Zowel
natuur als
cultuur bestaan uit
codeberichten voor de overlevenden:
het komt er dus op aan om die coderingen
op de juiste manier te verstaan
om enige mate van harmonie
& balans zelf
te kunnen
beleven.
Vandaar
ook dat
Mat Gargon &
tallozen voor en na
hem zich bezighouden met
't ontcijferen van
die codes.
Wat
overeenkomst is
'er tusschen de nederige gedachte,
die 'n gelouterde Petrus hier betuigt,
& de hoog-moedige trotsheid van zijnen gewaanden staatvolger,
die zich de magt over hel en hemel aanmatigt, & zo
stout verheft boven al, wat
'g d' genaamt
word?
Wy
besluiten dan
met woorden van
den eerder & meergemelden
Augustinus, als hy zegt:
'DIE DE SCHAAPEN VAN YEHOSHUA
MET ZULK EEN INZICHT WEID, DAT ZE DE ZIJNE MOGEN WORDEN,
DIE MOET OVERTUIGD STAAN, DAT ZE NIET DE MOSHIACH, MAAR ZICH ZELVEN BEMINNEN,
EN DIE DOOR LIEFDE OM TE GEHOORZAMEN, OF TE WEIDEN, OF G D TE BEHAGEN,
MAAR DOOR ZUCHT TOT ROEM, EN HEERSCHAPPY, & BEZIT GEDREVEN WORDEN,
TEGEN DE ZULKEN GELD DEEZE DIKWIJLS INGESCHERPTE VERMAAN-STEM
VAN "JC": & WAT ZEGT 'T ANDERS, BEMINT GY MY, & HOED
MIJNE SCHAAPEN, EN NIET U ZELVEN, EN WEID DIE
ALS MIJNE SCHAAPEN, NIET ALS DE UWE,
ZOEKT MIJNE EER, EN NIET
DE UWE?! Hoe
konnen wy
G ds genade, en
onverdiende menschen-liefde, die hy ons in JC
bewezen heeft, genoegzaam roemen?
Wy, die van te vooren
[allen]
"HEIDENEN"
waren,
vervremd van het borgerschap Israels,
zonder G d, zonder Verlosser, zonder de dope der hope
in deeze verdwaasde wereld!
En ziet den rijkdom
van G ds onnaspoorlijke goedertierendheid,
hy zend zijne geestlijke ziel-visschers uit, die onze voorouders
door het net der Euangelij-waarheid, uit de zee van 't Heidendom vangen,
en op den oever der zaligheid brengen. Te vergeefs arbeiden zy onder 't Joodendom,
dat in de zee van wellust & bygeloof zwom, en zich tot den Heere niet wilde laten brengen.
Maar hy, die alle magt ontfangen had in de hemelen & op aarde, beval het Euangelij-net aan de andere, en ter rechter zijde, onder de
HEIDENEN
te werpen, en de vangst was gelukkig,
en bragt de verkoorlingen uit de Heidenen tot G d.
Dit moet Leeraars & Gelovigen aanmoedigen; deeze, om te horen, & zich gevangen te geven
onder de gehoorzaamheid der Euangelij-leer: die, om aan te houden, tijdig en ontijdig in 't onderwijzen, bestraffen, vermanen, weder-leggen, en allen Leeraars-plicht. Valt de arbeid moeilijk,
om dat men vergeefs het visch-net uitwerpt, en niets vangt,
men spiegele zich aan de volijverige Apostelen,
en denke, als JC komt, en het woord spreekt,
dan zal 'er een zegen zijn.
Dobberen wy onderwijlen
op de woeste zee deezer weereld; rijzen 'er hooger, &
dreigende baaren van verdrukkingen, tegenspraak, booze listen, lasteringen,
& al wat vijandige menschen durven ondernemen, men denke, hy, die de zee haare paalen stelt,
zal die niet verder laten komen, en door een woord beteugelen.
Men drage maar zorge,
dat het visch-net niet scheure door broeder-twisten,
oneenigheden, eigenzinnigheid, bygeloof, en wat des meer is.
Hoe kan de vangst gelukkig zijn, als de netten gescheurd zijn?
Hier aan hapert 't dikwijls;
& men klaagt, men
treurt, dat men
te vergeefs
arbeid.
In den eersten vangst,
dien d'Apostelen by hunne roeping op 's Heilands bevel deeden,
wierden beide scheepkens tot zinkens toe vervuld. Een zinbeeld der uiterlijke Kerken in OOSTEN & WESTEN. Waar in de huichelaaren & uiterlijke belijdenis tot overlast, & zinkinge van 't Kerk-scheepken zijn, & door ketterijen, broeder-twisten,
scheuringen en oneenigheden,
de netten scheuren.
Ongelukkige tijden,
daar men de waarheid in logen,
de logen in waarheid verandert, en liever alles zag scheuren,
als eendrachtig en voorzichtig zijnen plicht behartigen. En ach!
of wy in onze dagen zulke scheurzieken niet zagen, & 't scheepken
door ballast der G dlooze, en huichelaaren niet dreigde te zinken.
Hoe veel wenschlijker is de vangst in onzen
TEKST,
daar wel een overgroote menigte gevangen,
maar 't vischnet niet gescheurt werd.
En wat wonder?
Hier zijn de rechtgelovigen,
die bepaald zijn in getal, en 's Heilands opstandige deelachtig,
en wat scheuringe, wat oneenigheid kan 'er onder deezen zijn?
Waar toe dit ons moet aansporen,
ziet ieder!
Daar
vrede woont,
is G d: en
't is zo wel in 't geestlijk,
als weereldlijk onwederspreeklijk,
dat EENDRACHT
MAAKT MACHT.
Ook
is liefde
de band der
volmaaktheid,
die zielen vereenigt,
en G ds zegen hier
en hier na
te wachten
heeft
...
