in de enorme lege ruimtes van de woestijnen en de steppen, op heuveltoppen of in diepe dalen,
omringd door overweldigende bergen, waar ze graag hun heilige plaatsen vestigden.
De mens wordt zich aldus bewust van het heilige
door zowel afgrijzen als bewondering voor wat ons omringt, benadrukt Rudolf Otto, die daarmee ingaat tegen de in zíjn tijd geformuleerde theorieën. De grootste namen uit de etnologie & religieuze wetenschappen die Otto opvolgen, zullen overigens erkennen dat ze door hem zijn beïnvloed: Paul Tillich, Gustav Mensching & vooral ook Mircea Eliade, die Le Sacré et le Profane (Het heilige en het profane), het boek waarmee hij bij het grote publiek bekendheid kreeg,
op dé notie van het numineuze zou baseren.
Het numineuze,
'de voorhof ('voorhuid'/'voorspel'
v/d godsdienstgeschiedenis', kan daarmee
nog niet in conceptvorm worden geformu-leerd, geleerd of overgedragen.
HET KRIJGT PAS GESTALTE IN DE ERVARING DIE HET ZOGENOEMDE
'gevoel van de staat van schepsel'
WEERGEEFT, IN TEGENSTELLING TOT HET GEVOEL VAN ALMACHT
DAT ONZE VOOROUDERS MOETEN HEBBEN ERVAREN WANNEER ZE EEN DIER DOODMAAKTEN
DAT GROTER WAS DAN ZIJZELF, TENEINDE DE STAM
TE ETEN TE GEVEN!? Het individu,
dat door het onverklaarbare tegelijkertijd
wordt beangstigd & gefascineerd, probeert het numineuze
op één plaats 'te verzamelen' om het zodoende 'in te perken' & 'in bezit te nemen'!
STENEN MET VREEMDE VORMEN EN BIJZONDERE KLEUREN MAKEN HET MOGELIJK OM DIT TE KATALYSEREN:
de oudste steenhopen van dit type worden gedateerd op bijna zo'n half miljoen jaar geleden, dat wil dus zeggen in het vroeg~Paleolithicum?! ER WORDEN NATUURLIJKE HEILIGDOMMEN OPGERICHT,
ZOALS DIE GRAFHEUVEL IN EEN SPAANSE GROT WAAROP EEN STEEN MET DE VORM VAN EEN MENSELIJK GEZICHT IS GEPLAATST, OF DAT VEERTIGTAL RECHTOP~STAANDE STENEN DIE VEERTIGDUIZEND JAAR GELEDEN AL IN DE NEGEVWOESTIJN ZIJN NEERGEZET, AFGAAND OP DE DATERING VAN DE OVERBLIJFSELEN
VAN WERKTUIGEN EN VUURPLAATSEN DIE DAAR
IN DE BUURT ZIJN GEVONDEN!
Het numineuze
wordt dus blijkbaar (ook)
op déze manier bijeengebracht
om zodoende te kunnen worden bedwongen
& krijgt allengs steeds meer magische eigen schappen
toegedicht: op díe manier komen ongetwijfeld de eerste, eenvoudige
rituelen tot stand rondom stenen & grafheuvels
en bij al die diverse rotsschilderingen?
Daarbíj wordt nog geen 'dank gezegd'
aan 'een godheid', maar 'kalmeert men de woede'
van de nog 'niet benoemde geesten'! In een wereld waarin (nog géén) hiërarchie bestaat,
waarin de mens zichzelf op voet van gelijkheid met het dier
plaatst, zijn nog geen goden (of godinnen
e.d.) & ook nog geen priesters
'om hen (op hun wenken)
te (be-)dienen.
