Grootere smaadheid konde den Messias niet worden aangedaan,
dan dat men hen aan 't kruishout vast nagelde, en als een booswicht bewaarde.
Maar konde hy mindere smaad en smert lijden, en de zonden verzoenen?
Moest niet de Christus alle deeze dingen lijden,
en alzo in zijne heerlijkheid ingaan, en veele kinderen
in de hemelheerlijkheid inleiden?
Ging de Hoogepriester,
onder de wet, op den zoendag in 't Heilige der Heiligen,
zonder bloed der offer-dieren? En zoud de waare Hoogepriester in 't hemelsch Heiligdom zonder bloed ingaan? Daarom word hy bewaart op dat niemant hem afnemen, of zegge, gelijk namaals eenige Dwaalgeesten zeiden, dat niet Yesjoe, maar een ander,
gekruist en gestorven zy.
Zouden de krijgsknechten eenen anderen, dan Pilatus hen overgelevert had, uitgeleid,
op den kruisberg gebragt, en aan 't hout vast geklonken hebben? Zouden zy eenen anderen bewaren, dan dien zy zelfs hadden opgehangen, en doornagelt? Zouden de Jooden geleden hebben, dat eenen anderen, dan JC, dien zy doodlijk haatten, gestraft wierd in zijne plaats?
Zagen en kendenze Yehosjoea niet, als zy hem zo doldriftig bespot,
en zo bitter verguist hebben?
Vraagt den Romeinschen knechten, gy dwaazen, en die zullen u de waarheid leren,
en volmondig zeggen, 't is Yesjoea, en geen ander; want wy hem uit de vierschaar van Pilatus,
door de straaten van Yeroesjalayiem, op 't kruisveld gebragt, zijne kleederen uitgetogen, en hem
met scherpe nagelen doorboort hebben, ja, dat meer is, wy hebben hem bewaart, en bewaakt?
De jongere Priesters bewaakten den Hoogenpriester op den zoentijd, op dat hy zich niet mogte bezoedelen. Onze waare Hoogepriester, die niet bezoedelt konde worden, is echter op den waaren zoentijd bewaard, om zeker te sterven, en de waare verzoening aan te brengen.
Zo moest hy van de Romeinsche krijgsknechten bewaart worden, volgens zijn eigene klagten, als hy op 't
kruishout zegt: Honden, dat is, Heidenen, die by de Jooden onrein, en voor honden gerekent wierden, hebben my omringt, eenen kring rondom 't kruis geslagen, en my bewaart.
Het opschrift zelf, dat de schuld des kruislijders aanwijzen moest, pleit krachtig voor 's Heilands onnozelheid. Moest de Messias geen Koning zijn? Zo was hy immers in 't gantsch Profeetisch woord afgemaald. Zo had Ya'akov op zijn sterfbed hem gezien, als wien de volkeren zouden gehoorzamen.
Zo had Nileam zelf hem vertoont als een ster en rijkstaf, waar door de Oosterlandersa het Oppergebied,
en de Koninklijke voorzienigheid, uitdrukten.
Zo had David hem, als Koning, belooft in verscheidene Psalmen.
Zohad Yesjayahoe voorzegt, dat de heerschappy zoud zijn op zijne schouder.
Zie ook
bijvoorbeeld Psalm 22:17;
Genesis 49:10; Numeri 24:17;
Psalm 2; 72; 87; 110; Yesjayahoe 9:5 etcetera.
KI-SVAVOENI KLAVIEM ADAT MEREEIEM HIKIFOENI KEEARI YADAI WERAGLAI; LO-YASOER SJEEVET MI-YEHOEDAH OEMCHOKEEK MIBEIN RAGLAW AD KIE-YAVO SJILO WILO YIKEHAT AMIEM; ERENOE WELO ATAH
ASJOERENOE WELO KAROV DARACH KOCHAV MIYA'AKOV WEKAM SJEEVET MIYISRAEEL OEMACHATS BA'ATEI
MOAV WEKARKAR KAL-BNEI-SJEET; ASJREI-HAISJ ASJER LO HALACH BA'ATSAT RESJAIEM OEDERECH CHATA-IEM LO AMAD OEVMOSJAV LEETSIEM LO YASJAV; KIE IEM-BETORAT YHWH
CHEFTSO OEVTORATO YOMAM WALAYLAH:
LAMAH RAGSJOE GOYIEM
AND SO
ON!
Het
gaat dus
niet meer om
"DE UNIEKE WAARHEID" o.i.d.,
maar om ons
inzicht erin!
Slaap zacht,
droom zoet
& tell us
all about it if
you really want
to do
so
