cpo293 i/d volgende decennia schommelde de status
van de joden in Spanje op duizelingwekkende wijze almaar heen & weer tussen de uitersten van welwillende tolerantie & de opgelegde keuze tussen bekering of verdrijving.
De doorsnee v/d bevolking bleek de geestdrift te missen die de koninklijke & kerkelijke vervolging v/d joden (e.d.) kenmerkte, zodat de ver-ordeningen moeilijk altijd & overal door te voeren waren.
In het jaar 680 beval koning Erwig dat iedere jood in zijn koninkrijk zich binnen een jaar MOEST laten dopen op straf van verbanning: ook edelen bleken niet te delen in de ijver van hun koninklijke potentaten & christelijke hotemetoten als het om joden ging: dus waarschuwde de koning zijn edelen dat zij van hem hoge boetes konden verwachten als bleek dat ze joden e.d. hielpen om aan deze wetten te ontsnappen.
De volgende koning trok die wet op de onvrijwillige dope weer in, maar dwong de joden in zijn koninkrijk wel om de wijngaarden, landerijen, gebouwen en slaven die ze van christenen hadden gekocht, te verkopen tegen een door de koning vastgestelde prijs.
Ook deze politiek had nog maar weinig succes.
Zo langzamerhand waren de uitgeputte, vervolgde joden een gistende, ontevreden massa geworden: er deden geruchten de ronde over zeer geheime bondgenootschappen tussen hen en de gevreesde moslims van Noord~Afrika & op 9 november 694 beschuldigde koning Egica de joden van verraad; hun bezittingen werden in beslag genomen en alle joden in Spanje werden tot slaven verklaard & in handen gegeven van zg. roomskatholieke 'christenen' in verachillende provincies. De uitoefening van hun godsdienst werd de joden verboden: ook hun kinderen moesten hen worden afgenomen op zevenjarige leeftijd, en ze moesten vervolgens door speciale mentoren tot 'christenen' worden opgevoed.
Asih, man, 80 jaar
Log in om een reactie te plaatsen.
vorige
volgende