der dood}. Elke plant & ieder dier is
& vergif, 't goede goddelijke & 't kwalijk duivelse. De 'g dsdienst van Israel'
historiciteit.
We zijn zowel
onderzoekers van onze eigen
voorgeschiedenis als planners van onze toekomst in 't nu & hier:
dat is de kern van de zaak waarom het in religie & filosofie gaat ~ 'g d' is nieuwsgierig
naar zichzelf & kijkt & luistert daarom ook altijd weer
door aller mensen ogen/oren naar wat we
kunnen, willen,
mogen.
't Ware zelf
van religie is als 'n heilig geheim
dat we aan 't ontdekken zijn: ondanks al die min of meer
juiste & waarschijnlijke vermoedens blijft die kern van ons geloof geheim
voor iedere [on]gelovige ~ het blijft alleen maar een betrachten,
uitproberen, raden & gissen
naar de betekenis van
woorden en
daden.
Wanneer
we het zo hebben
over onszelf en 'de anderen', dan hebben we het dus niet over iets vreemds,
maar over iets wat al vanaf het begin af aan
in ons allen in gebakken zat in elke
vezel van lichaam
en onze
ziel.
Mannelijk
& vrouwelijk vullen elkaar dus aan net als handen en voeten,
ogen en oren, gevoel
en techniek.
We blijven
de waarheid in
en rondom ons benaderen uit overlevingsdrang:
passen allerlei trucjes toe om maar aan eten en drinken te komen
en wat daar allemaal op volgde aan seks &
kunst, studie en
arbeid.
Onder de oppervlakte
van ons vel & ons bewustzijn schuilen onze vetlagen,
spieren, pezen, aders, slagaders
& zenuwen
...
't Bloed
kruipt waar 't niet gaan kan
& er is altijd wel weer 'n andere weg
om ons voorlopige doel te bereiken op de ene of andere manier:
't enige probleem is nodelijke pijn &
zinloos verdriet uit onwil,
onkunde.
Zijn
de winkels
vandaag en morgen
nog open op 'goede vrijdag' & "donkere zaterdag"
of hoe ze ook maar mogen heten? Ik doe aan geen enkel
soort feestdagen, verjaardagen of wat voor festiviteiten dan ook:
het blijft dus altijd een beetje gissen naar de mogelijkheid van boodschappen doen
tussen de bedrijven door! 't Gaat mij niet om de vorm, maar om de inhoud, niet om de naam
van de persoon maar om ons geweten, niet om wie wat zegt, maar om wat we zeggen en waarom.
Niet op de eerste plaats meer om hoe je iets noemt, maar om wat het is. Woorden & zinnen blijven
altijd bij benadering: de inhoud blijft zo ook veranderen, zodat we onze benoemingen en
beschrijvingen altijd en eeuwig blijven aanpassen & er achter
'de werkelijkheid' mee aanlopen. De snelheid van
't geluid loopt in ons geval achter bij wat we zien
of menen te ontwaren: of is het woord al
gevormd voordat we het kunnen uiten?
Wie zal 't zeggen
...
Misschien
tot straks
of later.
