Denken/willen/doen. moraal & verantwoordelijkheid!
Haar studenten vroegen Hannah Arendt eind jaren zestig
of ze bij hun verzet tegen de oorlog in Vietnam moesten samenwerken
met de vakbonden:
Ze aarzelde geen moment:
"Ja, want dan kunnen jullie hun stencilmachines gebruiken."
@
Het antwoord tekent de filosofe als iemand met oog voor het praktische.
Op specifieke vragen gaf ze specifieke antwoorden,
en ze haalde haar neus niet op voor de werkelijkheid
Aan die houding is te danken
dat ze altijd onder woorden brengt wat de aanleiding is voor haar denken ~
EEN van de dingen die haar werk zo leesbaar maken.
@
Hoewel ze in haar beschouwingen de hele filosofiegeschiedenis en als het kan de wereldliteratuur betrekt,
is haar uitgangspunt dikwijls journalistiek.
[Haar "Overpeizingen bij Little Rock" bijvoorbeeld,
een essay uit 1959 over de strijd tegen de rassenscheiding in het onderwijs, schreef ze naar aanleiding van een foto in de krant.]
@
De belangrijkste aanleiding om te denken
is het proces tegen Eichmann geweest.
Arendt schreef er in afleveringen een reportage over in
The New Yorker.
In 1963 werd het verslag uitgegeven als
Eichmann in Jerusalem: A
Report on the Banality of Evil ~
het verscheen in Nederland als:
"De banaliteit van het kwaad" .
@
Wat haar in de rechtszaak boeide,
was het oordeel over de individuele verantwoordelijkheid van de oorlogsmisdadiger.
In de beschouwing "Persoonlijke verantwoordelijkheid onder een dictatuur" uit 1964 schrijft ze:
"Toen ik naar Jerusalem ging
om het proces van Eichmann bij te wonen,
vond ik dat het grote voordeel van een procedure
in de rechtszaal was
dat praten over radertjes in die omgeving
geen betekenis heeft (...).
De rechters hebben zich veel moeite getroost
om expliciet duidelijk te maken dat in een rechtszaal geen systeem terechtstaat,
noch de Geschiedenis of een historische tendens,
noch een -isme, bijvoorbeeld antisemitisme,
maar een persoon (...)."
@
Ze ontwikkelde het begrip 'de banaliteit van het kwaad'
toen ze merkte dat Eichmanns optreden niet klopte met de gebruikelijke opvattingen over het kwaad.
Hij was niet gedreven geweest door iets duivels, door fagunst, door zwakheid of haat,
hij had niet gehandeld uit ideologie of stompzinnigheid,
maar uit gedachteloosheid.
Arendt kreeg het overrompelende inzicht dat hij,
zowel in zijn loopbaan bij de Gestapo als nu in de beklaagdenbank,
iemand bleek die nooit nadacht
over wat hij deed.
@
Deze ervaring bepaalde alles wat Arendt daarna schreef.
Haar werk is een omvangrijke bestudering van het denken,
de wil en het vermogen te oordelen,
wat had moeten uitmonden in de trilogie:
"The Life of the Mind".
Maar daarvan heeft ze alleen de delen:
"Thinking" en "Willing" voltooid.
(...)@(...)
Na haar dood in 1975
werd van het beoogde derde deel
alleen de eerste bladzijde aangetroffen.
Om het hiaat enigszins op te vullen werd onder de titel "Oordelen" postuum wel een lezingenreeks uitgegeven waarvan kon worden aangenomen dat die er de grondslag voor
had moeten vormen.
@
Onlangs verscheen de bundel "Verantwoordelijkheid en oordeel",
een vertaling van "Responsibility and Judgment".
Het boek is een verzameling lezingen, toespraken en essays,
uitgezonderd "Overpeinzingen bij Little Rock", alle van na het Eichmann-proces.
Uit de titel valt af te leiden dat je ook dit boek kunt zien als een welkome aanvulling op de onvolledige trilogie.
@
Wat is er gebeurd toen in de jaren dertig en veertig in Duitsland alle morele maatstaven in het politieke en persoonlijke leven ineenstortten?
Plotseling leken de oude begrippen 'moraal' en 'ethiek' niet meer te betekenen dan gebruiken en gewoonten:
het ging om conventies die je kon vervangen door andere conventies.
@
Door de berechting van Eichmann kwam deze morele kwestie te voorschijn achter de gruwelijkheden die er het zicht op hadden benomen.
In de lezingenreeks "Enkele problemen uit de moraalfilosofie" stelt Arendt:
"De eerste conclusie die volgens mij moet worden getrokken,
is dat geen weldenkend mens nog kan beweren dat moreel gedrag vanzelfsprekend is (...),
een veronderstelling waarmee de generatie waartoe ik behoor nog altijd werd grootgebracht."
De traditionele opvatting was immers dat het onderscheid tussen goed en kwaad ons werd ingefluisterd via goddelijke geboden of de menselijke rede?
@
De morele stellingen die alle voorschriften en geboden opsomden,
luiden:
'Heb uw naaste lief als uzelf'
of
'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet'.
Kant zei:
"Handel zo dat de grondregel van uw handeling een universele wet kan worden voor alle intelligente wezens."
Verrassend genoeg neemt dus de moraal,
die ons gedrag ten opzichte van anderen stuurt,
de omgang van de mens met zichzelf als maatstaf.
Dat die maatstaf in de joods-christelijke voorschriften eigenliefde is
en bij Kant angst voor zelfverachting, maakt in dit verband
geen verschil.
Het verklaart volgens Arendt dat de weinigen die in nazi-Duitsland vrij van schuld bleven, nooit een gewetenscrisis hebben doorgemaakt:
"Ze betwijfelden nooit dat misdaden misdaden bleven,
ook al werden ze door de regering gewettigd,
en dat het beter was om onder alle omstandigheden niet aan deze misdaden deel te nemen."
Hun geweten had geen verplichtend karakter.
Het zei niet "Dit mag ik niet doen" maar "Dit kan ik niet doen".
Het morele denken legt de nadruk op het zelf,
omdat het voortkomt uit het geluidloze gesprek dat we met onszelf voeren.
"Het is", zegt Arendt, "geen kwestie van mezelf liefhebben zoals ik anderen liefheb, maar
van grotere afhankelijkheid van de stilzwijgende partner die ik in mezelf draag,
van als het ware meer aan hem overgeleverd zijn dan wellicht aan wie ook.
De angst zichzelf te verliezen is authentiek,
want het is de angst niet langer in staat te zijn
met zichzelf te praten."
Even uitrusten
en pauzeren in de schaduw van de tuin.
Misschien straks verder, al of niet na het slachten van
een haan
....

Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende