de wereld is mijn wieg en bed en toeverlaat hier droom en denk en doe ik al mijn goede slechte stoute streken de tralies zijn verdwenen en de spijlen zie ik ook niet meer de angst is nu voorgoed van mij geweken? de hemel is mijn graf en zerk en zekerheid daar voel en zie en hoor ik heel dit boeiende en saaie eenzame verleden de kist is al vergaan en ook de ark zwerft over oceanen de vreugde en al het verdriet: die strijd is nu voorgoed gestreden! de hel is daar waar mensen elkaar mijden het levenloze niemandsland met mijnenvelden eindeloos geweld en haat het venster naar de eeuwigheid staat open en de deur die in oneindigheid kan voeren geeft nog toegang tot de straat ... ooit ging ik eens op pad zo klein en argeloos en speels en vrij ik vond al wat er maar te vinden was en meer en nu het einde nadert snel staan open toegang tot de hemel en de wereld en de hel ik geef me over want ik ben uitgestreden wat nadert nu met rasse schreden: ik zie het morgen wel.