Slaat
maar oog
en gedachten op
den Joodschen Raad, die
's Heilands dood gezworen, en vast gestelt heeft.
Ziet die g dloozen met onvermoeiden ijver, hun schendig opzet voortzetten. Ziet,
hoe rustloos zy zijn, om 't voorwerp van hunnen wrok te vernielen.
'T is hen niet genoeg, den feestnacht,
groots deels, met bloedige raadslagen, & moordbesluiten doorgebragt te hebben,
maar hunne nachtrust byna vergetende, om hun boos besluit uit te voeren,
komen zy des morgens vroeg weder by een in den bloed-raad,
en leveren den Heiland over in handen van den Landvoogd Pontius Pilatus,
en over zulks in 't geweld der Heidenen, door welken hy moest den smertlijken,
en smadelijken dood des kruises sterven, en aan 't vloek-hout vast genagelt worden.
Want eerder was de moordlust der Joodsche Overheid niet verzadigt: eerder hadden zy geen rust.
Dit leert ons de Heilige Euangelist in de woorden van onzen tekst.
{Matai XXVII:1~2}!
Waar in wy zien:
het raadbesluit om Yehosjoea te doden,
de overlevering van JC in handen der Heidenen,
& betoning, dat JC hier in blijkt de waare Hoogepriester te zijn.
Nauwlijks is de Zon herrezen, om dien wonderdag aan te brengen, die noit zijns gelijken had,
noch hebben zal, of de groote Raad is by een, en even bezig om Yesjoea ter dood te verwijzen.
Want schoon ze nu een- en meer-maal beraamt hadden, dat hy moest sterven,
en voor hun scheiden nog deezen nacht dit vonnis gevelt; hy is doodwaardig!
Hadden zy nochtans, om geen oproer te verwekken onder 't volk,
maar door 't Romeinsch gezach gestijft te worden, de uitvoeringe niet durven of konnen ondernemen.
Dierhalven waren ze voor een wijl gescheiden, en gaan rusten, maar Yesjoe vond geen rust,
en was 't droevig voorwerp van den moetwil der krijgs- en dienst-knechten.
Thans keren zy weder, maar met dezelve boosheid, en bloed-dorstigheid.
De nacht, die wetenschap toont, en door zijne stilte ernstiger overdenkingen ingeeft,
waarom de Grieken zeiden: beraad u des nachts, de nacht, zeg ik,
heeft deezen Raadsheeren geen wetenschap getoont,
maar slimmer, niet beter gemaakt.
Wie zoud geloven, dat onder zo veele Wijzen en Schrift-geleerden,
niet een de vraage van den voornacht zoud overpeinst, en de Heilige Schrift geraadpleegt hebben,
of deeze gevangen, de waare Messias ware?
Voornaamlijk nu de weeken van Daniel zo na ten einde,
en alle kentekenen van den Messias in JC te vinden waren.
Maar een Geest des diepen slaaps hadde hen, volgens de G dlijke bedreiging van den Profeet, bevangen, en de wijsheid der Wijzen was vergaan.
Wat zouden verstandloozen overpeinzen?
Wat onwijzen overwikken?
Deezen echter zullen nogmaals over JC de Opperste wijsheid zitten, en rechten, of liever onrecht doen.
Danieel 9:24 e.v.
Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk en je heilige stad,
voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten,
voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht,
voordat het profetisch visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd.
Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan
dat Yeroesjalayiem hersteld en weer opgebouwd zal zorden tot het tijdstip
waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken;
en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al,
zal tweeenzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn.
Na de tweeenzestig weken zal een gezalfde worden vermoord,
zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst
zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden
in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn,
zoals is vastgesteld. Hij zal een sterk bondgenootschap sluiten met velen,
EEN
week lang. De helft van de week zal hij offers noch gaven laten brengen,
en boven op het altaar zal een verwoesting brengende gruwel te zien zijn,
totdat het aangekondigde einde van die verwoestende kracht komt!
En Yesjayahoe 29:10 e.v.
"
Want een geest van diepe slaap heeft de Eeuwige
['komende aanwezige die wordende is in ons'] over jullie uitgestort: hij heeft jullie ogen, de profeten, gesloten en jullie verstand, de zieners,
verduisterd! Elk visioen is voor jullie als de tekst van een verzegeld boek,
dat aan iemand die kan lezen wordt voorgelegd met de vraag: Lees
dit eens, waarop hij antwoordt: Dat gaat niet, het is verzegeld! Of als het
wordt voorgelegd aan iemand die niet kan lezen: Lees dit eens,
dan zal hij zeggen: Ik kan niet lezen!
{DAAROM}
zegt de Heer YHWH:
Omdat dit volk mij naar de mond praat,
mij slechts met de lippen dienst, terwijl hun hart ver bij mij vandaan is;
omdat hun ontzag voor mij louter plicht is,
slechts aangeleerd en
door mensen
opgelegd
~
DAAROM
zal ik opnieuw wonderen verrichten voor dit volk,
indrukwekkende wonderen
en grootse daden.
De wijsheid van wijzen
zal hun dan niet baten,
het verstand van verstandigen
houdt zich verborgen. Wee degenen
die hun ware bedoelingen diep verborgen houden voor de Eeuwige;
die alles doen in duisternis
en zeggen:
"Wie ziet ons?
Wie weet wat wij doen?"
Jullie draaien de zaken om!
Is de klei soms meer dan de pottenbakker?
Kan het maaksel over zijn maker zeggen:
"Hij heeft mij niet gemaakt!"?
Of
het aardewerk
over de pottenbakker:
"Hij brengt er
weinig van
terecht!"
?
Wat
zijn nu
eigenlijk een paar
duizend jaar? Enkele tientallen
eeuwen? Voor ons
hier &
nu?

