Aangezien
die 'engelvorst'
over haar spreekt
als zijn zuster, ligt
ook de conclusie voor de hand
dat hijzelf 'n hemelse "g ds-zoon" is.
Hij blijkt 'n soortgelijke figuur te zijn als de Logos of de Memra
die we al eerder & vaker hier tegenkwamen bij diverse schrijvers & hun vertalers,
die namens g d aan mensen verschijnt & optreedt: in de hemel
heeft hij 'n positie die vergelijkbaar is met die van Jozef
in Egypte: hij staat boven alle engelen maar onder
de allerhoogste g d, zoals Jozef
over heel Egypte is
aangesteld, maar
onder farao
staat
...
Tot
slot voor
nu verdienen nog
enkele teksten over hemelse figuren de aandacht:
hemel & aarde blijven met elkaar verwezen door alle tijden heen voor alle mensen,
planten & andere dieren. In Yechezkels theaterbewerking v/h boek Exodus
vertelt Mosjeh aan zijn schoonvader Jetro een droom:
op de top v/d Sinai stond 'een grote troon
waarop 'n edel mens zat'.
De mens zei tot Mosjeh
dat hij op die troon moest gaan zitten:
zelf ging hij er eerst vanaf! Mosjeh zag vervolgens
de hele aarde, wat onder de aarde is & ook wat boven in de hemel is,
& de sterren dienden hem! Zijn schoonvader Jetro verklaarde die droom zo,
dat hij een grote troon zou oprichten, 'n leidsman van gewone stervelingen zou zijn
& dat hij zou zien wat er is & wat was & wat zou zijn
{Eusebius Voorbereiding op 't evangelie,
De Onbekende G d Joodse & hellenistische
achtergronden v/h vroege christendom}:
volgens die weergave van Exodus zou onze
Mosjeh dus a.h.w. 'tot in de hemel verhoogd worden'!
Een soortgelijk motief lijkt eveneens voor te komen in nog 'n andere gehavende tekst uit Qumran:
hierin is iemand uit die gemeenschap aan 't woord, enkele regels hieruit luiden:
"want ik ben gezeten in de hemel (...)
Ik word gerekend onder de eliem {'hemelingen/engelen'} (...)
Wie verdraagt moeiten zoals ik? (...)
Mijn glorie is met de zonen van de koning"
{4Q491 fragment 11, I/4Q471b}.
Hier lijkt 'n mens te spreken
die verklaart dat hij tot in de hemel is verhoogd
en aan de engelen gelijkgeworden is?
'n Andere fragmentarische tekst uit Qumran
handelt over de verzoendag in het jubeljaar aan het einde der tijden,
wanneer [alle] schulden zullen worden kwijtgescholden
& [alle] gevangenen
zullen worden
vrijgelaten.
Daar
wordt Psalm 82:1 geciteerd:
"G d staat op in g ds raad,
hij spreekt recht in de kring der goden",
en toegepast op Melchitsedek. Deze figuur, bekend uit GEN 14:19-20
& Psalm 110:4, treedt in deze tekst op als 'n hemelse gestalte die zelf [ook] "g d" {elohiem}
wordt genoemd. Hij zal het oordeel over [al] G ds vijanden voltrekken en de leiding hebben
over de vergadering van de hemelse machten {ook elohiem} genoemd}!
{11Q13 = 11QMelch}
Hij heeft hier dezelfde functie
als in andere teksten uit Qumran wordt toegeschreven aan de Vorst van het licht,
met wie Michael wordt bedoeld!
{De regel der gemeenschap 1QS III,20,
Damascusgeschrift CD V,18 &
Rol van de oorlog 1QM XIII,10/XVII,6-7}.
Verschillen
& overeenkomsten [zoals gewoonlijk],
maar de overeenkomsten
komen mij voor
als groter dan
de verschillen.
~ neoem yahweh la'adonie sjev liyaminie ad-asjiet oyveicha hadom leragleicha ~
De eeuwige
spreekt tot mijn heer:
"Neem plaats aan mijn rechterhand,
ik maak van je vijanden een bank voor jouw voeten!"
Uit Tsion reikt de eeuwige jou de scepter van de macht,
jij zult heersen over jouw vijanden.
Jouw volk staat klaar op de dag dat jij ten strijde trekt.
Op de heilige pracht van de bergen, uit de schoot van de dageraad,
komt tot je de dauw van je jeugd toen ik jou heb verwekt.
De eeuwige heeft gezworen, en komt op zijn eed nooit terug:
"Jij bent priester voor eeuwig, zoals ook Malkitsedek was:
rechtmatig koning volgens mijn besluit!"
G d aan jouw rechterhand verplettert koningen op de dag van zijn toorn.
Hij berecht de volken, overal op aarde, lijken stapelen zich op.
~ minachal baderech yisjteh al-keen yariem rosj ~
Onderweg
drinkt hij uit de beek &
dan heft hij
zijn hoofd!