De twaalf kabouters onder de profeten?
HOSEA/Hosje'a
trad op in het noordelijk rijk Israel
in de achtste eeuw voor Christus.
Als een strenge boeteprofeet
keert hij zich tegen de dienst van de Ba'al.
De verstoorde verhouding tussen G*D en Israel
brengt hij tot uitdrukking in een symbolische daad:
hij huwt met een ontrouwe vrouw.
Het boek is moeilijk te begrijpem;
dit wordt vaak geweten aan een slechte overlevering
van de
tekst.
#
Over
het leven
van de profeet JO'EL is niets bekend,
ook niet over de tijd waarin hij profeteerde.
De sprinkhanenplaag, waar zijn boek mee begint,
wordt wel in verband gebracht met de plundertochten van de Assyriers in de achtste eeuw, maar op grond van de apocalyptische stijl van het laatste hoofdstuk is een jongere datering, vijfde of vierde eeuw, aannemelijker.
In het nieuwe testament wordt zijn heilsprofetie {2:28-32} door
Petros aangehaald in Handelingen 2:17-21 op de
pinksterdag.
#
AMOS,
een schapenfokker uit Tekoa in Yehoedah,
profeteerde omstreeks 750 B.C. bij het heiligdom in Bet'El.
In visioenen ziet hij het naderend onheil over het noordrijk Israel.
Zijn harde taal tegen de weelde van de rijken die de armen verdrukken,
wordt vaak
geciteerd!
#
OVADJAH,
dienaar van de Heer,
profeteerde in de zesde eeuw voor Christus tegen Edom,
dat met leedvermaak de ondergang van Yehoudah en Yeroesjalajiem had gevolgd. Het geschrift bevat slechts 21 verzen.
Over de ontstaansgeschiedenis
van dit boekje lopen de meningen uiteen.
Sommigen dateren het voor een deel in de periode
VOOR de ballingschap,
anderen menen dat de zinspeling op de verwoesting van Jerusalem
in vers 11 duidt op
een latere
tijd.
#
Het verhaal
over de profeet YONAH is zeer bekend?
Hij vlucht per schip voor zijn opdracht om de grote stad Nineveh
de ondergang aan te zeggen,
maar komt daar tenslotte toch terecht na een avontuur in de buik van een grote vis.
De taal van het boek en de opmerking in hoofdstuk 3:3:
"Nineveh was een grote stad", gaven aanleiding tot de gedachte dat het boek na de ballingschap, tussen 400 en 300 B.C., geschreven zou zijn.
In de vroegchristelijke overlevering neemt Jonah een belangrijke plaats in:
het verhaal over de vis wordt parallel gezien aan het verhaal van Yeshu, die drie dagen in het ingewand van de aarde
zou zijn geweest.
#
MICHAH
was een jongere tijdgenoot van AMOS en HOSJEA.
Hij trad op in de achtste eeuw in Yehoedah.
Door velen wordt hij beschouwd als een leerling van Yesjayahoe.
De compositie van het boek is lastig.
Vaak is het onduidelijk wie er aan het woord is: G*D, Michah of een andere profeet. Soms wordt de tekst opgeschreven in de vorm van een discussie tussen Michah en zijn tegenstanders.
De kern van zijn profetieen is de vraag naar de
gerechtigheid!
#
NACHOEM,
een tamelijk onbekende onder de kleine profeten.
Het boekje bevat twee profetische liederen over de val van Nineveh,
dat in 612 werd verwoest.
Men dateert het daarom wel in de tijd van Josia {639-608}.
Bij QOEMRAN werd van dit boek een fragment teruggevonden.
#
CHAVAKOEK,
zevende eeuw B.C. te Yeroesjalajiem.
Over zijn leven zijn er geen verdere gegevens.
In 1:6 worden de Chaldeeers, de Kasdiem, genoemd!
Hiermee zouden de Babyloniers tijdens Nevoechadnetsar bedoeld worden.
Daarom dateert men dit boek in de periode van de ondergang van het Assyrische rijk, rond 600 voor Christos.
In zijn prediking staat hij dicht bij de grote profeten.
Van Chavakoek/Habakuk 1 & 2 werd in Qoemran de tekst met een actualiserend commentaar teruggevonden ...
#
TSEFANYAH
trad op in Yehoedah,
VOOR de hervorming onder Josia in 622.
Evenals AMOS en YO'EL kondigt hij de "Dag des Heren" aan.
De hoofdstukken van dit boek zijn gerangschikt volgens het schema:
onheilsprofetieen, profetieen tegen de volkeren, heilsprofetieen.
De tekst van het boek is vrij goed overgeleverd,
in het algemeen schrijft men het grootste deel van de teksten aan
Tsefanyah zelf toe.
#
De profetieen van CHAGAI zijn nauwkeurig gedateerd in het tweede regeringsjaar van DARIUS, 520. Ze zijn gericht op de tempelbouw,
die onder Koresj/Cyrus werd toegestaan, maar onvoldoende opschoot!
Zroebavel, afstammeling van David, wordt als messiaans vorst aangewezen.
Het boek is niet in de ik-, maar in de hij-vorm geschreven.
#
Ook ZCHARYAH profeteerde circa 520 en ijverde voor de herbouw van de tempel.
Bekend zijn diens in apocalyptische stijl geschreven 'nachtgezichten'.
Men onderscheidt in het boek vaak twee delen:
de hoofdstukken 1-8, die aan de profeet zelf worden toegeschreven,
en het tweede deel met de hoofdstukken 9-14, dat gedateerd wordt in een latere periode.
#
Tot slot MALACHI! Waarschijnlijk geen eigennaam, maar een soort opschrift: 'mijn bode', zoals ook uit de Griekse tekst blijkt.
De schrijver leefde tussen 520 en 470.
Hij is het type van de ernstige boetprofeet die het volk oproept
zich te bekeren.
#
AL
deze thema's
zijn min of meer terug te vinden
door alle bijbelboeken heen en roepen mensen op
om 'de foute wegen achter zich te laten' en zich
'te bekeren tot de juiste weg' als
'vervulling van de wet', de 'tien geboden'
op weg naar 'vervolmaking':
rechtvaardigheid,
mededogen en liefde tot G*D
en mensen ...
#
Simpel toch?
Of niet?
Soms ...
#























@

Asih, man, 81 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende