De Elfde Stap: Inzicht
(KA) 177 Tijdens een uiterst ongelukkige periode in haar leven had Christina Noble (geboren in '44) een indringende droom: 'Naakte kinderen renden over een landweg op de vlucht voor napalmbommen [...] één van de meisjes had een blik in haar ogen die me smeekte om haar op te nemen, haar te beschermen en haar in veiligheid te brengen. Boven de vluchtende kinderen hing een helderwit licht met daarin het woord 'Vietnam'.' Vanaf dat moment was Christina ervan overtuigd dat haar lot op ondoorgrondelijke wijze verbonden was met Vietnam en dat ze daar op een dag met kinderen zou werken. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom deze droom zo'n indruk op haar maakte. Veertig jaar later krijgt ze nog steeds een 'hoog en strak [stemgeluid] en iets van angst' als ze aan haar eigen jeugd terugdenkt. Op haar 12de leefde ze in Dublin op straat. Ze sliep 's winters in openbare toiletten en 's zomers onder de struiken in Phoenix Park. Ze had voortdurend honger. Een priester merkte een keer dat ze het kaarsvet van de votief aarden voor het Christusbeeld opat en gooide haar de kerk uit. Op een avond werd ze verkracht door 2 mannen, en toen ze haar terug op straat gooiden - met gescheurde kleren, bloedend, haar gezicht bont en blauw - werd ze overweldigd door 'het afschuwelijke besef dat er niemand was bij wie ik terechtkon. Ik had slechts één mens nodig die me niet als uitschot of als nauwelijks meer dan een beest zou behandelen.' Één van die mannen had haar zwanger gemaakt. Christina werd in een strenge instelling geplaatst, het kind werd haar afgenomen, en uiteindelijk ging ze als verstekeling mee op een boot naar Engeland, waar ze kwam te wonen bij een Griek die Mario heette en die haar misbruikte, maar van wie ze 3 kinderen kreeg. In die tijd kreeg ze haar droom. Christina's leven nam een wending ten goede toen ze bij Mario wegging en met de hulp van haar nieuwe partner een succesvol cateringbedrijf begon. Maar ze verloor nooit haar geloof dat ze was voorbestemd om met kinderen in Vietnam te werken. In '89 had ze het gevoel dat de tijd was gekomen en bracht ze voor het eerst een bezoek aan het land. Toen ze op een dag naar 2 armoedige meisjes keek die in de modder op straat speelden, glimlachte één van hen naar haar en wilde haar hand vasthouden. Christina werd ogenblikkelijk overspoeld door herinneringen die zo pijnlijk waren dat ze de neiging kreeg om weg te lopen. Ze wilde geen verdriet meer, geen betrokkenheid meer. Maar al die tijd hield ze zichzelf voor: 'Er is geen verschil tussen een Ierse goot en een Vietnamese goot. In wezen zijn ze gelijk.' Plotseling vielen verleden en heden samen, en Christina besefte dat het Vietnamese meisje het kind was dat ze lang geleden in haar droom had gezien. Snikkend zonk ze neer in de modder, trok de kinderen bij zich op schoot en beloofde voor hen te zorgen. Dit was een belangrijk keerpunt: 'Hier zouden de pijn, het verdriet en de woede van mijn jeugd in Ierland worden opgelost. Ik zou met de straat onderen van Ho Chi Minstad (ooit Saigon geheten als hoofdstad van Zuid-Vietnam) gaan werken. Ik zou hier blijven. Hier zou ik mijn geluk vinden.'
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende