'n half miljoen woorden op 5894 pagina's folioformaat
vrij
naar Chaim Potok:
als student
streefden we ernaar,
ons dit geheel van kostelijke literatuur,
de Babylonische talmoed, eigen te maken.
En iedere jood die tijd of capaciteiten tekortkwam
voor de talmoed, had andere literatuur om te bestuderen:
de misjnah zonder de amoraische discussies of de vele verzamelbundels met parabels & preken.
Deze verzamelbundels leerden hem over de dingen die voorafgingen aan de schepping van de wereld:
de thora, de Troon van G d, berouw, de Hof van Eden, Gehennom etceterara?! Hij leerde dat de Heer der Wereld eerst het licht schiep,
en dat deed door een witte gebedsmantel om "Zich" heen te slaan & zo de "Stralen van Zijn luister" te laten schijnen
van het ene eind van de wereld tot 't andere. Hij leerde dan dat de bomen en het gras waren 'geschapen' voor
't "Genoegen v/d Mens";
dat 'ieder wezen 't leven had gekregen met een speciaal doel',
dat 'ieder enkele taken volbrengt' die 'zijn opgelegd door de Eeuwige' {'gezegend zij hij'} zelfs de kikker & de mug;
hij leerde dan dat de Heer der Wereld "Zijn raad van engelen raadpleegde"
voordat "HIJ" 'de mens schiep'. Hun meningen waren verdeeld, ze maakten ruzie.
De Eeuwige, 'gezegend zij Hij/Zij', {de natuur} ging zijn gang & 'schiep de (myDi~di)mens' ~ toen zei hij/zij/'HET':
"WAT ZITTEN JULLIE DAAR NOG TE DELIBEREREN? DE MENS IS IMMERS ALLANG GESCHAPEN!"
Hij/Zij leerde dan dat de Heer der Wereld(en) EWA,
nadat hij haar had geschapen,
als bruid kleedde & naar ADAM bracht
~~~
HIJ LEERDE DAN DAT DE SLANG GEK WERD VAN JALOEZIE, TOEN HIJ ZAG HOE DE ENGELEN VAN G D ADAM BEDIENDEN IN DE HOF VAN EDEN,
dat de zon onderging 'toen de granaatappel was gegeten' & dat het duister "Adam & Ewa" vervulde met ontzetting
totdat de zon weer opging 'en zij beseften dat de wereld "ZO" in elkaar zat' {'in ieder van ons'};
dat 'de Eeuwige, 'gezegend zij
HIJ/ZIJ'
het boosaardige mens-dom 120 jaar lang geduldig waarschuwde
voordat 'hij/zij' de 'zondvloed losliet'
{`na de IJstijd de Zwarte Zee donderend vulde'};
dat Avra(ha)m zichzelf de gehele thora leerde toen hij nog maar een kind was; dat Avraham in de jaren dat hij nog in Haran woonde, voorbijgangers in zijn tent noodde, hen te eten gaf,
hen liefde betoonde & hen bekeerde & hen onder de vleugels van de Heilige (helende/genezende) Heerlijkheid bracht;
dat het Hele Universum zich verheugde bij de geboorte van Yitschak,
de hemelen en de aarde, de zon en de maan, de sterren en de sterrenbeelden;
dat Sara Hagar & Isjma'el verjoeg omdat ze eens zag dat Isjma'el een altaar bouwde, sprinkhanen ving en die offerde aan de afgoden;
dat Avraham in alle vroegte, zodat Sara het niet zou merken,
opstond en wegsloop om zijn enige zoon te offeren;
dat Satan de Leugenaar herhaaldelijk
probeerde hem terug te laten keren
van zijn weg naar de offerberg,
maar dat hij telkens overwonnen werd
door de vastberadenheid van de aartsvader;
dat Yitschak het hout voor het altaar op zijn
schouder droeg als iemand
die zijn eigen kruis torst;
dat toen
...
[nu valt de trouwe 'misschien wel beste'
ochtendkrant door de bus!]
...
misschien 'tot straks
of later'
...