij had er in de APOLOGIE van Plato al gewag van gemaakt:
'NIEMAND WEET WAT DE DOOD IS' (29a)!
En hij stelt, ditmaal i/d Phaedo:
'ALS DE DOOD DE BEVRIJDING VAN ALLES ZOU ZIJN, WAS DAT EEN BUITENKANSJE VOOR DE SLECHTE MENSEN, DIE BIJ HUN DOOD NIET ALLEEN VAN HUN LICHAAM ZOUDEN WORDEN BEVRIJD, MAAR TEGELIJK OOK MET HUN ZIEL VAN HUN SLECHTHEID'
(107c)?
Toch is hij niet langer even stellig in zijn beschrijving van het hiernamaals (114d):
'HET PAST EEN VERSTANDIG MAN NIET OM STRAK VOL TE HOUDEN DAT HET ALLEMAAL OOK PRECIES ZÓ IS, ZOALS IK AANGAF'!

Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende