*
Terwijl hij viel
slaagde hij erin
om een pol rietstengels te grijpen,
die uit de muur groeide,
en hij klemde zich er wanhopig
aanvast
...
*
Want
beneden zich
kon hij een massa wriemelende slangen zien,
woedend gemaakt door het geluid
van zijn val,
en helemaal op de bodem,
herkenbaar aan het sissende geluid,
een grote zwarte
python
met zijn bek wijd open
om hem
op te vangen
...
*
En terwijl
hij zich realiseerde dat zijn leven niet langer kon duren
dan de stengels het hielden,
keek hij omhoog
en zag twee muizen,
een witte en een zwarte,
die aan de wortels
knaagden.
*
Inmiddels
viel de olifant,
woedend dat hij zijn slachtoffer niet had kunnen vangen,
de boom aan en zo
raakte er een honingraat
los
...
*
Deze
viel op de man,
die al in zo'n hachelijke toestand verkeerde:
maar toen de bijen hem woedend begonnen te steken,
viel er bij toeval een druppel honing op zijn wenkbrauw,
die druppel gleed langs zijn gezicht omlaag en bereikte zijn lippen,
waardoor hij een moment van zoetheid
beleefde
...*
En
hij verlangde
naar nog meer druppels en vergat zo het levensgevaar,
waarin hij verkeerde.
**
LUISTER NU
naar de interpretatie:**
De man is
de ziel,
zijn dwalen door het bos
het bestaan.
**
De wilde olifant
is de dood,
de duivelin
de ouderdom.
**
De boom is
de zaligmaking,
waar geen doodsangst is,
maar die een zinnelijke man niet kan
bereiken.
**
De bron is
het mensenleven,
de slangen zijn hartstochten,
en de python is de
hel!
**
De pol rietstengels
is de tijd die de man is toegewezen,
de zwarte en de witte muis
zijn de donkere en lichte helften
van de maand.
**
De bijen
zijn ziektes en kwalen en
de druppels honing
niet meer dan
triviale genoegens.
**
HOE
kan een wijs mens
daar naar verlangen,
temidden van zoveel gevaar
en tegenspoed?
***







???





!!!
***
PS
{-de vijf geloften
van een monnik-}***
Het leven
van de jaina monnik is uiterst strikt:
hij belooft afstand te doen
van vijf dingen -
****
* doden
* stelen
* liegen
* sex
* bezit
*****
