In
G d is
geen geweld! Theologie
als geloofsverantwoording in een
na-theistische cultuur:
de terugkeer van
de verloren vader.
"Ik meen
dat er een samenhang is
tussen het denken over de verhouding van G d en mens,
G d en natuur en G d en de geschiedenis in termen van causaliteit
en de gebrekkige geteugeling van het geweld
binnen de tradities van jodendom,
christendom en islam.
Die samenhang te zien
en ter sprake te brengen is,
evenals de ontmaskering van het zondebokmechanisme,
uiteraard geen garantie voor vrede ne vermindering van geweld.
Maar wat de theologie eraan kan doen, door een Godsbeeld
te zuiveren dat zelf de strijd, de intolerantie,
de geloofsvervolging en ten
slotte de Holocaust heeft
wakker geroepen, dat
moet zij
doen!"
BEFORE IT'S TOO LATE!
Die titel is ontleend
aan de
Brief aan Diognetus [ongeveer 160],
waarin benadrukt wordt dat de redding van mensen geschiedt
door overreding, niet door geweld te gebruiken ~
'want in G d is
geen geweld'.
Met een beroep
op de vroeg-christelijke logosleer
willen we graag komen tot een zuivering
van het christelijk godsbegrip van alle gewelddadigheid,
dat wil zeggen: van alle machtsuitoefening die verder gaat
dan geestelijke overtuigingskracht.
G d 'veroorzaakt' niets, noch het begin, noch het einde.
Het rijk G ds komt niet apocalyptisch, bij wijze van inslag,
ook niet langs een lineaire lijn.
Dit
aanvankelijke vroegkerkelijke geloof
kent evenmin de apocalyptische fabels
van G ds gewelddadige ingrijpen in de geschiedenis,
die als een soort kosmisch gruis de ruimte voor het geloof
en de theologie beperken en die - godslasterlijk en wel -
een dreigende zelfvernietiging van onze leefwereld duiden als 'tekenen der tijden',
dat G ds ingrijpen 'voor de deur staat'.
In verschillende publicaties
heeft men deze visie verder uitgewerkt:
G d moet gedemilitariseerd worden door een herlezing van de bijbel
als 'een bibliotheek van wijsheid'
in plaats van de traditionele lezing
'vanuit het model van causaliteit
en de instrumentele rede'.
'n Tijdje later
concludeert men, dat er in korte tijd een metamorfose
van het G dsbeeld heeft plaatsgevonden:
"We hebben in de afgelopen eeuw veel bijgestuurd
omtrent wat wij beschouwen als het
'waarachtig goddelijke'!"G ds kracht is van een andere orde
dan de leer over zijn almacht altijd heeft uitgedrukt,
zij is van de orde van 'de zwakke krachten'!
Wat door heel dit werk opvalt,
is dat we het met het oog op de uitbanning van het geweld
noodzakelijk achten om G d nu niet langer meer als fysiek, historisch 'handelend' persoon
voor te stellen maar veel meer als een woord,
een echt eeuwig geheimenis,
een vraag aan ons.
Zolang G d als een handelend wezen wordt gedacht,
kan hij nog heel gemakkelijk voor het technologisch karretje worden gespannen
van dezen en genen:
"de wapens zegenen,
het goede in G dsnaam met geweld bevestigen,
de boosdoeners straffen met een dodelijk gericht,
als waren we G d zelf op
de 'oordeelsdag'?"Minder rigoreus
en in een iets andere lijn gaan weer anderen te werk.
Zij achten het met het oog op het uitbannen van zelfs de schaduw van geweld
in de verhouding tussen G d en de wereld, nodig om G d
bijna restloos te identificeren met liefde.
Want als zijn macht
[die hij dus 'heeft'!] bepaald wordt door de liefde,
dan impliceert dat 'het vermogen om andere vrijheid naast zich
te kunnen laten bestaan en deze zelfs
onvoorwaardelijk te erkennen'!
G d heeft besloten
'met zijn heil te wachten op de vrije instemming
van de mens'.
G ds liefde is
'een liefde die wil heersen, maar haar wil
slechts langs de weg en met de middelen
van de liefde laat gelden'!
Als ik me niet vergis,
zijn er dus nog niet zo bar veel andere pogingen gedaan
om onze eeuwige opdracht
ZO
ter hand te nemen
en heeft de moderne theologie
[in onderscheiding van de orthodoxe & evangelicale stromingen
die veel meer vasthouden aan allerlei traditionele voorstellingen]
dit spoor nu eindelijk wat verder gevolgd:
al of niet 'voorbij het theisme'.
Treffend is, en blijft,
dat analoog aan die geciteerde uiting
van Mann aan het begin v/d 20ste eeuw,
de vraag naar die verhouding van de moraal
en het numineuze ook in een roman aan het einde
van die eeuw gesteld wordt: E.L. Doctorow laat zijn roman
The City of God (2000) uitlopen op een rede van Sarah Blumenthaal tot het Amerikaans genootschap voor godsdienstwetenschappen. {E.L. Doctorow,
De stad Gods (A'dam, 2002) ~ 306-308}.
In die toespraak toont zij een voorkeur voor gelovigen die twijfelen,
omdat die [veel] minder gewelddadig zijn dan de 'ware' gelovigen!
Maar zij heeft voor die twijfelaars wel een vraag:
kan na het wegvallen van de status van religieuze bijzonderheden
wel een universalistische ethiek
gehandhaafd blijven
'met behoud
van het numineuze'?
Ze daagt de theologen uit
ten antwoord op die vraag niet een nieuw hoofdstuk
maar een nieuw verhaal te schrijven over G d:
als dat niet snel gebeurt, zal de klakkeloze mensenrechtenvereniging bezwijken onder
'kolossale metropolen over de hele aarde vol mensen die vechten om de rijkdommen ervan. Met misschien niets anders om op terug te vallen dan het beproefde strijdmiddel
dat God met ze is.'
Laat dit alles nog plaats voor de 'toorn'?Deze hermeneutische
en dogmatische discussie over de metamorfose waarover we spreken,
kunnen we nu nog niet helemaal rechtstreeks voeren, maar
WEL
indirect, via de beginvraag
hoe theologie kan bijdragen aan de reductie van geweld,
en dus aansluitend bij de vraag
van Sarah Blumenthal!
Helpt
deze metamorfose v/h G dsbeeld
bij de terugdringing
van geweld?
Je
kunt 't
volgende bezwaar aantreffen
tegen dit soort visies en overwegingen:
door het geweld uit G d te bannen,
komt het des te nadrukkelijker [alweer]
bij de mensen te liggen;
het geweld
eist nu eenmaal een plaats
op; als G d niet
wreekt, dan doen
we het
zelf
...
Wordt
[bij tijd
en gezondheid van
leven] ongetwijfeld
vervolgd
...
