inzicht.
Het probleem
is alleen de kolossale hoeveelheid
mensen zonder enige scholing,
werk & hope/dope
op iets beters.
ABBA/VADER/IMA/MOEDER
is toch anders dan alleen maar "Grote Enige Koning[in]"
of "Lieve Satan Mijn Duivel" ...
Mat
Gargon zegt
het simpel in
de taal van 300 jaar geleden
op grond van
de 1700 jaar
& meer
daarvoor?
Zo
groote Voorspraak
moest den grooten
Priester, en in hem
den gantschen wet-dienst,
beschutten tegen den aanklager
der broederen, den
Satan, en des
zelfs beschuldigingen
verijdelen.
Want
Yehosjoea, de Hoogepriester, {Zecharya 3}
wordt verbeeld met slegte vuile kleederen, gelijk
betichten voor den Joodschen Rechterstoel verschenen;
aan zijne rechterhand staat de Stan, gelijk beschuldigers
voor den Joodschen Rechter aan de rechterhand der beschuldigden:
maar de Engel des Heeren, JC die als Rechter zit, die het oordeel van den Vader ont-
fangen heeft, & te gelijk de Voorspraak zijner bond- & gunst-genooten is, SCHELD den Satan,
& vernietigt zijn aanklagten, en geeft YOSJOEA eenen reinen hoed, pf Priester-muts, & wisselkleederen
of kleederen des heils, want hy de ongerechtigheden weggenomen heeft, & den mantel der gerechtigheid den zijnen aangedaan. DIE Voorspraak is de knecht, de WONDERSPRUIT,
die KOMEN, & in 't vleesch verschijnen moest, als de waare Hoogepriester,
die de zonden verzoenen zoud. DIT is de STEEN, waar G ds huis of Kerk
zoud opgebouwd en onwanklijk zijn, op zien ZEVEN oogen zien, en zich
wenden zouden, dat is, de Gelovigen
van alle tijden des NT
zijn GRAVEERSELEN,
of KENTEKEN,
moest de Heere zelf GRAVEREN
of openbaar maken, als
den eenigen grondslag
van zijne
Kerk.
En
op zulke
wijze zoude G d
OP EENEN DAG, als
JC zoud sterven op den
waren Zoendag, DE ONGERECHTIGHEID DES LANDS
WEGNEMEN! Heerlijker en heilrijker, als oit {H}AZAZEL op den Zoendag de zonden droeg.
DAN zoud ieder der waare verzoeningen zijnen naasten, JOOD & HEIDEN, zonder onderscheid,
zo veelen als 'er geloven, nodigen onder den wijnstok, en vijgeboom,
onder de schaduwe van JC den waaren wijnstok,
en vijgeboom, en niet meer tot Tempel of
Tempeldienst, om waare vrijheid & vrede
te genieten, en alle de Kerkvyanden
te zien onderworpen
...

En
we leefden
nog lang en
gelukkig
...
